505

Schubdierachtigen (Pholidota)

Laurasiatheria Fenungulata Zooamata Ferae Pholidota Pangolins (Schubdieren) 

 Schubdieren lijken op anatomische gronden verwant aan de Tandarme Zoogdieren (Edentata), maar blijken genetisch verwant te zijn aan de Katachtigen en Zeehonden en worden daarom in de superorde Laurasiatheria Sommige delen de Schubdieren in bij de orde Cimolesta, anderen beschouwen ze  als een afzonderlijke orde: Pholidota

Deze primitieve zoogdierorde komt voor in Afrika ten zuiden van de Sahara, in Zuid-Azië en de Indische archipel. 

Laurasiatheria

De oudste schubdieren zijn gevonden in het laat-Paleoceen van Noord-Amerika. Deze behoorden tot de families Epoicotheriidae en Metacheiromyidae

De Schubdieren of Pangolins zijn de enige nog levende familie van de orde de Schubdierachtigen (Pholidota). Zij komen voor in Afrika en Zuid-Azië. 

Het woord Pangolin komt van het Maleise woord pengguling = de oproller), 

Fossiele soorten zijn bekend uit Europa en Noord-Amerika en dateren van het Midden-Eoceen. De fossielen uit Duitsland zijn van het geslacht Eomanis. De geslachten Necromanis en Patriomanis zijn gevonden in het laat-Eoceen van respectievelijk Frankrijk en Noord-Amerika. 

Het langgerekte lichaam is op de rug bedekt met bruinachtige of grauwe hoornschubben, waartussen haren staan. De onderzijde is geheel behaard. De dieren hebben een kleine, kegelvormige kop. De oorschelpen zijn rudimentair. Tanden ontbreken, de met de lange, ronde tong gevangen insecten worden in de maag fijngemalen tussen hoorntanden van de sterk gespierde maagwand en ingeslikte steentjes. Sleutelbeenderen ontbreken. De dieren hebben korte poten met sterke graafklauwen, waarmee zij mieren- en termietennesten openmaken. De lange, krachtige staart wordt bij het klimmen gebruikt als grijpstaart. Schubdieren zijn zoolgangers, die traag op de buitenkant van de voetzool lopen. Zij zijn alleen 's nachts actief. Meestal wordt één jong geworpen. Men kent drie Aziatische soorten (Javaanse schubdier, de kortstaartige Chinese schubdier). Twee Afrikaanse soorten zijn boombewoners in het tropische regenwoud (Langstaartschubdier, Afrikaanse boomschubdier). Het reuzenschubdier bewoont niet alleen het regenwoud, maar ook de savannen.

Orde Schubdierachtigen 

  • Familie Epoicotheriidae†

  • Familie Metacheiromyidae

  • Familie Schubdieren of Pangolins (Manidae)  

    • Geslacht Manis

      • Palawanschubdier

      • Indisch schubdier

      • Javaans schubdier

      • Chinees schubdier

    • Geslacht Phatagius

      • Afrikaans boomschubdier

    • Geslacht Uromanis

      •  Langstaartschubdier

    • Geslacht Smutsia

      • Reuzenschubdier

      • Temmincks schubdier of Steppenschubdier

Bestand:Steppenschuppentier2.jpg De schubben van de schubdieren liggen als dakpannen over het lichaam en bedekken het hele lichaam met uitzondering van de buik en de binnenzijde van de armen. Bij gevaar rollen de schubdieren zich als een egel op, waarbij de schubben bescherming bieden tegen vijanden. Alleen hyena's en grote katten kunnen door deze laag dringen. Ze verschillen in grootte van het langstaartschubdier, dat 30 tot 35 centimeter lang en 1,2 tot 2 kilogram zwaar wordt, tot het reuzenschubdier, dat 75 tot 85 centimeter lang en 25 tot 33 kilogram zwaar wordt. Mannetjes worden veel groter dan vrouwtjes.

Schubdieren zijn gespecialiseerd in het eten van mieren en termieten. Ze hebben een lange, dunne tong, bedekt met kleverig speeksel. Schubdieren hebben geen tanden, en het voedsel wordt vermalen in de stevige maag. Oren zijn klein of ontbreken. De voorpoten zijn korte, krachtige graafpoten.

Links: Steppenschubdier

Schubdieren leven in de bossen en graslanden van West- & Oost-Afrika en Zuid-Azië, van India en Sri Lanka tot Sumatra en Kalimantan. Sommige soorten leven in bomen, anderen op de grond. Enkele van de boombewonende schubdieren hebben een grijpstaart. Het zijn solitaire dieren. Ze krijgen meestal één jong. De moeder beschermt de jongen bij gevaar door zich om de jongen heen op te rollen. Na twee jaar zijn de jongen geslachtsrijp. 

Laatst bijgewerkt: 13-06-03

colofon