3180 | Sicilë in de IJzertijd (ca. 1220 - 735 v. Chr.) |
![]() ![]() |
Ca. 1220 - 1200 v. Chr. doken nieuwe volkeren op in de gebieden rond de Middellandse Zee. Zij vestigden zich op Sardinië, Sicilië, mogelijk ook op Corsica, in Noord-Italië, Griekenland Klein-Azië, Syrië en Kanaän (Phoeniciërs, Filistijnen, Arameën en Joden). Er kwam een grote volksverhuizing op gang die ook wel wordt aangeduid met Egeïsche volksverhuizing. De periode tussen 1250 - 800 v. Chr. was voor het Middellandse Zeegebied een duistere periode, van grote culturele vernieuwingen, bevolkingsmigraties en voortdurende strijd. Wederom kregen Sicilië en de Eolische eilanden te maken met verschillende invloeden en ondergingen beide gebieden een verschillende culturele ontwikkeling. Opnieuw bereikte een immigratiegolf het eiland Sicilië: |
Rond het midden van de 13e eeuw v. Chr. trokken de Sicaniërs zich terug uit het kustgebied, dat te onveilig was geworden door de voortdurende aanvallen van andere volkeren (Siculiërs Elymiërs). Diodorus Siculus daarentegen schrijft dat de Sicaniërs na een enorme uitbarsting van de Etna over het westen van het eiland zijn uitgewaaierd. De belangrijkste steden van de Sicaniérs waren Herbita, Camicus, Agyrium, Adranum, Enna, and Omphaces.
De Sicaniërs vestigden op het plateau van Pantalica, dat begrensd wordt door de diepe kloven van de riviertjes de Anapo en Calcinara, dat door deze ligging gemakkelijk te verdedigen was en stichtten daar een nieuw koninkrijk, dat bleef bestaan tot de 7e eeuw v. Chr. Van hun hoofdstad is buiten wat schaarse resten van een paleis (Palazzo del Principe) niets meer overgebleven. Wel bewaard zijn de duizenden graven, die in de loop der eeuwen zijn in de rotsen zijn uitgehakt. |
![]() |
Tegen het einde van het tweede millennium v. Chr. vestigden zich de van het Italiaanse vasteland afkomstige Siculiërs (Sikkels) nadat zij de Sicaniërs naar het westen hadden verdreven, op het oostelijke deel van het eiland. Van hun naam is de naam Sicilïe afgeleid. In 728 stond Koning Hyblon van de Siculiërs een groep Griekse kolonisten uit Megara toe om binnen zijn rijk een nederzetting te stichten, die zij naar hem Megara Hyblaea (Hybla) noemden, de latere stad Pantalica. |
![]() |
Zij waren van onduidelijke afkomst, mogelijk kwamen zij uit Anatolië vestigden zich in het noordwesten. De Elymiërs waren een raadselachtig volk. Dit volk zou van Aziatische oorsprong zijn en wel Trojanen die Aeneas niet naar Italië gevolgd waren, maar zich moe van alle omzwervingen gevestigd hadden in het westen van Sicilië. Volgens Thucydides ging het om een mengvolk van de inheemse bevolking en indringers uit Azië. Ca. 1200 v. Chr. stichtten de Elymiërs de stad Segesta. Ook Erice (Eryx) en Entella waren nederzettingen die door de Elymiërs waren gesticht. Gelijktijdig met de Siculiërs vestigden zich in het noordwesten van Sicilië de Elymiërs (Elimi, Elymi, Elami, Elymoi).
Links: een typische Elymische tweelingvaas |
De stad Erice lag op een 751 m. berg. Volgens de legende zou Erice door de zoon van de godin Venus gesticht zijn. De tempel van deze godin was wereldberoemd. De muren en vestingwerken van de stad zouden gebouwd zijn door de voortvluchtige Atheense architect Daedelus. Hij zou ook gouden honingraten voor de tempel gemaakt hebben. |
|