2953

Tang Dynastie (618 - 626)

Sui-dynastie (581 - 618)

De Han-dynastie (202 v. Chr. - 220 n. Chr.) en de Tang dynastie worden beschouwd als de twee grootste dynastieën uit het Chinese keizerlijk verleden. Onder de Tang dynastie kwam een lange periode van economische voorspoed, grote militaire macht, suprematie over de omringende staten, bloeiende aristocratie en culturele hoogstand tot stand. Hun hoofdstad in Chang'an (de oude hoofdstad van het Han-rijk, nabij de oude hoofdstad H'sieny-ang van het Qin-rijk) werd een groot centrum waar ook menig buitenlandse handelaars en politieke afgevaardigden uit de ganse wereld elkaar troffen. Het werd "het" diplomatiek centrum van Azië. De Tang dynastie heeft ons een schat aan zeer gevarieerde grafvondsten nagelaten.

De Tang dynastie noemde de stad Siking, wat 'westelijke hoofdstad' betekent. Ze werd helemaal opnieuw aangelegd volgens een 'goddelijk plan' en kreeg een reusachtige omvang (10 bij 8 km). Net als het land der goden werd de vorm rechthoekig. Binnen de muren vormden brede boulevards een rasterwerk van evenwijdige lijnen die de harmonie van het paradijs weerspiegelden. Naast het keizerlijke paleis en de paleizen voor de administratie en de diplomaten werden er 108 wijken aangelegd die ieder afzonderlijk ommuurd waren. Dit werd gedaan om gemakkelijker controle over de stad te kunnen uitoefenen.
Het bevolkingsaantal groeide onder de Tang dynastie tot bijna 2 miljoen, waarmee het verreweg de grootste stad van de wereld werd. In deze tijd hadden o.a. Sogdiaanse handelaren een eigen wijk in de stad.

Rechts: Chang'an (thans: Xi'an) in de tijd van de Tang dynastie

De Tang-dynastie wordt evenals de Handynastie beschouwd als één van China's twee klassieke dynastieën. Het Tangrijk bereikte de grootste territoriale uitstraling en machtsuitoefening uit de gehele Chinese geschiedenis. Ook in cultureel opzicht vormde de Tang-dynastie een hoogtepunt. De opvallend getalenteerde eerste keizers van deze dynastie hebben aan het prestige van deze periode belangrijk bijgedragen.
In deze tijd bereikte het Boeddhisme in China haar grootste bloei. De neergang en de val van de dynastie, die na het begin van de An Lushan-opstand in 755 - 756 een aanvang nam, betekende eveneens het einde van de dominante positie van het Boeddhisme en een terugkeer van een hervormd neonconfucianisme. Een ander blijvend fenomeen van de Tang is de verschuiving van het zwaartepunt van de Chinese cultuur en economie van het gebied rondom de Gele Rivier naar het zuiden.

De vestiging van de Tang-dynastie 

Li Yuan (618 - 626), postume keizersnaam Tang Gaozu

De reeds 50-jarige Tang Gaozu, ervaren legeraanvoerder uit Taiyuan (hoofdstad van de huidige provincie Shanxi), wist met hulp van zijn zoon Li Shimin, die eveneens reeds een zeer getalenteerde veldheer was, in 618 de keizerstroon te bestijgen als eerste keizer van Tangdynastie. 

Toen Tang Gaozu aan de macht kwam was zijn rijk nog steeds een strijdtoneel voor rivaliserende groepen en families. Het nam hem zes jaar om orde op zaken te stellen. Hij deed dit met behulp van zijn tweede zoon Li Shimin die hem later zou opvolgen. Gaozu legde de basis zowel politiek als militair voor het verdere bestaan van de Tang dynastie. Zijn zoon Li Shimin echter beschreef hem later als een zwak man. 

Het succes van Tang Gaozu, was onder andere te danken aan zijn diplomatieke gaven en zijn vermogen om vijandschappen in bondgenootschappen om te zetten. Bovendien voerde hij een aantal effectieve economische hervormingen door, zoals landverdeling onder de boeren en de instelling van een efficiënt belastingsysteem. Bovendien kon hij staatkundig voortbouwen op wat de Suidynastie (581 - 618) op dit gebied aangevangen had. Militair wist hij het rijk pas in 624 geheel onder zijn controle te krijgen.

 Tang-dynastie (626 - 649)

Laatst bijgewerkt: 22-07-05

colofon