2865 |
Syrië en Palestina (1100-1147) |
![]() |
![]() |
Na de verovering Jeruzalem (1099) stichtten de kruisvaarders het Latijnse Koninkrijk van Jeruzalem, evenals drie andere staatjes. De rijken van de Abbasiden, Seltsjoeken en Fatimiden reageerden enigszins onverschillig aangezien zij nauwelijks geïnteresseerd waren in het gebied.
De jaren vergingen. Boudewijn, "sinds 1100 koning van Jeruzalem stierf in 1118 en werd opgevolgd door zijn neef Boudewijn ll van Bourg. De eerste kruisvaarders stierven en nieuwe generaties westerlingen, die zich vestigden opopgroeiden i het oosten, ontaardden mettertijd. Wat naar Syrië en Palestina kwam was trouwens over het algemeen het uitschot uit het westen. Zelden werd een plaats op onze aarde bewoond door een zondiger, zedelozer en gewetenlozer geslacht dan het "Heilige Land". Een gang bare uitdrukking werd in het westen: "Wat de Jood verafschuwt en de heiden vervloekt, is in Jeruzalem wet." Het koninkrijk Jeruzalem bestond bij de gratie van de verdeeldheid in de Islamitische wereld. Niettemin zou de kleine christelijke staat spoedig zijn ondergang tegemoet zijn gegaan, als hij geen betere verdedigers had gekregen dan de verdorven en verwekelijkte Levantijnen. Twee decennia na de verovering van Jeruzalem kwam een aantal Franse ridders bij de Patriarch van Jeruzalem om de monnikseed van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid af te leggen. Tevens beloofden zij met hun wapens het Heilige Land te zullen verdedigen en de bedevaartgangers te beschermen. Dit was het eerste begin van een geestelijke ridderorde, een verbond van krijgers, dat de naam "Orde van de Tempeliers" verkreeg, omdat het zijn zetel had op de plaats waar Salomo's tempel had gestaan. Dankzij de gaven van vorsten en particulieren kon deze gemeenschap zich snel uitbreiden. Zij telde mettertijd 20.000 ridders, beroemd om hun dapperheid en naastenliefde. De orde van de Tempeliers verwierf grote bezittingen, niet alleen in Palestina, maar ook in alle westerse landen. De opbrengsten daaruit waren enorm. Door op grote schaal handel te drijven in oosterse producten en als rederij op te treden, groeide deze rijkdom nog meer. De Tempelieren werden de grootste bankiers van hun tijd. De orde van de Tempeliers verwierf in Palestina grote bezittingen.Tot een rijke en machtige geestelijke orde ontwikkelde zich ook de Hospitaalridders (Johannieters). Aanvankelijk hadden zij in Jeruzalem een herberg en ziekenhuis gesticht, dat aan Johannes de Doper was gewijd. |
Ter bescherming van de christenen in Syrië bouwden de Johannieter- en Tempelridders een aantal sterke burchten. Vrijwel alle Europese landen hadden onderafdelingen en ordehuizen van de Johannieter- en Tempelridders.
rechts en onder: Krak des Chevaliers |
|
![]() laatst bijgewerkt: 22-10-03 |