8610

Mantsjoe of Qing-dynastie (1644 - 1912)

Ming-Dynastie (1505 - 1644)

Klik hier voor het frame van de pagina

De Mantsjoe of Qing-dynastie was de laatste keizerlijke dynastie van China. De keizers waren in deze periode afkomstig van de Mantsjoe, die rond 1644 de laatste inheemse dynastie, de Ming-dynastie, afloste. 

De Mantsjoe-heersers van de Qing-dynastie kwamen uit het noordoosten en waren etnisch verwant aan de Jürchen van de Jin-dynastie (1115-1234). Hun machtsbasis lag van oorsprong buiten de Chinese Muur, rondom het huidige Shenyang (tijdens de Qing Mukden genaamd) in Noordoost-China. De Mantjoes waren nauw verwant aan de Mongolen. Zelfs hun schriften leken op elkaar.

In 1616 verenigde Nurhaci (1559-1626) de verschillende Jürchenstammen uit Midden en Zuid - Mantsjoerije en reorganiseerde hen op militaire basis. Hhij vestigde de hoofdstad in Shenyang en kreeg door het confucianisme over te nemen de steun van 3 miljoen Chinezen in Mantsjoerije. Tot Nurhaci overleed in 1626, breidde de macht van de Jurgen zich uit over heel Noordoost-China en Mongolië, onder zijn leiding.

Zijn zoon en opvolger Abahai (Hong Taji) (1626 - 1643) zette zijn werk voort en riep in 1633 de Qing- dynastie uit. In 1637 onderwierp hij Korea en in 1644 veroverde hij Peking. Ook veranderde hij de oude naam van de stam (Jurchen) in Mantsjoe.De Mantsjoes namen de Chinese bestuursstructuur over, al legden ze ook hun eigen traditie aan de Chinezen op .

Het heeft nog vele jaren geduurd voordat de keizers van de Qing-dynastie de macht over heel China in handen hadden. Het zuiden van China werd bestuurd door Chinese generaals. Toen de centrale regering hun positie zo langzamerhand overnam, zijn ze gaan protesteren. In 1681 maakte de jonge Kangxi keizer een einde aan de opstand. De keizer zou maar liefst 60(!) regeren en hij wordt vaak gezien als de meest succesvolle keizer uit de hele Chinese geschiedenis.

De keizer had ten tijde van de Qing-dynastie absolute macht. Hij werd terzijde gestaan door een raad van invloedrijke ministers. De keizerlijke residentie was de Verboden Stad in Peking. Ook hield de keizer er een zomerpaleis op na. Beide zijn thans een museum.

Mantsjoerijse keizers behielden de stijl van geraffineerdheid van het hof en hielden vast aan de tradities van de Ming-dynastie. China beschouwde zijn eigen cultuur verheven en hield de grenzen gesloten voor buitenlanders. Ondertussen ondergingen de Europese landen de eeuw van de ontdekkingen en stonden wetenschap en technologie in hoog aanzien. 

De Mantsjoe heersers van de Qing-dynastie hebben er altijd naar gestreefd het exclusieve Mantsjoe-element in de regering te bewaren. Hoewel het aantal Mantsjoes in vergelijking met de etnische Chinezen klein was, was de groep groot genoeg om een voldoende aantal sleutelposten in de centrale en lokale bureaucratie te bezetten, en om binnen het leger een voldoende grote en krijgshaftige groep te vormen. De regering hield controle over het leger en voorkwam een te grote concentratie van macht in handen van de hoogste officieren.

Het Qing-Rijk werd centraal geregeerd. Aan de top stond de keizer. De Grote Raad bestond uit 6 personen (3 Chinezen en 3 Mantsjoes). Op het laagste niveau werd de hele gemeenschap verantwoordelijk gehouden van het gedrag van elk individu. Dit betekende een efficiënte sociale controle.

1643-1661: Shunzhi

1661-1722: Kangxi

Van 1660-1800 was er een lange tijd van orde en rust. Dit zorgde voor een ongekende economische vooruitgang en de bevolking is in deze periode zo ongeveer verdubbeld.

1722-1735: Yongzheng

1735-1795: Qianlong

Het zou nog tot 1759 duren voordat de Qing-dynastie directe controle kreeg over Oost-Turkestan. Dit gebied maakte sinds de Tang-dynastie geen deel meer uit van de Chinese invloedsfeer.

Tegen het einde van de Qianlong-periode begon het al mis te gaan met de dynastie. De keizer was geestelijk niet meer in staat om te regeren maar hij behield zijn autocratische macht.

1795-1820: Jiaqing

Van 1796-1804 woedde, in het gebeid van de bovenloop van de Yangzi-rivier, de zogenaamde ‘Witte Lotus’ opstand. Dit was een beweging van ontevreden boeren. De opstand werd onderdrukt, maar alsnog werd het duidelijk hoe slecht de regering er aan toe was.

Sinds het einde van de Ming-dynastie hadden zich al regelmatig westerse handelaren laten zien die probeerden directe handelsrelaties aan te knopen, maar dit werd bijna niet toegestaan.

In de 17e en 18e eeuw kwamen Europeanen naar China op zoek naar handel en heerschappijen. Er waren enorme verschillen in de denkwijze van de Chinezen en de Europeanen: de Chinezen achtten traditie van groot belang, terwijl de Europeanen de vooruitgang belangrijk vonden. Het Grote Kanaal slibde dicht en het graantransport werd vertraagd. Dijken die de Huang He boven het grondniveau brachten, werden niet gehandhaafd en de grote rivier brak los. Na de overstromingen volgde er hongersnood en stierven duizenden boeren. 

1820-1850: Daoguang

Tussen 1839 - 1842 voerden de Engelsen de Opiumoorlog tegen China, omdat dit land weigerde opium in te voeren uit Engelse kolonies. 

De Chinese autoriteiten wilden in 1839 een einde maken aan het gebruik en de
invoer van opium. De Daoguang-keizer stuurde “commissaris Lin” naar Canton om een einde aan de handel in opium te maken. De Engelsen slaagden erin om verschillende havens te blokkeren en het is ze zelfs gelukt om in 1840 Shanghai te veroveren. De Qing-regering kon niets meer doen, er zat voor hen niks anders op dan het vredesverdrag van ‘Nanjing’ te sluiten. Dit verdrag werd in 1842 gesloten.

Het verdrag ‘Nanjing’ hield het volgende in;
- er moest een oorlogsschatting aan de Britten worden betaald,
- er werden vijf zogenaamde verdragshavens geopend -> Guangzhou (Canton), Amoy (Xiamen), Fuzhou, Ningbo en Shanghai,
- er werd een laag douanetarief en grote handelsvrijheid voor de Engelsen ingesteld.
Ook moest China afstand doen van het eiland Hong Kong.

1850-1861: Xianfeng

Een enorme boosheid sloeg om in geweld en vanaf 1850 volgden er opstanden (1851-1864 Taiping-opstand; 

Deze opstand duurde van 1850 tot 1865 en de opstandelingen beheersten de hele middenloop van de Yangzi-rivier.

De oorzaken van deze opstand waren;
- de werkloosheid en de armoede van de plattelandsbevolking,
- de achteruitgang van het centrale gezag,
- het optreden van allerlei semi-religieuze bewegingen en geheime genootschappen zoals de ‘anti-Mantsjoe’.

De leider van deze opstand was Hong Xiuguan. Deze man was door Christelijke ideeën geïnspireerd en zag zichzelf als de jongere broer van Jezus Christus. In 1851 benoemde hij zichzelf tot koning van het ‘Hemelse Koninkrijk van de Grote Vrede’; Tai ping tian guo. In 1853 werd de hoofdstad van het opstandige gebied, Nanjing, omgedoopt tot Tianjing (Hemelse hoofdstad).

De gelijke verhoudingen in deze nieuwe gemeenschap werden overschaduwd door onderlinge strijd, die aan tienduizenden mensen het leven kostten. Door deze enorme chaos moesten de Taipings het gebied steeds meer overdragen aan de Qing.

Na het verdrag bleef er onenigheid tussen de Chinezen en de Engelsen. Deze problemen kwamen doordat beide landen het niet met elkaar eens waren over de manier waarop het verdrag moest worden uitgevoerd, gerealiseerd.
In 1860 werd Peking bezet door Franse en Engelse troepen.

1861-1875: Tongzhi

In 1864 stierf Hong X. aan ziekte of zelfmoord, waarop in 1865 het Hemelse Koninkrijk definitief ten onder is gegaan. Er vonden rond deze tijd nog vele andere opstanden plaats, en door deze zogenaamde geheime genootschappen werd er veel onrust veroorzaakt.

Na de zware verwoestingen van de opstanden was er sprake van een opmerkelijk herstel. De functies van de staat werd nieuw leven ingeblazen door een actief beleid van de centrale regering en de lokale regionale machthebbers. De lokale regionale machthebbers zijn in de drukke tijden erg machtig geworden. Dit herstel wordt ook wel de ‘Tongshi-restauratie’ genoemd.
Een aantal vooruitstrevende individuen wilde meer weten over de westerse technologie, militaire techniek in het bijzonder. Ze wilden dit proberen toe te passen in China. Deze beweging staat bekend als de ‘zelfversterkingsbeweging’. Door onder andere gebrek aan kapitaal is deze beweging uiteindelijk mislukt.
Doordat de oppermachtige heerschappij van de Chinese regering erg was aangetast, werden vele havens opengesteld voor westerse ondernemingen. De Chinese overheid had hier geen zeggenschap over, een voorbeeld hiervan is Shang Hai.

1875-1908: Guangxu

Doordat de positie van Qing-dynastie voortdurend werd aangetast gingen ook grote buitengebieden verloren. De concurrentiestrijd tussen Japan en China had een oorlog tot gevolg, de Chinees-Japanse oorlog duurde van 1894 tot 1895. China verloor deze oorlog. Er groeide grote onrust onder de Chinese bevolking over de dreigende ineenstorting.

In 1898 kwam er een hervormingsbeweging op gang, geleid door moderne intellectuelen. Deze beweging was vooral gericht op modernisering van de staatsinstellingen. Na honderd dagen is het een groep conservatieven gelukt deze beweging te onderdrukken en verschillende leiders terecht te stellen.Na de onderdrukking van de hervormingsbeweging kwamen de conservatieven weer aan de macht in Peking. Er bestond een geheim genootschap -> ‘Vuisten van gerechtigheid en harmonie’ (Yihequan). Een groep desperado’s (‘boksers’) kwam hieruit voort, met steun van de regering belegerden zij vanaf 13 juni 1900 de wijk in Peking waar de westerse en Japanse vertegenwoordigingen gevestigd waren. Yuan Shikai was een aanhanger van de boksers en later de president van de Republiek. Om deze belegering te stoppen stuurden de westerse machten troepen vanuit de havenstad Tianjin naar Peking. Ze stuurden Japanners, Russen, Engelsen, Amerikanen, Fransen, Oostenrijkers en Italianen. De belegerden werden op 14 augustus ontzet.

Boxeropstand (1900)

Na de onderdrukking van de hervormingsbeweging kwamen de conservatieven weer aan de macht in Peking. Er bestond een geheim genootschap -> ‘Vuisten van gerechtigheid en harmonie’ (Yihequan). Een groep desperado’s (‘boksers’) kwam hieruit voort, met steun van de regering belegerden zij vanaf 13 juni 1900 de wijk in Peking waar de westerse en Japanse vertegenwoordigingen gevestigd waren. Yuan Shikai was een aanhanger van de boksers en later de president van de Republiek. Om deze belegering te stoppen stuurden de westerse machten troepen vanuit de havenstad Tianjin naar Peking. Ze stuurden Japanners, Russen, Engelsen, Amerikanen, Fransen, Oostenrijkers en Italianen. De belegerden werden op 14 augustus ontzet.

In 1905 werd het examenstelsel afgeschaft, als maatregel ter modernisering. Sun Yat-sen werd in 1905 het hoofd van het revolutionaire Tongmenghui (Verenigd genootschap). 

1908-1911: Xuantong

In 1911 bracht een revolutie onder leiding van Sun Yat-sen, de Qing-dynastie ten val, waarmee er een eind kwam aan tweeduizend jaar keizerlijke regering. In 1911 riep hij in Nanjing de republiek uit met zichzelf als president. Vanaf dat moment viel de ene na de andere stad in handen van de opstandelingen, totdat enige maanden later het volledige keizerrijk ineenstortte.
In 1912 werd e laatste keizer Puyi gedwongen afstand te doen van de troon en China werd een republiek.

Republiek China (1912 - heden)