2032 | Sicilië in de Bronstijd (ca. 2100 - ca. 1200 v. Chr.) |
![]() |
![]() |
![]() |
De overgang van de Kopertijd naar de Bronstijd verliep op Sicilië en de Eolische eilanden geleidelijk en in beide regio's kwam het tot een toenemende onafhankelijkheid, zowel in cultureel als politiek opzicht. Terwijl eerder de de culturen op Sicilië en Eolische eilanden aan elkaar parallel verliepen, ontstonden er twee van elkaar verschillende culturen: op Sicilië ontstond de Castelluccio-cultuur op de Eolische eilanden de Capo-Graziano-cultuur.
De Eolische eilanden namen de centrale rol in de Middellandse Zeehandel tussen het oosten en het westen. Hun export van obsidiaan, vormden eeuwenlang hun belangrijkste economische basis, waardoor zij een sleutelpositie konden innemen in de handel die reikte tot aan de Britse eilanden waar deze waren werden verhandeld voor tin. |
Een bewijs voor deze handel is het minoïsch-myceense aardewerk, gedateerd tussen 1600 - 1400 v. Chr. dat gevonden werd op vele plaatsen binnen de Capo-Graziano-cultuur. Archeologische vondsten hebben uitgewezen dat er al rond 1500 v.C. handelscontacten waren met de Grieken. Op Sicilië ontwikkelde zich een cultuur met eigen lokale kenmerken, maar onmiskenbare overeenkomsten met andere. Naast de keramische industrie was er ook een bloeiende steenindsutrie. Producten uit Sicilië uit de Bronstijd werden gevonden op Malta, In lerna op de Peloponnesos en zelfs in Troje (± 2300 - ± 1700 v. Chr.). In het bergdorp Castelluccio werd veel aardewerk gevonden, hoewel geen sporen van het leven in een nederzetting. Daarentegen vond hij er in de rotsen wel honderden grafkamers. De sluitstenen van deze grafkamers zijn versierd met eenvoudige symboolornamenten. voornamelijk fallische vormen). Het zijn de oudste steensculpturen van Italië. |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
In de Midden-Bronstijd ca. 1400 v. Chr.) schijnt zich een sterke verandering te hebben voorgedaan, die zich uitte in de keramische vormen. Aan de Capo-Graziano en de Castellucci-culturen kwam abrupt een einde. Op de Eolische eilanden verscheen de Milazzo-cultuur, op Sicilië breekt de Thapsos-periode aan. Beide culturen waren weer sterk met elkaar verbonden dan de hieraan voorafgaande culturen. |
Deze verandering hangt mogelijk samen met nieuwe bevolkingsmigraties. Echter de bestaande nederzettingen werden nimmer verlaten of ondergingen geen grote veranderingen.Vele dorpen bleven bewoond tot in de Late Bronstijd. De uitgebreide handelsbetrekkingen met de Oriënt, Sicilië en het Iberisch schiereiland tot aan de Wessex-cultuur op de Britse Eilanden valt af te lezen aan de Egyptische parelketting uit de tijd van de dynastie van Amenophis (1364 - 1347 v. Chr.) op het eiland Salina. Kretenzische kooplieden vestigden handelsposten op Sicilië. Minoïsch aardewerk dat gevonden werd is van het Lineair B type, dat nergens elders voorkomt dan in Knossos, Mykene en Pylos. Thapsos op het kleine schiereiland Magnisi, ten noorden van Syracusa, is nu geheel verlaten. Eens was het een van de belangrijkste nederzettingen uit de Bronstijd in het Mediterrane gebied. Er zijn slechts spaarzame overblijfselen gevonden van huizen, maar wel veel rotsgraven. |
![]() |
|
In de 13e eeuw v. Chr. vestigden zich op de Eolische eilanden (een eilandengroep in de Tyrrheense Zee, enkele tientallen kilometers ten noorden van Sicilië, bestaande uit de eilanden Lipari, Stromboli, Vulcano, Salina, Filicudi en Panarea) de Ausonische volkeren, die afkomstig waren van Campania. De legende van koning Op Panarea, bij de zuidpunt Punta Milazzese werden in 1948 fundamenten blootgelegd van 23 hutten van een dorp uit de bronstijd (14de 13de eeuw v. Chr.), het best bewaard gebleven dorp uit de bronstijd in Italië. Volgens de Griekse legende koos Homerus het Eolische eiland Vulcano als de smidse van Hephaestus. |
![]() |
De Sicaniërs (Sicani, Grieks: Sikanoi) die hoogstwaarschijnlijk van Iberische of Noord-Afrikaanse afkomst waren, vestigden zich ca. 1600 v. Chr. in het midden en westen van Sicilië. Hun hoofdstad was Sant’Angelo Muxaro, nu een klein dorpje boven op een berg, in de omgeving van Agrigento. Zij noemden hun nieuwe woongebied Sicania en nadien Siculia. Volgens de sage zou Daidalos na zijn vlucht uit Kreta voor koning Kokalos van de Sicaniërs prachtige bouwwerken hebben opgericht. Die Sicaniërs waren volgens Thukydides (VI, 2) de oudste bewoners van Sicilië (afgezien van de mythische cyclopen) Volgens Thukydides kwamen de Sikaniërs van het Iberische schiereiland uit de omgeving van de rivier Sikanus, vanwaar zij werden verdreven door de Liguriërs. |
Maar omdat volgensThukydides Iberia zich uitstrekte tot aan de Rhône, zou met Sicanus ook bedoeld kunnen zijn de rivier Sequana (de Seine). Volgens een andere theorie echter kwamen de Sikaniërs oorspronkelijk van het Italiaanse vasteland en spraken zij een Italische taal. De Sicani zouden zich daarna hebben gevestigd in Latium aan de rivier de Tiber, maar werden uit dit gebied weer verdreven door de oorspronkelijke bewoners en waren zij toen naar het zuiden getrokken, waar zij enige tijd vreedzaam samenleefden naast de Oenotrians, maar later staken zij over naar Sicilië (dat toen bekend stond als Trinacria). Naar zeggen bezetten zij het grootste deel van het eiland, zoadat Trinacria op den duur Sicania werd genoemd. |
![]() Gemaakt: 14-06-06 |