6301 |
Imad ad-Din Zengi (1094 - 1146) |
![]() |
Onder Seldjoekenheerser Zengi was ca. 9 jaar toen zijn vader werd vermoord. Hij werd opgevoed aan het hof van de atabegs (stadhouders) van Mosoel, een belangrijk handelscentrum op een kruispunt van belangrijke karavaanroutes in het noorden van het huidige Irak en aan de zijde van zijn beschermheren nam hij deel aan verschillende veldtochten tegen de kruisvaardersstaten waarin hij zich door zijn persoonlijke moed onderscheidde. In 1118 raakte Zengi betrokken bij de opvolgingstwisten na de dood van de Groot-Seltjoekse sultan In 1127 werd Zengi aangesteld als atabeg van Mosoel. In theorie stond hij er in dienst van een zoon van In juni 1128 trok In 1130 nam In 1131 trok Bij het overlijden van sultan In 1132 leed |
Na de dood van kalief al-Mustarshid in 1135, zou zijn opvolger ar-Rashid de hulp van In januari 1135 bood Ismail van Damascus, die vreesde voor zijn leven omdat zijn bewind steeds tirannieker was geworden, zijn stad aan Zengi aan in ruil voor wraak op zijn vijanden. Voor Zengi de stad kon bezetten werd Ismail vermoord in opdracht van zijn eigen moeder, Zumurrud. Hij werd opgevolgd door zijn broer Shihab al-Din Mahmud. Zengi bezette Hama opnieuw en begon eind februari aan het beleg van Damascus, waarvan de verdediging werd georganiseerd door de oude en ervaren mameluk Muin al-Din Unur. Na enkele weken en na bemiddeling door een gezant van de kalief, sloot Zengi vrede met Mahmud, waarbij hij diens broer Bahram Shah als gijzelaar meekreeg. Na het opheffen van het beleg van Damascus behaalde Zengi in de lente van 1135 zijn eerste grote succes tegen de kruisvaarders: in een bliksemsnel offensief veroverde hij de versterkte plaatsen Athareb, Tell Aghdi, Maarrat al-Numan en Kafartab. De vroegere inwoners, die door de kruisvaarders waren verdreven, liet hij terugkeren en hij gaf ze hun bezittingen terug. Hierdoor was het vorstendom Antiochië ongeveer al zijn bezittingen ten oosten van de Orontes kwijt. |
Toen in Damascus ene Bazawash de sterke man werd en een bijzonder agressieve politiek ging voeren, reageerde
|
![]() |
Een nieuwe poging aan het begin van 1138 om Homs in te nemen moest worden gestaakt omdat de gecombineerde legers van de Byzantijnse keizer In mei sloot de Byzantijnse keizer, die moe getergd was door de totale passiviteit van zijn onwillige Frankische bondgenoten, vrede met de verdedigers en keerde hij naar huis terug. In de volgende maanden heroverde Zengi alle verloren gegane gebieden. In juni 1138 verkreeg Zengi van atabeg (stadhouder) Mahmud van Damascus de hand van Zumurrud en – als bruidsschat – Homs. Toen een jaar later atabeg Mahmud werd vermoord – mogelijk in opdracht van Toen De volgende jaren had In 1144 had Val van Edessa (1145)
De hulp voor Joscelin bleef uit, en begin 1145 veroverde Nadat hij in mei 1145 een samenzwering van Alp Arslan, in wiens dienst hij in theorie nog steeds was, had onderdrukt, bereidde Zengi een nieuwe campagne tegen Damascus voor. Alvorens Damascus zelf aan te pakken, belegerde hij eerst Qalat Jabar, een stadje aan de Eufraat waarvan de emir zijn gezag niet erkende. In de nacht van 14 op 15 september 1146 werd |
laatst bewerkt: 27-12-08 |