2705

Longobardische Rijk (700 - 774)

  Longobardische Rijk (600-700)

 

Heersers van de Longobarden

Raginpert en Liutpert 700 - 702
Aripert 702-712
Liutprand 712 - 744
Ratchis 744 - 749
Aistulf 749 - 756
Desiderius 757 - 774
Liutprand (712-744)

Liutprand streefde naar vereniging van Italië door onderwerping van de hertogen van Spoleto en Benevento en aanvallen op Ravenna en Rome. Hij slaagde daarin echter niet.

Vanwege de voortdurende dreiging van de Longobarden drongen de bewoners van de eilanden in de lagune van de Po er bij Byzantium op aan dat de militaire tribunen die tot dan toe over de lagune waakten, zouden worden vervangen door een doge met meer bevoegdheden. Met succes: in 697 werd Paolucio Anafesto tot eerste doge (dux) gekozen. Het bleef echter onrustig, want Venetië was het mikpunt van allerlei invallen. De doge trok zich terug in Rive Alto, in het meer beschermde deel van de lagune. Met de verplaatsing van de militaire bestuurszetel naar een van de eilanden van het toekomstige Venetië begon het proces waarbij deze verzameling kleine eilandjes opklom tot een zowel stedelijke eenheid als een grootmacht in het Middellandse-Zeegebied.

De Longobarden waren zeer bedreven in de edelsmeedkunst. Van hen zijn o.a. zeer fraaie kruisen bewaard, die de christenen ten teken van hun geloof, droegen en die pas in de 8e eeuw als siervoorwerpen werden gezien. Verder vervaardigden de Longobarden metalen sieraden, zoals fibulae.

Ratchis (744 - 749)

Koning Ratchis besloot monnik te worden.

Aistulf (749-756)

In 751 veroverde zijn opvolger, Aistulf het Exarchaat Ravenna, waardoor er een eind kwam aan de Byzantijnse heerschappij over Midden-Italië. Paus Stephanus ll, voelde zich flink in het nauw gedreven. Op steun van zijn wereldlijk heerser, de Byzantijnse keizer Constantijn V, kon hij niet rekenen daar hij  met hem in conflict was wegens diens bestrijding van het vereren van heiligenbeelden. Bovendien had deze zijn soldaten hard voor zijn strijd in het oosten  tegen de Arabieren. Ten einde raad riep Stephanus daarom maar de hulp in van Frankische "barbaren": Hij had gewoon geen andere keus: het was óf overheerst worden door de Longobarden of onder bescherming komen te staan van de Franken. 

Links: Lombardisch steenreliëf van het altaar van Hertog Ratchis in Cividale. Het relief stelt voor de aanbidding der wijzen en dateert uit ca. 740.

Met het zegen van de paus mocht Pippijn de Korte, de zoon van Karel Martel, de laatste Merovingische koning Childerik III (743-751), die zonder feitelijke macht regeerde over Austrasië, Neustrië en Bourgondië, afzetten en zichzelf door de Frankische edelen tot koning laten uitroepen (751).  Pippijn kon al spoedig de Paus een wederdienst bewijzen. Toen Aistulf eiste dat de Romeinen belasting aan hem zouden afdragen, vroeg de paus tevergeefs de keizer van Constantinopel om hulp. Nu wendde hij zich tot de koning van de Franken. Pippijn nam de taak op zich om de paus en de kerk te beschermen en versloeg de Lombarden (756) Daarna dwong hij Aistulf de veroverde gebieden af te staan en schonk deze  - waarschijnlijk ingevolge een tevoren gemaakte afspraak, aan de Paus (Schenking van Pippijn, Donatio Pippini). Daarmee ontstond de Kerkelijke Staat. Pippijn werd de beschermheer van dat gebied en van de Heilige Stoel en kreeg de titel Patricius Romanorum, een titel die tot dan toe gevoerd was door de plaatsvervanger in Italië van de Byzantijnse keizer. 

De paus was door de stichting van de Kerkelijke Staat ook een belangrijk wereldlijk leider geworden. Maar wat nog belangrijker was: het pausdom werd verbonden met de Frankische koningen en hun opvolgers (de Franse koningen en Duitse keizers); een verbintenis die zou blijven bestaan tot het jaar 1870. De machts- en gezagsverhoudingen tussen de partijen werden echter niet duidelijk geregeld en dat zou de volgende eeuwen dikwijls tot spanningen leiden.

Voorlopig was de relatie tussen paus en koning echter opperbest. Beide partijen deden dan ook precies wat zij van elkaar verwachtten, of zelfs nog meer. De koning wierp zich op als beschermer van de paus en de paus legitimeerde de macht van de koning en bestendigde diens imago.

Desiderius (757-774)

Met Desiderius, de laatste koning van de Longobarden, stond Pippijns opvolger, Karel de Grote (768-814) aanvankelijk op goede voet. Hij huwde zelfs met diens dochter. Maar reeds na een jaar verstootte Karel zijn koningin. Desiderius zocht wraak en veroverde verschillende steden aan de Adriatische zee en rukte op naar Rome. Wederom riep de Paus de Franken te hulp. Met een sterk leger trok Karel de Alpen over, veroverde Papia (Pavia) en maakte in korte tijd een einde aan het Longobardische Rijk (774). 

Desiderius werd opgesloten in een Frankisch klooster en het land van de Longobarden werd een vazalstaat van het Frankische rijk. Hierna kroonde Karel zich met de ijzeren Lombardische kroon te Pavia en noemde zich "koning der Franken en Longobarden". Hij vergrootte het pauselijke territorium met delen van Toscane en Spoleto, bevestigde de schenking van zijn vader Pippijn  Sindsdien bezocht Karel Italië nog verschillende malen om daar de toestanden te regelen en op te treden tegen misbruiken in staat en kerk.

Onder: Pavia, destijds Papia geheten.

Italië (744 - 855)

laatst bijgewerkt: 16-10-10

colofon