2844

Odrysische rijk (400 - 300 v. Chr.)

Thracië (500 - 400 v. Chr.)

Seuthes ll (405 - 391)

Met behulp van het leger van Xenophon slaagde Seuthes ll erin af te rekenen met de Thyniërs en de overige rebellerende stammen en zijn heerschappij te herstellen. Op grond hiervan zag Athene zich spoedig genoodzaakt om Metokos en Seuthes ll met elkaar te verzoenen. 

Hebriselmes (Hebryzelmis) (391-383/382)

Hij voerde onderhandelingen met Athene over de controle over de Thracische Chersoneus. Hij streefde naar expansie in de zuid-westelijke richting en probeerde de controle over de havens te verwerven door Athene terug te dringen uit dit gebied. In 383/382 werd Hebriselmes vermoord door Kotys, vermoedelijk de zoon van Suethes ll.

Kotys I (383/382-359)

Kotys I was een energiek heerser en werd beschreven als een zeer geraffineerde en terzelfder tijd opvliegende en bijna hysterische man. Kotys had zich weten te verzekeren van de diensten van twee Griekse generaals met hun huurlegers, Iphicrates en Charidemos, aan wie hij zijn dochters uithuwelijkte. 

Hij herstelde de eenheid van het rijk en volgde dezelfde politiek als zijn voorganger . Als officieel bondgenoot van Athene ontving hij van deze stadstaat politieke en financiële steun.  Ook wist Kotys zijn belangen in het Thracische zuidwesten veilig te stellen door Hales, de leider van de Triballiërs, een machtige Tracische stam in Moesia te steunen tegen Abdera. In 375 keerden de Triballiërs zich echter tegen hem en kwamen in opstand. Een van de redenen voor deze opstand was dat de Triballiërs verstoken waren van luxe goederen en andere producten uit het zuiden. Cotys wist de opstand te onderdrukken met hulp van de Griekse stad Pistiros.

Bij de opstand van Ariobarzanes van Perzië stond Cotys tegenover hem en zijn bondgenoot Athene, maar kort daarna streed hij samen met Athene om het bezit van de Chersonessus (het schiereiland Gallipoli). Athene meende echter dat Iphicrates Anthenes belangen niet langer meer kon behartigen en bewerkstellige een opstand tegen Cotys, geleid door de schatbewaarder Miltokythes. Iphidates wist met hulp van Charidemos de Atheense militaire en vlootcommandanten om te kopen om deze opstand neer te slaan. In 361 keerde Charidemos terug naar Athene met een verklaring waarin Cotys hem tot zijn bondgenoot verklaarde. Zo had Cotys zijn koninkrijk teruggekregen.

In 359 had Cotys vrijwel de hele Chersonessus onder zijn controle. Hij sloot een nieuw bondgenootschap met de nieuwe Macedonische heerser Philippus ll. In 358 werd Cotys op aanstichting van Athene vermoord.

Koningen het Odrysische Rijk
Seuthes ll 405 - 391 v. Chr.
Amadokos 391 - 386 / 385 v. Chr.)
Hebriselmes 386 / 385 - 383 / 382 v. Chr.
Kotys l 383 / 382 - 358 v. Chr.
Cersobleptes (Oost-Thracië) 358 - 341 v. Chr.
Berisades (West-Thracië) 359 - 352 v. Chr.)
Amatokos ll (Midden-Thracië) 359 - 351 v. Chr.)
Cetriporis (West-Thracië) 356 - 351 v. Chr.)
Teres ll (Midden Thracië) 351 - 342 v. Chr.)
Seuthes lll 331 - 300 v. Chr.)
Na de dood van Kothys werd het koninkrijk der Odrysen verdeeld onder drie vorsten: Cersobleptes, Amotokos II en Berisades. Onenigheid met Amatakos, de erfgenaam van Metokos (leider van de Thyniërs), leidde echter opnieuw tot verval van het koninkrijk der Odrysen en wel op een bijzonder kritiek moment, namelijk toen in 359 v. Chr. de uiterst ondernemende heerser  Philippos ll de troon in Macedonië besteeg. De verbrokkeling van het Odryssische rijk maakte het hem gemakkelijk zijn expansieplannen uit te voeren. Vanaf 347 begon hij een langdurige veldtocht in het oosten en het noordoosten. 

Philippos nam de stad Amphipolis in, stak de Strouma over en vestigde zich in Crenides. Hier hadden inwoners van Thasos juist een kolonie gesticht, die nu echter door Philippus ll tot een Macedonische stad werd gemaakt en door hem Philippi werd genoemd. Philippus deed zijn voordeel met de twisten, die nu in het koninkrijk van de Odrysen uitbraken. Hij trok op naar het oosten en viel eerst de gebieden van de onafhankelijke Thracische stammen binnen en vervolgens het land van de Odrysen waarna Amatokos werd gedwongen de heerschappij van de Macedoniërs te erkennen (342 v. Chr.)

Voor de Triballiërs (die woonden in het oosten van het huidige Servië) was de strijd tussen de Odrysen en de Macedoniërs gunstig. Zij wisten hun gebied uit te breiden tussen de Donau en de Balkan-bergketen door de inname van het gebied van de Odrysen en de verovering van het hele zuidelijke deel van Thracië, tot bijna aan het gebergte. Kotylas, koning van de Geten, schonk Philippus zijn dochter tot vrouw bij wijze van vredesonderpand. Na zijn successen op de Balkan viel Philippus van Macedonië, wetende dat de Grieken zeer verzwakt waren, Griekenland binnen en nam het bestuur over. 

Seuthes III slaagde er in de jaren 330-320 v.Chr. in het koninkrijk der Odrysen gedeeltelijk in zijn oude staat te herstellen. Hij knopte politieke en diplomatieke betrekkingen aan met Athene, bracht een groot leger op de been en nam het in 322 v. Chr. op tegen Lysimachos die na de dood van Alexander Thracië had toebedeeld gekregen. De hoofdstad van Seuthes III was Seuthopolis niet ver van het huidige Kazanlûk. Zijn naam en die van zijn familieleden staan vermeld op een inscriptie die in Seuthopolis werd ontdekt. Tussen 277 en 214 v.Chr. ontstond een Keltisch koninkrijk in Thracisch gebied. De hoofdstad Tyle kon tot nu toe niet gelokaliseerd worden.

Goudschat van Letnitsa (Letnitza)
Deze schat dateert uit eerste helft van de vierde eeuw v. Chr. en werd in 1963 bij toeval ontdekt in een bronzen vat. De schat bestond uit een paardenbit en een paardenhoofdstel en een 22-tal enkele gouden en zilveren plaquettes met voorstellingen van strijders te paard, mensfiguren die strijd leveren met een beer of een wolf en mythologische dierfiguren. Deze plaquettes hebben deel uitgemaakt van een paardendek. De met dieren strijdende mensfiguren beelden de initiatieriten uit. De schat is te zien in het Natinaal Archeologisch museum in Sofia. 

Zie ook de website: Bulgaria's Thracian Heritage

Macedonië (359 - 336 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 23-01-10

colofon