2726 |
Griekse theater |
Vooral in de 5e eeuw bloeit de toneelkunst in Hellas. Men bouwde grote stenen theaters. Zo'n Grieks theater bestaat uit drie delen: vooraan het toneel voor de spelers; in het midden de cirkelvormige dansvloer voor het koor, orchestra, en daar omheen de naar boven oplopende zitbanken, de cavea, voor de toeschouwers. Via twee brede gangen, paradoi, kwam het publiek binnen. Het Dionysius-theater in Athene is een bekende schouwburg. Het ligt op de zuidhelling van de Acropolis. Het best bewaarde theater is dat van Epidaurus, in Argolis, uit de eerste helft van de 3e eeuw v. Chr.. Van het midden van de 4e eeuw af komen er in de steden steeds meer burgerlijke gebouwen. Aan de opbouw van de steden wordt meer aandacht geschonken. Hippodamus van Milete moderniseert er veel door de nauwe kronkelende straatjes te vervangen door rechte, brede straten. Deze straten snijden elkaar rechthoekig. In veel steden komen theaters, bibliotheken, concertzalen (odeia) renbanen (stadia), gymnasia en badinrichtingen. Enkele bekende monumenten uit de 4e eeuw zijn: gedenkteken van Lysicrates in Athene, mausoleum in Halicarnassus. |
![]() |
Laatst bijgewerkt: 30-03-07 |