2461 |
Graafschap Gelre (1100 - 1200) |
![]() In de elfde eeuw ontstaat rond het stadje Gelre het Graafschap Gelre. De eerste graaf van Gelre was Gerhard l, die het bezit Wassenberg na het overlijden van zijn beide ooms (Hendrik en Theodericus) had ca. 1085 geërfd van zijn al in 1058 overleden vader Gerardus lll. Gerhard l (1085 – 1129) Gerhard I staat goed aangeschreven bij keizer Hendrik lV, want in 1086 noemt hij zich graaf van Wassenberg. Wassenberg is al enige generaties allodiaal bezit (vrij, eigen goed) van de familie, maar zal nooit een graafschap worden. Dat Gerhard I zich graaf van Wassenberg noemt, betekent alleen dat hij zich naar zijn burcht noemt en de functie graaf heeft. Het is dan mode om zich naar een stamslot te gaan noemen. Bij Wassenberg behoort tevens de voogdij van het stadje Gelder. Hier ligt een burcht met dezelfde naam, of Gerhard I laat die op dat moment bouwen, omdat hun oorspronkelijke stamslot mogelijk verdwenen is. In 1087 wordt Gerhard I door de rijksgroten in Aken veroordeeld voor het herhaaldelijk ontvreemden van de inkomsten van de kerk te Echt. Deze kerk is het eigendom van het Sint-Servaaskapittel in Maastricht. In 1096 getuigt Gerhard I met zijn broer Hendrik van Kriekenbeek bij de overdracht van goederen door Ida van Boulogne aan het klooster te Affligem. In hetzelfde jaar zijn beide broers aanwezig bij de schenking van goederen aan de abdij te Nijvel. In dat jaar wordt hij voor het eerst landgraaf van Gelder genoemd. In 1118 sticht Gerhard I op zijn Wassenbergse grondgebied een kerk. Bij deze stichting schenkt hij samen met zijn broer Hendrik enkele goederen in Bree aan de abdij Sint-Hubert. Uit deze lijst van goederen blijkt hoeveel de broers in eigen bezit hebben: de kerk te Havert, de helft van de Sint-Lambertuskerk te Birgelen, de helft van de Sin-Maartenskerk van Orsbeck, de Sint-Johanneskerk te Wildenrath, goederen te Grantherath, een deel Lövenich en een stuk land te Erkelenz. Naast al deze titels verwerft Gerhard I het ambt van landvoogd over Teisterbant in de Betuwe. Deze noord-zuid verspreide bezittingen zouden later de grondslag vormen voor het vreemd gevormde hertogdom Gelre. Niet alles in de Teisterbant is nu in beheer van Gerhard I. De stad Tiel is bijvoorbeeld van Kleef. Nijmegen valt als vrije rijksstad direct onder de keizer en heeft een eigen regering. Gerhard I is getrouwd met Sophia, een vrouw van onbekende afkomst, bij wie hij een dochter, Jolante geheten, krijgt. Jolante trouwt in of voor 1107 met graaf Boudewijn III van Henegouwen (1087/8-1120) en daarna met Godfried van Bouchain. Zij krijgt het allodium Dodewaard mee. In 1114 heeft Gelder te lijden van een opstand van de Keulse aartsbisschop tegen de keizer. De opstandelingen trekken door Gelders gebied. Onder de bondgenoten van de Keulse aartsbisschop bevindt zich graaf Hendrik de Oude van Zutphen. Tussen 1115 en 1117 is de vrede getekend, want dan trouwt Gerhard I's zoon Gerhard II met de zus van Hendrik de Oude, Ermgard. In 1120 geeft hij het bewind van zijn graafschap over aan zijn zoon Gerhard II. Voor 8 maart 1129 is Gerhard I overleden. Gerhard ll (1129-1131) De opvolger van Gerhard I is Gerhard II. Hij wordt geboren tussen 1090 en 1095. Onduidelijk is of hij daadwerkelijk het ambt van graaf uitoefent, omdat zijn vader nog leeft en Gerhard II relatief jong is. Door de ouderdom van zijn vader is dat wel aannemelijk. Als weduwnaar van een eerder huwelijk is hij op zoek naar uitbreiding van eer en erf. Hij vindt een goede partij in gravin Ermgard van Zutphen. Zij trouwen tussen 1115 en 1117 en krijgen een zoon Hendrik (II) en een dochter Adelheid. Adelheid (overleden na 1150) trouwt met graaf Ekbert van Tecklenburg (overleden na 1 december 1150). Ekbert is een zoon van graaf Hendrik van Saarbrücken en Gisela van Lotharingen.Tussen 1128 en 1131 schenkt Gerhard II met uitdrukkelijke toestemming van zijn vrouw Ermgard en hun zoon Hendrik (II) de kapel van Ellecom aan de Sint-Walburguskerk te Zutphen. Dit goed zal uit de Hamalandse erfenis van Zutphen zijn gekomen. Hendrik ll (1131-) Hendrik (II) is de oudste zoon van gravin Ermgard van Zutphen en graaf Gerhard II van Gelder en hij mag zich in 1131 als eerste tooien met de titel graaf van Gelre en graaf van Zutphen. Al schijnt hij die tweede titel pas later te krijgen. Niettemin zullen alle Gelderse vorsten zich vanaf nu zo noemen. Ook als Gelre een hertogdom wordt, blijven ze zich graaf van Zutphen noemen. Adelheid slaat voor 1179 graaf Gerhard II van Looz en Reineck (1140-1196) aan de haak. Margareta wordt uitgehuwelijkt aan graaf Engelbert van Berg (1157-1189). Zij wordt de moeder van de heilig verklaarde aartsbisschop Sint-Engelbert I van Keulen (1216-1225). Van de derde zoon Alberich (1136-1150) is niet zeker bekend of hij een zoon van Hendrik (II) en Agnes is. Hij kan ook uit het huis Namen stammen. Alberich maakt carrière als bisschop van Luik. In 1138 getuigt Hendrik (II) voor keizer Konrad III als deze de Oostergo en Westergo aan de kerk van Utrecht teruggeeft. In hetzelfde jaar getuigt Hendrik (II) voor Konrad III als deze opnieuw schenkingen verricht aan het klooster Bedbur. De tweede helft van de twaalfde eeuw wordt gekenmerkt door vermindering van de centrale macht van de keizer en de dalende invloed van de bisschoppen op de wereldlijke heren binnen het bisdom. De graven krijgen in de loop der tijden steeds meer invloed in het bisschoppelijke gebied en weten zo hun territorium ten koste van het Sticht te vergroten. De legitieme overerfbaarheid van zijn ambt als graaf maakt van Hendrik (II) een onafhankelijke vorst. Hij heeft nu de macht om kleinere heren te dwingen aan hem leenhulde te bewijzen. Hendrik (II) geniet veel aanzien bij de grote keizer Friedrich I Barbarossa. Zo gaat hij mee met een van de veldtochten van de keizer om de Lombardische steden te onderwerpen, die een vertwijfelde vrijheidsstrijd voeren. Hendrik (II) is er getuige van dat de machtige stad Milaan zich moet overgeven. Hij ziet de stoet der onderworpen stedelingen die tussen twee rijen Duitse soldaten doortrekt, de aartsbisschop met alle geestelijken in vol ornaat, de burgemeesters en de raad en daarna alle andere mannen uit de stad met een strop om de hals. Een indrukwekkend tafereel voor graaf Hendrik (II) van Gelre en Zutphen, die tevens ziet, net als alle andere aanwezige edelen en vorsten, welk een macht keizer Friedrich I Barbarossa kan ontwikkelen. En dat komt de keizer natuurlijk goed uit. In 1178 is Hendrik (II) vanwege zijn hoge leeftijd niet meer in staat zijn graafschap rond te reizen om zijn macht te tonen. Zijn zoon Gerhard III neemt het bestuur van het graafschap over. In 1179 sterft zijn vrouw Agnes en in 1182 volgt Hendrik (II) haar. Iets dat niet veel graven op een dergelijk hoge leeftijd gegeven is in die jaren. Hij maakt nog mee hoe zijn opvolger Gerhard III op jonge leeftijd sterft en zijn tweede zoon Otto I het graafschap overneemt. Gerhard lll (1178-1182), graaf van Gelre en graaf van Zutphen Het is onduidelijk of Gerhard III zich met de titel graaf van Gelre en Zutphen mag tooien. Zijn bejaarde vader Hendrik I leeft immers nog. Niettemin draagt Gerhard III de titel graaf van de Veluwe, dus graaf is hij wel. Aangezien hij de leiding over de graafschap in 1178 van zijn vader overneemt en een eigen politiek volgt, beschouwt men hem als een volwaardige graaf van Gelre. Conflict met UtrechtIn 1179 ontstaat het eerste openlijke conflict met Utrecht. De oorzaak daarvan ligt bij de hertog van Brabant. Deze is van mening dat de Veluwe een rijksleen is. Dat houdt in dat hij het van de keizer in leen zou hebben en niet van de bisschop van Utrecht. Derhalve vindt hij dat hij de bisschop geen leenhulde (soort belasting) is verschuldigd. Na dit succes is het Gerhard III niet vergund zijn graafschap verder uit te bouwen. Eind 1181 of begin 1182 (de bronnen zijn niet eenduidig) komt hij te overlijden, nog voor zijn vader Hendrik I overlijdt. Gerhard III wordt begraven in de Sint-Walburgiskerk te Zutphen. Zijn broer Otto I volgt hem op. In 1216 zal zijn vrouw Ida hem in zijn graf volgen. |
Het graafschap Gelre werd een machtige staat in de Lage Landen. De graaf van Gelre verwierf in de loop van de 12e eeuw verschillende gebieden in het noorden, o.a. de vesting Zutphen. Binnen de Gelderse bezittingen in de Lage Landen bleven nog heel lang veel onafhankelijke heerlijkheden bestaan. Door de plotselinge dood van zijn broer Gerhard III moest Otto I zijn functie als proost van Xanten neerleggen. Hij diende de graafschap te gaan leiden. Zijn vader Hendrik I zal tegen de 70 jaar zijn geweest en was te oud om de graafschap te leiden. In het eerste jaar van Otto I's regering kwam zijn vader te overlijden. Otto I was getrouwd met Ricarda uit het huis Wittelsbach (in Beieren). Zij kregen drie zonen, Gerhard IV, Otto en Lodewijk en een dochter Adelheid. Net als zijn vader stond Otto I, de eerste graaf van die naam in het Gelderse geslacht, er bij de Duitse keizer goed op. Dit bleek toen Otto I om de Veluwe moet twisten met de bisschop van Utrecht. Veluwse twisten In 1187 rooft de bisschop Boudewijn II van Utrecht met zijn broers graaf Floris III van Holland (1157-1190) en Dirk III van Kleef (1173-1202) opnieuw op de Veluwe en hij brengt de buit naar Deventer. Al in de Middeleeuwen herhaalt de geschiedenis zich blijkbaar. Graaf Floris III valt vanuit het westen de Veluwe binnen, terwijl Dirk III het Gelderse gebied vanuit het oosten intrekt. Opnieuw is het gezag over de Veluwe de inzet. Het ziet er beroerd uit voor Gelre. Graaf Otto I vraagt zijn machtige vrienden de aartsbisschop van Keulen Philips van Heinsberg, de hertog van Lotharingen en hertog Godfried III van Brabant om hem te helpen de bisschop van Utrecht het moeilijk te maken. De goede relaties met Keulen van zijn vader blijken nu van doorslaggevende betekenis. Er wordt een groot leger op de been gebracht. Deze legermacht is vele malen groter dan die van Otto I's tegenstanders. Net als de beproefde tactiek van zijn broer Gerhard III valt Otto I Deventer aan. Zutphen zal waarschijnlijk opnieuw als uitvalsbasis hebben gediend. Uiteindelijk blijft de strijd onbeslist. De reislustige keizer verblijft in deze tijd van strijd toevalligerwijs in de Rijnstreek en hij komt tussenbeide. Hij kent de Veluwe voorlopig aan Otto I toe, totdat op de eerstkomende Rijksdag in Mainz een definitieve uitspraak wordt gedaan. In 1188 wordt deze voorlopige beslissing door de keizer bekrachtigd. Op kruistocht met Friedrich I Barbarossa Als enige uit de lage landen komt Otto I van de kruistocht in 1191 terug. Hij overleeft de zeereis, de oorlog, het klimaat en de ziektes. In 1190 schenkt Otto I stadsrechten aan de omwonenden van zijn grafelijk hof te Zutphen. Over een periode van 5 jaar schenkt hij Zutphen echter wel steeds meer privileges. De burgers van deze stad zijn nu vrije onderdanen met een eigen bestuur, eigen rechtspraak en meer persoonlijke vrijheid. Een groot goed in die tijd. Hiermee hoopt Otto I waarschijnlijk Zutphen in een bevoorrechtte positie ten opzichte van Deventer te brengen. Het schenken van deze privileges kan men niet los zien van het komende gesteggel met Utrecht over de Veluwe. De stad zal flink bijgedragen hebben aan Otto I's militaire bewegingen en zal hiervoor iets terug willen hebben. Bekoelende banden met het aartsbisdom Keulen Nieuw handgemeen over de Veluwe Bovendien wordt er een college van rechters aangesteld die in toekomstige conflicten over de Veluwe mogen beslissen. De keizer zal het gezeur over de Veluwe wel helemaal zat zijn geweest. De problemen lijken voorbij als bisschop Boudewijn II in 1196 overlijdt. Een nieuwe bisschop van Utrecht Hertog Hendrik I van Brabant (1183/90-1235) weet in 1201 een vrede tussen de partijen te bewerkstelligen. In dit verdrag van Maastricht verkrijgt Otto I definitief de Veluwe, maar wel als Brabants leen. Otto I mag echter geen munten meer slaan met het stempel van Deventer of Utrecht.Bovendien weet de hertog van Brabant te bewerkstelligen dat Otto I het Welfse kamp steunt in de keizertwisten. De graaf van Gelre staat bekend als een trouwe aanhanger van het Staufische kamp en hij zal niet zomaar zijn trouw hebben opgezegd. Niettemin maakt Otto I nu deel uit van de Welfse coalitie samen met de aartsbisschop van Keulen, de bisschop van Utrecht en de hertog van Brabant. Keizer Heinrich VI is in 1190 overleden en zijn minderjarige zoon Frederick II wordt in zijn troonsopvolging dwars gezeten door opstandige Welfen. De coalitie gaat nu eensgezind Otto IV steunen in zijn troonsbestijging, al geeft de graaf van Gelre de voorkeur aan de Staufische kleinzoon van Friedrich I Barbarossa. Maar, ja, politiek is geven en nemen en graaf Otto I is opportunistisch ingesteld. Door het verdrag van Maastricht moet de bisschop nu over de Zuiderzee naar zijn oostelijke en noordelijke bezittingen en een dergelijke reis is geen pretje. Hierdoor is de vrede van korte duur. Laatst bijgewerkt: 10-08-05 |