2842 |
Thracië (600 - 500 v. Chr.) |
![]() |
In het midden van de 6e eeuw v. Chr. bereikte Thracië een grote bloei, zoals blijkt uit de vondsten gedaan in de talrijke grafheuvels. De cultuur bereikte zijn hoogtepunt maar onderging tegelijkertijd grote veranderingen. De Griekse kolonisatie in de gebieden die voorheen door de Thraciërs bewoond werden, breidde zich verder uit en op den duur werd de gehele kust door de Grieken beheerst. Zij bouwden vestingen, tempels, theaters en prachtige huizen; zij richtten standbeelden op, maakten reliëfs en vervaardigden vaatwerk van brons, zilver en goud. Zij droegen kleding van kostbare stoffen en gouden sieraden. Onder invloed van het oosten introduceerden zij ook filigrain werk. In de kuststeden of in de grote vestigingscentra van het Thracische binnenland kon een rijke inwoner van Thracië gemakkelijk Griekse kunstnijverheidsproducten aanschaffen. Op de Thracische markten deden ook Griekse munten hun intrede. Aan de Griekse kolonisatie kwam een eind nadat de Perzen de koninkrijken van de Lydiërs, de Cariërs en de Phrygiërs hadden veroverd en de Griekse steden in Klein-Azië begonnen aan te vallen. | ![]() |
Uit het eind van de 6e eeuw v. Chr. (de tijd van Darius' veldtocht tegen de Scythen) dateert de rijke schat uit de grafheuvel Moushovitsa bij Douvanli (Duvanlii) (Bulgarije). De pracht en de rijkdom van daar gevonden graven dient te worden toegeschreven aan stammen die zich van het Odrysische rijk hadden afgescheiden of er nooit aan onderworpen zijn geweest.
laatst bijgewerkt: 21-08-02 |