2969 Sicilië - Spaanse overheersing (1282 - 1707)
Italië; Sicilië (1194 - 1282)

Met de komst van de Aragonezen begon de Spaanse overheersing, die 600 jaar zou duren. Na de dood van Pedro lll van Aragon in 1285 werden Aragon en Sicilië door verschillende vorsten bestuurd. 

In 1314 liet Frederik II zich uitroepen tot koning van een onafhankelijk Sicilië. Dit duurde tot 1406 toen Sicilië weer een gewest werd van Aragon. En zou daarna nog door 78 onderkoningen van Spanje bestuurd worden. De Spaanse overheersing leidde uiteindelijk tot de culturele en economische achteruitgang van Sicilië. De Spaanse heersers, op een paar uitzonderingen na, exploiteerden Sicilië en buitten het uit. Zo werd Sicilië praktisch ontbost ten behoeve van de scheepsbouw en de akkerbouw. Onder Alfons I werd in 1444 nog wel de Universiteit van Catania gesticht.

De eenwording in 1479 van Spanje bracht Sicilië weinig goeds. Joden en islamieten werden verjaagd en Spanje liet Sicilië helemaal links liggen na de ontdekking van Amerika in 1492. Sicilië werd door Karel V nog bezocht maar veel onderkoningen na hem putten het eiland steeds verder uit. Alleen de rijken weren steeds rijker, de bevolking verpauperde wat onvermijdelijk leidde tot enkele opstanden, waarvan die in 1647 o.l.v. Giuseppe d’Alesi de bekendste was. Het natuurgeweld van de Etna trof Sicilië in 1669 en 1693. Alle steden in Zuidoost-Sicilië werden verwoest.

In 1700 ontstond een ruzie om de troonsopvolging van de kinderloze Karel II, wat leidde tot de Spaanse Successieoorlog die werd afgesloten met de Vrede van Utrecht in 1713. 

Sicilië (1707 - 1860)

Gemaakt: 13-06-06

Colofon