6252

Graafschap / Hertogdom Gelre (1271 - 1326)

Graafschap Gelre (1207 - 1271)

Reinald I de Strijdbare, 1271-1326, graaf van Gelre en Zutphen, was een erfgenaam met ambities. Hij groeide op als enige zoon tussen vijf dochters. Nooit hoefde hij zich iets te ontzeggen, want als "kroonprinsje" werd hij op handen gedragen. Op 17-jarige leeftijd erfde hij een groot gebied van zijn vader Otto II. Reinald I's ambities reikten echter verder. Hij was nog een kind toen hij op 11 maart 1274 trouwde met Irmgard van Limburg, een zwakke en ziekelijke vrouw. Zij was enig kind van hertog Walram III van Limburg. Die hertogshoed leek vader Otto II wel wat en dat was ook de voornaamste reden voor het huwelijk van Reinald I met Irmgard.

Toen de hertog van Limburg in 1280 stierf had hij geen zoon om hem op te volgen. De strijd om het hertogdom Limburg begon. De Rooms-Koning Rudolf van Habsburg droeg het bestuur op aan Irmgard als enig erfgenaam en Reinald I liet zich als hertog huldigen. Irmgard stierf in 1283 zonder dat zij kinderen had gekregen. Reinald I was echter niet van plan om het bestuur over Limburg uit handen te geven.

De Maas stroomde immers door Limburg en dat betekende aantrekkelijke tolheffing. Graaf Adolf van Berg, een buurman van Reinald I, meende op grond van familiebanden aanspraak te kunnen maken op het Limburgse hertogdom. Hij was de broer van de overleden Walram III en de enige met een directe bloedband met de hertogen van Limburg. De graaf van Berg betwistte op grond hiervan de verre familierechten van Reinald I en vreesde tevens de macht van Gelre. De graaf  van Berg had geld noch machtige bondgenoten die hem konden helpen. Hij verkocht zijn aanspraak aan de machtige hertog Jan I van Brabant. De daadkrachtige hertog van Brabant was inmiddels zijn zwakzinnige oudere broer opgevolgd en had verontrust toegezien hoe de rijkdom en macht van zijn Gelderse buurman was  toegenomen. Hij greep het aanbod van de graaf van Berg graag aan om zijn Gelderse buurman een halt toe te roepen. Als immers Reinald I voorgoed Limburg zou verwerven, zou hij met Gelre een geweldige wig drijven tussen Brabant en het Duitse achterland. Alle handelswegen liepen dan over Reinald I's grondgebied. Reinald I wist dit uiteraard ook en hij gaf zijn aanspraken dan ook niet op. Ook al wist hij dat hij een machtige tegenstander voor zich had. In 1283 was het oorlog.

De graaf van Gelre en de hertog van Brabant zochten bondgenoten. Reinald I kreeg steun van naaste buren, de graven van Gulik en Kleef, Nieuwenaar, Salm en Luxemburg. De vroegere vriend van de hertog van Brabant, nu aartsbisschop van Keulen, Siegfried van Westenburg, liep over naar Reinald's kamp. Ook de voorvader van onze Willem van Oranje, graaf Adolf van Nassau, steunde Reinald I. De meeste edelen in Limburg, waaronder de heer van Valkenburg, steunden Reinald I. De ruïne van wat eens de burcht was van deze eigenzinnige ridder, torent nog steeds op boven het gelijknamige plaats in Limburg. De heren van Valkenburg waren verre familie van Reinald I. 

Reinald I's tweede huwelijk stond ook in het teken van de politiek. Op 3 juli 1286 hertrouwde hij met Margaretha van Vlaanderen, dochter van de immens rijke graaf Guy van Vlaanderen.

Hertog Jan I werd eveneens niet door de minsten bijgestaan. De graven van Berg, Bourgondië, Hessen, Loon (in België) en de bisschop van Luik, een zwager van de Brabantse hertog. Ook Floris V van Holland steunde zijn goede vriend Jan I, zonder dat de Hollandse graaf zich overigens actief in de strijd mengde. Daarnaast hoopte hertog Jan I op de hulp van de rijkssteden Aken en Keulen, waarvan van de laatste de burgerij het voortdurend aan de stok had met hun aartsbisschop. Zoals gebruikelijk werden rooftochten in elkaars gebied georganiseerd. Successen van betekenis zaten er niet bij. Totdat de hertog van Brabant van twee kanten Gelre binnenviel. 

Om zijn gebied te beschermen moest Reinald I Limburg verlaten. De hertog van Brabant trok zich terug in Tiel, dat in die tijd nog van Brabant was. Een hevig gevecht volgde en vele Gelderse edelen kwamen om. De hertog trok daarop ongehinderd de Bommelerwaard binnen en nam Zaltbommel in. Reinald I werd uitgedaagd voor een veldslag en had de keus aan welke oever de legers elkaar zouden ontmoeten. Hij nam wijselijk het aanbod niet aan. Zijn leger had net een pijnlijke nederlaag geleden en was nodig aan verversing toe. Een jaar later keerde hij terug om Tiel in te nemen. Als wraak voor Zaltbommel stak hij Tiel in brand. Zo ging het 5 jaar voort. De Keulse aartsbisschop viel het graafschap Berg binnen en het aartsbisdom Keulen werd geplunderd door Brabantse troepen. In de hele Maas- en Rijnstreek van de Ardennen tot aan de Stichtse grens stegen de rookwolken op.


Het conflict zou uitmonden in een veldslag bij Woeringen op 5 juni 1288. Deze slag die door de zangers en dichters uit die dagen met geestdrift werd bezongen,  zou, na aanvankelijk een sterk begin van de Gelderse troepen, uitlopen op een geweldige nederlaag. Reinoud werd gevangen genomen. Om hem uit zijn gevangenschap te bevrijden vielen Gelderse troepen Brabant binnen, maar tegen deze machtige tegenstander konden ze niet op. Reinald I's schoonvader graaf Guy van Vlaanderen wist nu wel succesvol te bemiddelen. 

Samen met de koning van Frankrijk wist de graaf van Vlaanderen Reinald I vrij te krijgen. Reinald I moest zwaar voor de vrede betalen. Reinald I moet afstand doen van zijn rechten op Limburg en daarnaast moest hij 4 kastelen, waaronder zijn voorvaderlijk kasteel Wassenberg afstaan. Tiel viel terug aan Brabant, maar daarvoor ontving Reinald I Zaltbommel en de Bommelerwaard terug. Verder moest Reinald I alle oorlogsschade betalen. Met de slag bij Woeringen was er een eind gekomen aan de Gelderse expansie.

De verpanding van Gelre 1290-1296
De oorlog om Limburg had Gelre aan de rand van de afgrond gebracht. Steden en kastelen waren beschadigd, landen uitgeput, streken verwoest, verscheidene edelen waren in de slag gedood of verkeerden in gevangenschap. De schatkist was leeg en de bevolking leefde in armoede. Om het benodigde geld voor de opbouw bijeen te krijgen moest Reinald I zijn graafschappen Kessel, Gelre en Zutphen in pand geven aan zijn schoonvader. Hiervoor kreeg graaf Guy van Vlaanderen het recht deze graafschappen 5 jaar te exploiteren, of totdat alle schulden waren afbetaald. Tot die tijd mocht Reinald I zich niet met zijn graafschappen inlaten. De Vlaamse graaf nam daarbij geen halve maatregelen en stelde Gelre onder het bewind van zijn eigen ambtenaren. Zo werd de heer van Valkenburg, een vriend van Reinald I, aangesteld als stadhouder. Echter tot groot ongenoegen van de Gelderse edelen en steden, die nu indirect Reinald I's oorlogskosten moesten betalen. Reinald I besefte met de graaf van Vlaanderen het paard van Troje binnen te hebben gehaald. Gelre werd kaalgeplukt.

Door aan de steden met terugwerkende kracht allerlei rechten toe te kennen, die nog niet op papier stonden, probeerde Reinald I de grootste schade te voorkomen. Hierbij verloor Reinald I zijn eigen belang niet uit het oog, want allerlei onduidelijke rechten en plichten uit het verleden werden nu ten voordele van de graven van Gelre vastgelegd. Hij wist immers dat er aan de verpanding ooit een einde zou komen. De lange reeks valse oorkondes werd waarschijnlijk geproduceerd in klooster Betlehem. Reinald I mocht zich niet actief met het bestuur van zijn graafschap bemoeien tijdens de verpanding dus alle oorkondes worden geantidateerd.

De Vlamingen zijn uiteraard uit op gewin. Daartoe werd door Vlaamse ambtenaren een centrale administratie ingevoerd, waar overigens de Gelderse graven later veel profijt van zouden hebben. De steden werden ondanks de 'nieuwe' oorkondes uitgeknepen. 

In 1296 schreef Reinald I een meterslange klacht over de uitbuitingspolitiek van de Vlamingen. In 1290 wist Reinald I vlak na de verpanding van de Rooms-Koning gedaan te krijgen dat hij met het bestuur in Oost-Friesland en andere Friese gebieden werd beleend. Toen Rooms-Koning Rudolf van Habsburg in 1294 overleed probeerde Reinald I zelf om Rooms-Koning te worden. Zijn schoonvader wilde hem echter niet steunen, gezien de afhankelijke positie die Reinald I had.

Beroofd van zijn landsheerlijke inkomsten moest Reinald I geregeld grote sommen van zijn schoonvader bijlenen. Deze vermaande Reinald I om toch eens wat zuiniger aan te doen, omdat hij anders nooit de pandschap in zou lossen. Reinald I wist zich toch binnen de gestelde termijn van 5 jaar van zijn zwaarste last te bevrijden, toen hij door keizer Rudolf I van Habsburg in staat werd gesteld om de graaf van Vlaanderen terug te betalen. De keizer had geen belang bij een vleugellam Gelre. Hij probeerde in het roerige noordwesten van zijn rijk evenwicht te handhaven tussen zijn leenmannen. Een keizerlijke verdeel-en-heers-politiek. Het zou echter tot 1311 duren, voordat alle kosten terugbetaald waren. Er brak een tijd van vrede aan. Reinald I wijdde zich tijdens de verpanding van zijn goederen aan de ontwikkeling van de landbouw. Veel landbouwgrond werd in deze tijd ontgonnen. Tevens werden er waterschappen opgericht om waterlopen te reguleren.  

Reinald I weet dat hij binnenkort zijn pandschap volledig in kan lossen, zodat hij alleen nog met de stadsbrieven van de steden in de maag zit. Hij kan ze niet zelf herroepen, dat zou vreemd staan. De vos Reynaerde heeft een sluw plan verzonnen. In 1310 lokt hij een Rijksdagvonnis uit versus de steden om de macht van de steden in te dammen. Zo worden de rechten van de steden, toegekend in de valse oorkondes, grotendeels teniet gedaan. Er is namelijk geen toestemming aan de leenheer, koning Hendrik VII, gevraagd. Zutphen blijft dit lot bespaard, omdat zij allodiaal bezit van de graven van Zutphen zou zijn. Meteen na de uitspraak verleent Hendrik VII de koninklijke machtiging om de nietig verklaarde stadsbrieven door nieuwe te vervangen. Zo wordt het gezichtsverlies voor Reinald I beperkt, maar de geest is uit de fles. In de jaren daarna weet niemand meer wat echt of vals is. Bovendien zal dit gekonkel het vertrouwen van de steden in Reinald I ernstig hebben geschaad, hetgeen hem later op zal breken.

In 1311 heeft de hertog van Brabant nog steeds geen belangstelling voor de Veluwe. Hij verzuimt de aan de bisschop van Utrecht verschuldigde leenhulde te doen, zodat deze de Veluwe rechtstreeks aan Reinald I in leen geeft. Daarmee is deze oude kwestie eindelijk beslist.

Langzamerhand wordt de territorialisering van het graafschap Gelre voltooid. De invloed hiervan ziet men terug in de naam waarmee Reinald I zich tooit. Graaf van Gelre en Zutphen. Een combinatie van twee zelfstandige titels, de eerste komt van Gelre en de tweede van Zutphen. Dit impliceert dat er een graafschap Zutphen is. In 1299 vat Reinald I zijn bezittingen samen met de benaming "hereditas paterna et comitia Zutphaniensis". In deze oorkonde wordt met één pennenstreek de St. Walburgiskerk met alle gronden tot een eigenkerk van de graven van Zutphen gebombardeerd. In de mist van het verleden is men vergeten dat de graven van Zutphen eigenlijk leenheren zijn van de bisschop van Utrecht. En die heeft op zijn beurt de goederen in leen van de koning. Langzamerhand is er een omslag in de naam "van Gelre en Zutphen" te bespeuren. Is het eerst een territorium dat naar de graaf is vernoemd, nu wordt het een land waarnaar de graaf is vernoemd. Deze omslag verloopt geleidelijk en Gelre en Zutphen worden in een personele unie, namelijk de graaf van Gelre en Zutphen, verenigd.

Verheffing tot rijksvorst
Inmiddels begint de tijd te dringen om een opvolger te krijgen. Maragaretha van Vlaanderen schenkt Reinald I twee dochters, maar geen zoon. Reinald I heeft daarmee dezelfde dynastieke zorgen als zijn vader Otto II een halve eeuw eerder. Dat betekent dat Gelre voor zijn nakomelingen verloren gaat, met uitzondering van de allodiale bezittingen. Destijds mogen de dochters van Otto II erven, maar dat recht moet door iedere keizer opnieuw worden toegezegd. De relatie met de keizer is echter slecht. Toch weet Reinald I uiteindelijk van Rooms-Koning Adolf van Nassau op 21 januari 1295 de toezegging gedaan te krijgen. Maar waarschijnlijk wordt in dit jaar Reinald II, de vurig gewenste opvolger, geboren. Van keizer Heinrich VII mag hij op eigen gezag tol heffen en jaarmarkten aan steden schenken. Keizer Friedrich van Habsburg verheft Reinald I op 1 augustus 1317 tot Duits rijksvorst (Princeps Imperii), zodat hij in rang nu boven alle Gelderse edelen, inclusief de bannerheren, staat. Alle voormalige keizerlijke rechten in zijn gebied mag hij nu zelf uitvoeren.
Helaas voor Reinald I komt er niets van de officiële ceremonie terecht, want de keizer wordt verslagen en heeft niets meer te zeggen. De toezegging is dus niets waard. Niettemin is Zutphen met alle falsificaties nu vrij bezit van de graaf van Gelre geworden.

Al zijn het voorspoedige jaren voor zijn gebied, met Reinald I zelf gaat het steeds minder goed. De hoofdwond die hij in de slag bij Woeringen oploopt wil niet genezen en zijn geest lijdt daar onder. Hij wordt steeds bedroefder en somberder en deze depressies duren steeds langer. Zijn enige zoon, Reinald II, heeft hij niet in de hand. Zijn zoon bekritiseert hem over iedere beslissing die hij neemt en zet de edelen en steden tegen hem op. De voortdurende onenigheid verbittert de graaf. Daarbij komt de wroeging die hij heeft over het vele bloed dat hij heeft vergoten in het begin van zijn carrière. Door grote schenkingen aan kerken, kloosters en schenkingen probeert hij berouw te tonen voor zijn zonden. Hij hoopt zo een plaats in de hemel veilig te stellen. 

Reinald II, de zoon van Reinald l,.zag zijn erfenis danig slinken en wist enkele edelen en steden achter zich te krijgen die het eveneens oneens waren met het belied van zijn vader. Het kwam tot een burgeroorlog, waarbij in de Betuwe werd gevochten. Dankzij bemiddeling van graaf Willem van Holland op een vergadering van Gelderse edelen en steden werd op 3 september 1318 de vrede getekend. Deze vergadering is het oudste voorbeeld waarbij edelen en steden samenkwamen om de Gelderse belangen te behartigen. Het was daarmee niet meer een gebied dat naar een graaf is vernoemd, maar een gebied met een eigen identiteit: 'Gelreland'. Besloten werd dat beide Reinalden een deel van het bewind uitvoerden en beide een vast jaargeld daarvoor krijgen. Vader en zoon beloven zich daaraan te onderwerpen.

Reinoud voerde een wanbestuur. Zijn spilzucht, misschien voortkomend uit zijn verwende jeugd, brak hem uiteindelijk op. In 1320 vertoonden zijn depressies tekenen van krankzinnigheid. Zijn zoon Reinoud ll ontnam zijn vader zijn bestuursbevoegdheid en liet hem opsluiten in kasteel Montfort (ook bekend als De Grauwert) in Limburg. Ondanks zijn hechtenis werd hij vorstelijk behandeld. Nog 6 droevige jaren restten hem in het kasteel, terwijl zijn ziekte verergerde. Reinoud regeerde als regent tot aan zijn dood in 1326. Hij werd begraven in klooster 's-Gravendaal naast zijn beide echtgenoten Ermgard en Margaretha.

rechts: de ruïne van het kasteel van Montfort

Gelre (1326 - 1402)

laatst bijgewerkt: 11-02-09

colofon