4022 |
Eligius (Eloi, Eloy, Elooi) (ca. 588 - 660) |
![]() |
![]() |
Eligius werd geboren in Chaptelat, een dorp nabij Limoges. Zijn vader was pottenbakker. Eligius wilde smid worden, maar werd al snel opgeleid tot goudsmid door de muntmeester van Limoges. Vervolgens zette hij zijn opleiding voort bij Babo, de koninklijke schatkistbewaarder in Neustria. Op zijn aanbeveling gaf koning ![]() Na de dood van Clotarius benoemde zijn zoon, koning |
Hij voerde deze leefwijze ook in het klooster van Solignac dat hij in 632 stichtte en in het nonnenklooster van Parijs. Hij bouwde de basiliek van St. Paulus in Parijs en restaureerde de basiliek van St. Martial. Verder bouwde hij prachtige kerken gewijd aan St. Martinus van Tours, de patroon van de Franken en St. Denis, de patroonheilige van de koning.
Na de dood van koning Dagobert in 639 verlieten Eligius en Dado het hof en werden zij tot priester gewijd. Na het overlijden van Acarius, de bisschop van Noyon-Tournai, op 13 mei 640 volgde Eligius hem op met de uitdrukkelijke steun van de geestelijkheid en het volk. De inwoners van zijn bisdom waren voornamelijk ongelovigen. Hij richtte zich op de bekering van de Vlamingen, de inwoners van Antwerpen, de Friezen en van de barbaarse stammen langs de kust. In 654 stemde hij in met de toewijzing van de beroemde immuniteit aan de abdij van St. Denis in Parijs, waardoor deze een eigen rechtspraak kreeg. In zijn eigen bisschoppelijke stad Noyon bouwde en begiftigde hij een nonnenklooster. Toen het lichaam van de heilige St. Quentin gevonden was, stichtte bisschop Eligius een kerk met bijbehorend klooster tot zijn nagedachtenis. Uit deze periode zijn nog een preek bekend waarin Eligius de heidense gewoonten van zijn tijd bestrijdt, een preek over het laatste oordeel en een brief uit 645 waarin hij om geld vraagt voor bisschop Desiderius van Cahors. Van veertien andere preken die aan hem zijn toegeschreven, is de herkomst onduidelijk. Eligius wordt vooral vereerd in Vlaanderen, de provincie Antwerpen, in Doornik en in de omgeving van Gent, Brugge en Dowaai (Fr. Douai). Gedurende de Middeleeuwen werden zijn relikwieën bijzonder vereerd en zijn deze vaak naar andere plaatsen overgebracht (881, 1066, 1137, 1255 en 1306). Zo bevindt zich thans nog een relikwie in de Sint Elooien-kapel te Meise (België). Ook de Sint Martinuskerk in Rijmenam en het St. Eloyen Gasthuis in Utrecht bezitten een relikwie. In de kerkelijke kunst wordt Eligius vaak uitgebeeld in een bisschopsgewaad met een kromstaf in de rechterhand en een miniatuur kerk van geciseleerd goud op de open palm van zijn linkerhand. Ook is hij wel afgebeeld met een (gekroonde) smidshamer, aambeeld of tang in plaats van de kromstaf. Gemaakt: 10-10-07 |