504 | Cimolesta |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
De Cimolesta is een groep, waarschijnlijk een Orde, van merendeels uitgestorven zoogdieren. Naamgever van de Cimolesta is het geslacht Cimolestes. Of de verschillende groepen van de orde echt bij elkaar horen is onzeker; mogelijk zijn het allemaal aparte ordes binnen de Ferae. Volgens sommigen behoren ook de Schubdierachtigen (Pholidota) tot deze groep, maar anderen beschouwen de Pholidota als een afzonderlijke Orde binnen de Ferae.
Behalve de hier rechts genoemde Onderorden worden ook wel de Palaeoryctidae, Wyolestinae en de geslachten Ravenictis, Avitotherium en Alostera tot de Orde Cimolesta gerekend.
|
|
Didelphodonta† (Laat-Krijt - Paleoceen) tot deze orde van opossumachtige zoogdieren behoorde de bekende Cimolestes (Fam. Cimolestidae), de mogelijke voorouder van de Caniformia en Roofdieren. Vroeger werden zij gerekend tot de Buideldieren, tegenwoordig tot de orde Cimolesta.
Rechts: Cimolestes |
![]() |
![]() |
De Taeniodonta die leefden van het Vroeg-Paleoceen tot Laat Eoceen) waren dieren met krachtige graafpoten, waarmee ze wortels en knollen opgroeven. De tanden waren hierdoor sterk aan slijtage onderhevig en om dit te verhelpen groeiden ze continu door en waren ze bedekt met een extra laag glazuur. De geslachten varieerden in grootte van de omvang van een rat tot die van een beer. Het bekendste geslacht is Stylinodon. Zij leefden in Noord-Amerika.
Tot de Taeniodonta behoorde de Ectoganus, op de afbeelding links afgebeeld met twee Pantadonta |
De Apatotheria die leefden in Paleoceen, Eoceen, Begin-Oligoceen in Noord-Amerika en Europa, werden gekenmerkt door hun grote voortanden en lange, geklauwde vingers. Deze kenmerken komen overeen met die van twee hedendaagse zoogdieren: het vingerdier (geslacht Daubentonia) van Madagaskar en de gestreepte opossum (geslacht Dactylopsila ) van Nieuw-Guinea. Beide soorten gebruiken hun lange vingers en grote voortanden om insectenlarven onder de schors van bomen vandaan te halen. Waarschijnlijk hadden de Apatotheria een soortgelijke leefwijze als het vingerdier en de gestreepte opossum. De Pantolesta leefden van het Paleoceen tot het Vroeg-Oligoceen. Sommige Pantolesta leken uiterlijk op een otter, terwijl andere soorten meer weg hadden van een spitsmuis. De otterachtige pantolesten behoorden tot de familie Pantolestidae en tot deze familie behoorden onder andere Bessoecetor (Midden-Paleoceen, Montana), Palaeosinopa (Vroeg-Eoceen, Wyoming) en Buxolestes (Midden-Eoceen, Duitsland). Uit hun gefossileerde maaginhoud blijkt dat het viseters waren. De spitsmuisachtige pantolesten behoorden tot familie Pentacodontidae. Deze dieren leefden allen in Noord-Amerika. Pentacodon en Aphronorus zijn de twee bekendste geslachten uit het Paleoceen. |
In Noord-Amerika leefde 60 mjg. in het Paleoceen de Bisonalveus. Het diertje was ongeveer 10 cm lang en leek uiterlijk op een spitsmuis. Opmerkelijk was dat dit zoogdiertje in het bezit was van giftanden. Dit komt slechts zelden voor bij zoogdieren; van de hedendaagse soorten hebben alleen twee soorten spitsmuizen en de zeldzame solenodon uit Cuba en Hispaniola tanden waarmee ze giftig speeksel kunnen injecteren in prooidiertjes. Fossielen van Bisonalveus werden voor het eerst ontdekt in 1956 in Wyoming (VS). Recentelijk, in juni 2005, werd een nieuw exemplaar beschreven, dat ook in het bezit was van giftanden. Waarschijnlijk gebruikte Bisonalveus zijn giftige speeksel om prooidiertjes als wormen, kevers en wellicht ook kleine hagedissen te doden. | ![]() |
Soms wordt nog een derde familie onderscheiden, de Paroxyclaenidae met Kopidodon als bekendste geslacht. De dieren uit deze familie wordt echter ook regelmatig tot de Arctocyonidae van de Condylarthra gerekend. |
Gemaakt: 04-04-08; laatst gewijzigd 22-11-09 |