5112 Sicilië (1707 - 1860)
  Sicilië onder Spaanse overheersing (1282 - 12707)

In 1707 kwam het koninkrijk Napels - Sicilië in het bezit van de Oostenrijkse Habsburgers.  Filips V van Bourbon was de gelukkige en mocht de troon bestijgen als koning van Sicilië. Sicilië werd toegekend aan de hertog van Savoye, Victor Amadeus. Deze Amadeus ruilde een aantal jaren later het eiland in voor Sardinië. De Oostenrijkse keizer Karel VI gaf Sicilië als onafhankelijk koninkrijk in 1734 aan de Spaanse Bourbon-prins Don Carlos, de zoon van Filips V van Bourbon. Deze regeerde als Carlos (Karel) IV van 1735 - 1759 over het koninkrijk, maar stond het, toen hij in 1759 als Carlos III koning van Spanje werd, af aan zijn 8-jarige zoon Ferdinand, die hij dat jaar ook al had aangesteld als koning Ferdinand lV van Napels. 

Rechts: Don Carlos (Carlos lV), koning van Sicilië (1735 - 1759)

Over Sicilië regeerde Ferdinand als Ferdinand III tot 1816 en daarna tot 1825 als koning Ferdinand l der Beide Siciliën. Hij was de stamvader van het huis Bourbon-Sicilië. 

Ferdinand benoemde Domenico Carracciolo tot onderkoning van Sicilië. Deze zorgde ervoor dat de machtige Jezuïeten-orde in 1767 uitgewezen werd en dat de Inquisitie in 1782 aan banden gelegd werd. Toch bleef de sociale situatie hetzelfde, het volk bleef arm en de adel en de kerk werden steeds rijker.
De ideeën van de Verlichting en de Franse Revolutie in 1789 zorgden er echter voor dat de bevolking van Sicilië zich bewust werd van haar uitzichtloze situatie en het zou dan ook niet lang meer duren voordat sterke nationalistische gevoelens de kop opstaken. De eerste opstand dateert van 1795, maar werd door Ferdinand neergeslagen. 

Links: Koning Ferdiand lV van Napels als 9-jarig kind.

In 1799 veroverde Napoleon Bonaparte Napels, waardoor Ferdinand genoodzaakt was te vluchten naar Palermo. Met behulp van de Engelsen keerde hij in 1802 terug, maar moest later toch weer uitwijken naar Sicilië, ditmaal tot 1812. Hoewel de Fransen Sicilië nooit bezet hebben, werd Ferdinand toch gedwongen in te stemmen met een nieuwe grondwet voor Sicilië. Hierin werd o.a. geregeld dat Sicilië onafhankelijk van Napels zou worden, de machten gescheiden zouden worden, dat er een parlement met twee kamers zou komen en dat de rechten van de bevolking uitgebreid zouden worden.

Vanaf 1815, na de definitieve nederlaag van Napoleon, volgde de periode van de Restauratie: een poging van de grootmachten in Europa om naar de situatie van voor de Franse Revolutie terug te keren. Bij het Verdrag van Wenen kregen de Bourbons zeggenschap over Sicilië en Ferdinand IV herstelde de vroegere twee- eenheid onder de naam “koninkrijk der beide Siciliën” en noemde zichzelf Ferdinand I. De grondwet werd weer nietig verklaard en dit alles leidde ertoe dat Sicilië een van de armste gebieden van Europa zou worden. Maar de Siciliaanse nationalisten bleven actief en in 1820 volgde de opstand van de “carbonari”.

De opvolgers van Ferdinand I probeerden het tij middels enkele hervormingen nog te keren, maar de beer was definitief los.
In het revolutiejaar 1848 volgde weer een opstand en de onafhankelijkheid werd zelfs uitgeroepen. Deze situatie duurde echter maar tot 15 mei 1849, toen Napolitaanse troepen Palermo innamen na bombardementen op de stad Messina. In 1860 volgde een nieuwe opstand en kwam de vrijheidsstrijder Giuseppe Garibaldi in beeld. Met een klein legertje landde hij op 11 mei 1860 vanuit Genua bij Marsala en na een korte strijd met de legers van de Bourbons kwam er een eind aan de al zes eeuwen durende Spaanse overheersing.

Gemaakt: 13-06-06

Colofon