462

Mammaliaformes 

Klasse Synapsida Orde Therapsida Onderorde Cynodontia Mammaliaformes 

 

Ca. 220 miljoen jaar geleden in het Laat-Trias ontwikkelden zich uit de Cynodontia de Mammaliaformes, primitieve zoogdierachtigen, waaruit later de Klasse Mammalia (Zoogdieren) is ontstaan.

Rechts: Cynognathus (Onderorde Cynodontia)

Bestand:Cynognathus BW.jpg
De Mammaliaformes omvatten drie Orden
  • Orde Morganucodonta
    • Familie Morganuconodontidae
  • Orde Docodonta (Midden-Jura tot laat-Krijt)
  • Orde Haramiyoidea (Boven-Trias tot Boven Jura)
    Het is één van de oudste zoogdiergroepen.
    De Orde Haramiyoidea is een ietwat omstreden. Ze leefden in Europa, Afrika, Groenland en Binnen-Mongolië
    • Familie Haramiyida (Simpson, 1947)
    • Familie Hahnodontidae uit het Beneden-Krijt 

De Mammaliaformes zijn vooral bekend van kleine kaken en kiesjes, die gevonden zijn in aardlagen uit het Boven Trias en zijn zo'n 220 miljoen jaar oud. Dat betekent dat de zoogdieren bijna tegelijkertijd met de dinosauriërs ontstonden. De dinosauriërs zouden echter de daaropvolgende 160 miljoen jaar de dominante levensvorm op aarde zijn, terwijl de zoogdieren een obscuur bestaan leidden in de schaduw van de reuzenreptielen. Pas na het verdwijnen van de dinosauriërs, zo'n 65 miljoen jaar geleden, namen zoogdieren de rol van de belangrijkste gewervelde diergroep op het land over.

De Mammaliaformes onderscheiden zich van hun voorouders, de zoogdierachtige reptielen door de volgende kenmerken:

  1. Gehoorbeentjes .
    Eén van de belangrijkste kenmerken van zoogdieren heeft te maken met de ontwikkeling van het oor. Daarin vinden we de gehoorbeentjes. Deze botjes zijn ontstaan uit botten die oorspronkelijk onderdeel waren van de onderkaak. Daardoor zit het kaakgewricht bij zoogdieren aan een ander bot vast dan bij reptielen. De vorm van de kaak is dus een bruikbaar kenmerk. 

  2. Gebit
    Een ander verschil tussen reptielen en zoogdieren is het gebit. Dat van zoogdieren is onderverdeeld in snijtanden, hoektanden, valse kiezen en ware kiezen. Bij zoogdierachtige reptielen hebben alle gebitselementen nog dezelfde basisvorm. Bij de eerste zoogdieren zijn deze echter al duidelijk van elkaar te onderscheiden. Een ander gebitskenmerk heeft te maken met de tandwisseling. Zoogdieren wisselen maar één keer in hun leven, reptielen wisselen meermaals. Voor zover we kunnen nagaan hadden vrijwel alle zoogdieren in het Mesozoïcum al een éénmalige tandwisseling van snijtanden, hoektanden en valse kiezen. 

  3. Haar
    Een typisch zoogdierkenmerk dat we nog niet hebben genoemd, is de aanwezigheid van haar. Ook haar wordt bijna nooit fossiel teruggevonden. Een aantal wetenschappers heeft echter haren van een multituberculaat teruggevonden in fossiele uitwerpselen uit het Paleoceen (60 miljoen jaar geleden) van China. 

In de bouw van het skelet zijn vrij grote verschillen tussen Mammaliaformes en de oudst bekende zoogdieren. Dit lijkt erop te duiden dat de verschillende groepen al enige tijd ieder hun eigen evolutie hebben doorlopen. Alhoewel de oudste vondsten van zoogdieren bekend zijn uit het Boven Trias, is het dan ook niet onwaarschijnlijk dat er al zoogdieren in het Midden Trias aanwezig waren. 

Laatst bijgewerkt: 10-12-09

colofon