2790

Griekse stadsstaten

± 850 v. Chr. ontstonden er op het Griekse vasteland de eerste onafhankelijke Griekse stadsstaten. De ontoegankelijke bergen vormden hinderpalen voor het reizen over land. Daardoor waren deze stadsstaten vrij geïsoleerd. Voor contact met de buitenwereld waren zij sterk afhankelijk van de zee. Na verloop van tijd, toen de bevolking sterk aangegroeid was, verlieten ze zich steeds meer op de handel, want de landbouw alleen kon niet in de behoeften van een groot aantal mensen voorzien.

rechts: Corinthe

Al van het begin van de stadsstaten - zoals Athene en Corynthe - verlieten de Grieken onder druk van overbevolking van voedseltekort hun thuisland en gingen naar overzeese koloniën; Sicilië bijvoorbeeld en langs de kusten van Klein-Azië, zoals Priëne. Ze voelden zich daar nog altijd echter Grieken.

De Grieken kozen het terrein voor hun nieuwe stad zorgvuldig uit. Er moest een rotsachtige heuvel zijn, die gemakkelijk te verdedigen was en waarop ze een acropolis konden bouwen. Er moest voldoende water te vinden zijn en er moest bebouwbare grond zijn. De brede straten werden in min of meerdere mate in rechte hoeken gekruist door smallere straten., zodat de hele stad in blokken werd verdeeld.

In het centrum van de stad lag een grote open ruimte: de agora of marktplaats, waar boeren van buiten de stad hun kraampjes opzetten om fruit, kippen, honing en eieren te verkopen aan de slaven die hier in opdracht van hun meester een voorraad kwamen opslaan. Alle soorten van goederen werden er verkocht: vaatwerk, bronswerk, stoffen, sandalen, geiten enz. Langszij was er nog een markt voor vis en vlees. Buitenlandse kooplui kwamen hier handel drijven met de Griekse marktkramers. 

Op de markt had geld de plaats ingenomen van de ruilhandel. De belangrijkste Griekse munt is de drachme, die 4 tot 7 gram weegt en onderverdeeld is in 6 obolen. Veelvouden van de drachme zijn de stater (2 drachmen), de talent (60 drachmen) en de mina (100 drachmen). De muntstukken zijn meestal van zilver. De Atheense munt is de meest betrouwbare. Voertuigen zien we niet op de agora. De Grieken bezitten wel tweewielige wagens, maar zij maken meer gebruik van pakdieren (ezels) en dragers.

Aan de zijkanten van de agora waren open zuilengangen, die stoa werden genoemd. Mensen wandelden er rond, ontmoetten elkaar en regelden er hun zaken zonder last te hebben van de hitte of de regen. In die gangen waren ook allerlei winkeltjes te vinden, geldschieterstalletjes en kantoortjes van juristen en magistraten. Een schoolmeester gaf er les aan een klasje van jongens die rond hem op een betegelde vloer zaten en een filosoof schreed er heen en weer terwijl hij een groepje studenten zijn ideeën verklaarde. De agora was ook de plaats waar religieuze feesten werden gehouden en waar de officiële proclamaties van de Raad bekend werden gemaakt. Mensen kwamen ook hier voor de laatste nieuwtjes en roddelpraatjes. Ze luisterden er naar politieke sprekers en overlgden onder elkaar hoe de stad bestuurd zou moeten worden.

Links: Corynthe: Tempel van Apollo
In de buurt daarvan bevonden zich verscheidene belangrijke stadsgebouwen - tempels, het raadhuis, een gymnasium en een mooi openluchttheater. In het raadhuis werden de plaatselijke belangen behartigd. In de praktijk werd de stad bestuurd door een groep rijke en belangrijke mannen, maar elke vrijgeboren burger (hoewel geen vrouwen, vreemdelingen of slaven) had het recht de vergadering bij te wonen en zijn woordje te zeggen.Rond de stad werd een stevige verdedigingsmuur gebouwd.

Er bestond een grote rivaliteit onder de stadsstaten van Griekenland, omwille van de trots de steden. De hevigste wedijver was wel die tussen Athene en Sparta  in de 5e eeuw v. Chr. In het democratische Athene bezaten alle burgers stemrecht, waardoor ze duidelijk konden maken hoe ze bestuurd wilden worden. De Atheners verachtten de Spartanen als gevaarlijke revolutionairen. In 431 gingen de twee steden en hun bondgenoten een oorlog aan (Peloponnesische Oorlog ( 431 - 404 v. Chr.) - een lange, bittere strijd, waaruit Griekenland zwak en verdeeld tevoorschijn kwam. Sparta behaalde de overwinning. De Spartanen werden de leiders van de Griekse staten, maar voortdurend braken er opstanden uit. Tenslotte viel koning Philippus van Macedonië in 338 v. Chr. vanuit het noorden het land binnen en nam hij het bestuur over.

laatst bijgewerkt: 19-02-03

colofon