3071

Hertogdom Gelre (1200-1300)

 

Gelre (1100 - 1200)

Opnieuw in oorlog
In 1202 valt bisschop Dirc II Holland binnen, omdat graaf Dirk VII van Holland zijn leenplichten niet is nagekomen. Dirk VII brengt de bisschop al gauw in het nauw. De bewoners van Deventer zien dan hun kans schoon om het bestuur van de stad aan Otto I aan te bieden. Hetgeen deze natuurlijk niet weigert! De bisschop van Utrecht is des duivels om deze actie. Gelre en Holland hebben ongewild hun krachten verenigd. De graaf van Holland belegert de stad Utrecht en Otto I heeft Deventer en een groot deel van Oversticht (nu Overijssel). De grote drie van Noord-Nederland zijn nu in oorlog. De bisschop vraagt en krijgt steun van zijn bondgenoot hertog Hendrik I van Brabant. Met verse Brabantse troepen rukt hij de Veluwe binnen en verwoest hij alle landerijen. Vervolgens slaat hij de opstand in Deventer neer. Daarna trekt hij op naar Zutphen, waar Otto I zich heeft verschanst. De bisschop weet de stad na een korte schermutseling in te nemen. Otto I wordt daarbij gevangen genomen en aan de hertog van Brabant uitgeleverd. Deze wil de leenband over de Veluwe verbreken, zodat dit leen terugvalt aan Brabant. Otto I weet dit echter voorlopig te voorkomen. Otto's ongewilde bondgenoot graaf Dirk VII van Holland stormt uit ontzetting onmiddellijk Brabant binnen. Het kasteel te Tiel (toen bij Brabant) en de stad zelf worden geplunderd. Een week later wordt ’s-Hertogenbosch verrast en neemt Dirk VII twee broers van de hertog van Brabant en een groot aantal ridders gevangen. Met een grote legermacht trekt de hertog van Brabant vervolgens naar Heusden op, waar Dirk VII zich schuil houdt. Na een verwoede veldslag wordt Dirk VII ook gevangen genomen.  Om aan deze chaotische situatie een eind te maken besluit Philip von Swaben, in samenspraak met de aartsbisschop van Keulen, alle partijen naar Maastricht te roepen.

Losgeld voor de graaf
In Maastricht komen in 1203 beide gevangen genomen graven voor hoge losgelden vrij. Graaf Otto I moet 2500 mark betalen en een nadelige vrede sluiten. De grens tussen Gelre en Oversticht ligt nu vast langs de Hunnepe of Dortherbeek. Nu nog steeds de grens! Al is de Dortherbeek tegenwoordig behoorlijk gekanaliseerd, hetgeen men met de grens achterwege heeft gelaten. Otto I's munten mogen niet meer op die van Deventer lijken. Bovendien weet de hertog van Brabant te bewerkstelligen dat zijn dochter Margaretha trouwt met de zoon van Otto, Gerhard IV. Op deze wijze hoopt hij in Gelre meer invloed te verkrijgen. Dit huwelijk bindt de graaf van Gelre nog nauwer aan keizer Otto IV, omdat deze ook met een Brabantse dochter is getrouwd. Hetgeen internationale verwikkelingen zal geven. De toegenomen Brabantse invloed op het bisdom Utrecht en de dreiging hiervan voor Holland en Gelre noopt beide graven ertoe in de toekomst nauwer samen te gaan werken. Deze samenwerking zal de politiek bepalen in de volgende eeuw. Otto I heeft hiertoe de aanzet gegeven door zijn dochter Adelheid uit te huwelijken. In 1207 overlijdt Otto I na een leven vol strijd, wat Gelre veel heeft gekost. Eerst de dure kruistocht en vervolgens het losgeld na zijn gevangenname. Maar de stad Zutphen zal hem zich ondanks dat gunstig herinneren, tenslotte heeft Otto I hen stadsrechten geschonken. Otto I de Grote wordt opgevolgd door zijn oudste zoon Gerhard IV. Otto I wordt begraven in de St. Walburgiskerk te Zutphen.

Geleidelijk breidt het Gelders gebied zich uit en in 1248 verwerft graaf Otto II de Rijksstad Nijmegen. Gelre bestaat dan uit vier kwartieren: Nijmegen, de Graafschap Zutphen, de Veluwe en Opper-Gelre (de streek rond Venlo, Roermond en het nu Duitse Geldern).

In de 13e eeuw werden de graven Otto en Reinoud l (1271-1326) van Gelre machtige vorsten, vooral dankzij de tolgelden die zij hieven bij Lobith van de langsvarende vrachtschepen over de Rijn. Toen in de 13 eeuw de Zuiderzee beter bevaarbaar werd voor de grotere schepen, werd de handelsweg van Engeland en het noorden van Duitsland naar het Rijngebied via de IJssel steeds belangrijker. Deventer werd al in de 11e en 12e eeuw door kooplieden bezocht. Daar kwamen nu Kampen en Zwolle als handelscentra bij. Deze handelssteden werden grote concurrenten van Utrecht. De graaf van Gelre breidde zijn gebied ook steeds meer uit. Zo verwierf hij de steden Groenlo en Nijmegen (1247), daarvoor een vrije rijksstad. Maar in hun gebied hadden de graven van Gelre echter niet overal gezag. Er waren tal van landgoederen die vrijwel zelfstandig waren. Deze landheren werden in 15e eeuw "bannerheren" genoemd. Zij mochten een eigen banier (vierkant veldteken voeren in plaats van een simpel vaandel, dat in twee punten eindigde. 

Veel voordeel hadden de graven van Gelre van de ligging van hun gebied. Zij beheersten de hele scheepvaart over de Rijn, Waal, IJssel en Maas (bij Venlo en Roermond). 

Reinald I de Strijdbare, 1271-1326, graaf van Gelre en Zutphen, was een erfgenaam met ambities. Als enige zoon tussen vijf dochters groeide Reinald I op. Nooit hoefde hij zich iets te ontzeggen, want als "kroonprinsje" werd hij op handen gedragen. Op 17-jarige leeftijd erfde hij een groot gebied van zijn vader Otto II. Reinald I's ambities reikten echter verder. Hij was nog een kind toen hij op 11 maart 1274 trouwde met Irmgard van Limburg, een zwakke en ziekelijke vrouw. Zij was enig kind van hertog Walram III van Limburg. Die hertogshoed leek vader Otto II wel wat en dat was ook de voornaamste reden voor het huwelijk van Reinald I met Irmgard.

Toen de hertog van Limburg in 1280 stierf had hij geen zoon om hem op te volgen. De strijd om het hertogdom Limburg begon. De Rooms-Koning Rudolf van Habsburg droeg het bestuur op aan Irmgard als enig erfgenaam en Reinald I liet zich als hertog huldigen. Irmgard stierf in 1283 zonder dat zij kinderen had gekregen. Reinald I was echter niet van plan om het bestuur over Limburg uit handen te geven. De Maas stroomde immers door Limburg en dat betekende aantrekkelijke tolheffing. Graaf Adolf van Berg, een buurman van Reinald I, meende op grond van familiebanden aanspraak te kunnen maken op het Limburgse hertogdom. Hij was de broer van de overleden Walram III en de enige met een directe bloedband met de hertogen van Limburg. De graaf van Berg betwistte op grond hiervan de verre familierechten van Reinald I en vreesde tevens de macht van Gelre. De graaf  van Berg had geld noch machtige bondgenoten die hem konden helpen. Hij verkocht zijn aanspraak aan de machtige hertog Jan I van Brabant. De daadkrachtige hertog van Brabant was inmiddels zijn zwakzinnige oudere broer opgevolgd en had verontrust toegezien hoe de rijkdom en macht van zijn Gelderse buurman was  toegenomen. Hij greep het aanbod van de graaf van Berg graag aan om zijn Gelderse buurman een halt toe te roepen. Als immers Reinald I voorgoed Limburg zou verwerven, zou hij met Gelre een geweldige wig drijven tussen Brabant en het Duitse achterland. Alle handelswegen liepen dan over Reinald I's grondgebied. Reinald I wist dit uiteraard ook en hij gaf zijn aanspraken dan ook niet op. Ook al wist hij dat hij een machtige tegenstander voor zich had. In 1283 was het oorlog.

De graaf van Gelre en de hertog van Brabant zochten bondgenoten. Reinald I kreeg steun van naaste buren, de graven van Gulik en Kleef, Nieuwenaar, Salm en Luxemburg. De vroegere vriend van de hertog van Brabant, nu aartsbisschop van Keulen, Siegfried van Westenburg, liep over naar Reinald's kamp. Ook de voorvader van onze Willem van Oranje, graaf Adolf van Nassau, steunde Reinald I. De meeste edelen in Limburg, waaronder de heer van Valkenburg, steunden Reinald I. De ruïne van wat eens de burcht was van deze eigenzinnige ridder, torent nog steeds op boven het gelijknamige plaats in Limburg. De heren van Valkenburg waren verre familie van Reinald I. 

Reinald I's tweede huwelijk stond ook in het teken van de politiek. Op 3 juli 1286 hertrouwde hij met Margaretha van Vlaanderen, dochter van de immens rijke graaf Guy van Vlaanderen.

Hertog Jan I werd eveneens niet door de minsten bijgestaan. De graven van Berg, Bourgondië, Hessen, Loon (in België) en de bisschop van Luik, een zwager van de Brabantse hertog. Ook Floris V van Holland steunde zijn goede vriend Jan I, zonder dat de Hollandse graaf zich overigens actief in de strijd mengde. Daarnaast hoopte hertog Jan I op de hulp van de rijkssteden Aken en Keulen, waarvan van de laatste de burgerij het voortdurend aan de stok had met hun aartsbisschop. Zoals gebruikelijk werden rooftochten in elkaars gebied georganiseerd. Successen van betekenis zaten er niet bij. Totdat de hertog van Brabant van twee kanten Gelre binnenviel. 

Om zijn gebied te beschermen moest Reinald I Limburg verlaten. De hertog van Brabant trok zich terug in Tiel, dat in die tijd nog van Brabant was. Een hevig gevecht volgde en vele Gelderse edelen kwamen om. De hertog trok daarop ongehinderd de Bommelerwaard binnen en nam Zaltbommel in. Reinald I werd uitgedaagd voor een veldslag en had de keus aan welke oever de legers elkaar zouden ontmoeten. Hij nam wijselijk het aanbod niet aan. Zijn leger had net een pijnlijke nederlaag geleden en was nodig aan verversing toe. Een jaar later keerde hij terug om Tiel in te nemen. Als wraak voor Zaltbommel stak hij Tiel in brand. Zo ging het 5 jaar voort. De Keulse aartsbisschop viel het graafschap Berg binnen en het aartsbisdom Keulen werd geplunderd door Brabantse troepen. In de hele Maas- en Rijnstreek van de Ardennen tot aan de Stichtse grens stegen de rookwolken op.


Het conflict zou uitmonden in een veldslag bij Woeringen op 5 juni 1288. Deze slag die door de zangers en dichters uit die dagen met geestdrift werd bezongen,  zou, na aanvankelijk een sterk begin van de Gelderse troepen, uitlopen op een geweldige nederlaag. Reinoud werd gevangen genomen. Om hem uit zijn gevangenschap te bevrijden vielen Gelderse troepen Brabant binnen, maar tegen deze machtige tegenstander konden ze niet op. Reinald I's schoonvader graaf Guy van Vlaanderen wist nu wel succesvol te bemiddelen. 

Samen met de koning van Frankrijk wist de graaf van Vlaanderen Reinald I vrij te krijgen. Reinald I moest zwaar voor de vrede betalen. Reinald I moet afstand doen van zijn rechten op Limburg en daarnaast moest hij 4 kastelen, waaronder zijn voorvaderlijk kasteel Wassenberg afstaan. Tiel viel terug aan Brabant, maar daarvoor ontving Reinald I Zaltbommel en de Bommelerwaard terug. Verder moest Reinald I alle oorlogsschade betalen. Met de slag bij Woeringen was er een eind gekomen aan de Gelderse expansie.

De verpanding van Gelre, 1290-1296
De oorlog om Limburg had Gelre aan de rand van de afgrond gebracht. Steden en kastelen waren beschadigd, landen uitgeput, streken verwoest, verscheidene edelen waren in de slag gedood of verkeerden in gevangenschap. De schatkist was leeg en de bevolking leefde in armoede. Om het benodigde geld voor de opbouw bijeen te krijgen moest Reinald I zijn graafschappen Kessel, Gelre en Zutphen in pand geven aan zijn schoonvader. Hiervoor kreeg graaf Guy van Vlaanderen het recht deze graafschappen 5 jaar te exploiteren, of totdat alle schulden waren afbetaald. Tot die tijd mocht Reinald I zich niet met zijn graafschappen inlaten. De Vlaamse graaf nam daarbij geen halve maatregelen en stelde Gelre onder het bewind van zijn eigen ambtenaren. Zo werd de heer van Valkenburg, een vriend van Reinald I, aangesteld als stadhouder. Echter tot groot ongenoegen van de Gelderse edelen en steden, die nu indirect Reinald I's oorlogskosten moesten betalen. Reinald I besefte met de graaf van Vlaanderen het paard van Troje binnen te hebben gehaald. Gelre werd kaalgeplukt.

Door aan de steden met terugwerkende kracht allerlei rechten toe te kennen, die nog niet op papier stonden, probeerde Reinald I de grootste schade te voorkomen. Hierbij verloor Reinald I zijn eigen belang niet uit het oog, want allerlei onduidelijke rechten en plichten uit het verleden werden nu ten voordele van de graven van Gelre vastgelegd. Hij wist immers dat er aan de verpanding ooit een einde zou komen. De lange reeks valse oorkondes werd waarschijnlijk geproduceerd in klooster Betlehem. Reinald I mocht zich niet actief met het bestuur van zijn graafschap bemoeien tijdens de verpanding dus alle oorkondes worden geantidateerd.

De Vlamingen zijn uiteraard uit op gewin. Daartoe werd door Vlaamse ambtenaren een centrale administratie ingevoerd, waar overigens de Gelderse graven later veel profijt van zouden hebben. De steden werden ondanks de 'nieuwe' oorkondes uitgeknepen. 

In 1296 schreef Reinald I een meterslange klacht over de uitbuitingspolitiek van de Vlamingen. In 1290 wist Reinald I vlak na de verpanding van de Rooms-Koning gedaan te krijgen dat hij met het bestuur in Oost-Friesland en andere Friese gebieden werd beleend. Toen Rooms-Koning Rudolf van Habsburg in 1294 overleed probeerde Reinald I zelf om Rooms-Koning te worden. Zijn schoonvader wilde hem echter niet steunen, gezien de afhankelijke positie die Reinald I had.

Beroofd van zijn landsheerlijke inkomsten moest Reinald I geregeld grote sommen van zijn schoonvader bijlenen. Deze vermaande Reinald I om toch eens wat zuiniger aan te doen, omdat hij anders nooit de pandschap in zou lossen. Reinald I wist zich toch binnen de gestelde termijn van 5 jaar van zijn zwaarste last te bevrijden, toen hij door keizer Rudolf I van Habsburg in staat werd gesteld om de graaf van Vlaanderen terug te betalen. De keizer had geen belang bij een vleugellam Gelre. Hij probeerde in het roerige noordwesten van zijn rijk evenwicht te handhaven tussen zijn leenmannen. Een keizerlijke verdeel-en-heers-politiek. Het zou echter tot 1311 duren, voordat alle kosten terugbetaald waren. Er brak een tijd van vrede aan. Reinald I wijdde zich tijdens de verpanding van zijn goederen aan de ontwikkeling van de landbouw. Veel landbouwgrond werd in deze tijd ontgonnen. Tevens werden er waterschappen opgericht om waterlopen te reguleren.

Gelre (1300 - 1400)

laatst bijgewerkt: 09-11-05