4094

Neustrië - Austrasië en Bourgondië (613 - 639)

Austrasië Neustrië Bourgondië
Chlotar (Chlotarius) ll (Chlotarius de Grote) koning van Neustrië, Austrasië en Bourgondië (613-629).

In 613 waren na de dood van Theudebert ll van Austrasië en Theuderic ll van Bourgondië de drie Frankische rijken weer verenigd onder één koning: Chlotar (Chlotarius) ll, die de geschiedenis zou ingaan als "Chlotarius de Grote". 

Eenmaal aan de macht liet hij Brunichild gevangen nemen, waarna hij haar aan een paard liet binden en in stukken scheuren. 

Hoewel de rijken Austrasië, Bourgondië en Neustrië nu onder een koning verenigd waren, behielden de drie kernlanden hun zelfstandigheid. 

 

Chlotar ll werd al snel in zijn macht beknot op een samenkomst van edelen in Parijs, waar de vrijheid van de kerk en wereldse aristocratie werd uitgeroepen. De koning verplichtte zich om zijn raadslieden uit de kringen van de grootgrondbezitters te kiezen, wat. betekende dat de hoge ambtenaren voortaan niet langer afhankelijk waren van de vorst. De macht in het rijk kwam in handen van de grootgrondbezitters. De hofmeiers kwamen aan het hoofd te staan van de kernlanden.

Onder druk van de rijksgroten erkende Chlotar ll in 623 zijn 21-jarige zoon Dagobert l als onderkoning van het grootste deel van Austrasië. Zelf bleef hij tot 629 koning van Neustrië en Bourgondië. 

Dagobert l (623-634)

De jeugdige Dagobert l (hij was 27 toen hij koning werd) bestuurde zijn gebied feitelijk onder zijn voogdij en die van bisschop Arnulf van Metz. Ook hofmeier Pippijn l bleef een sterke invloed uitoefenen op de rijkspolitiek.

Bij een ontmoeting te Clichy, naar aanleiding van zijn huwelijk met Gomatruda eiste hij van zijn vader heel Austrasië op. Champagne, Brie en wellicht ook Dantelin kwamen in zijn bezit. .

rechts: Dagobert l

Na de dood van zijn vader Chlotar ll in 629 legde Dagobert beslag op Soissons. Ook Bourgondië kwam in zijn macht en ook in Neustrië werd hij als koning erkend. Zodoende waren de drie rijken Austrasië, Bourgondië en Neustrië weer onder één koning verenigd.

Ten tijde van Dagobert I werd het gewoonterecht van de Ripuarische Franken op schrift gezet, de zogenaamde Lex Ribvaria.

Charibert ll, een zoon van Chlotar ll werd koning van Aquitaine, nadat hij had gezworen aan de rest van het rijk te verzaken. Aquitaine was voorheen de Romeinse provincie: Gallia Aquitania.

Charibert ll ging door voor een eenvoudige van geest en daarom had Dagobert verhinderd dat hij koning van Neustrië werd. Als koning van Aquitaine kreeg hij de macht over de steden Toulouse, Agen, Cahors, Perigieux en Saintes. Door de verovering van Casgonge kon Charibert ll zijn rijk uitbreiden.  Zijn vroegtijdige dood in 632 werd Charibert ll opgevolgd door zijn nog minderjarige zoon Chilperic. Dagobert l gaf opdracht hem (zijn halfbroer) te vermoorden, waarna hij zijn gebieden bij zijn rijk voegde, al ging dat niet zonder slag of stoot. De Aquitaniërs kwamen in opstand en stelden Boggis (Bohggis of Bodogisel) aan als hertog van Aquitanië. In hetzelfde jaar kwamen ook de Gascons (bewoners van Gascogne, het gebied tussen de Garonne en de Pyreneeën) in opstand. Dagobert l stuurde een leger onder bevel van Chandoina, die een gedeeltelijke overwinning behaalde aan de Soule. Daarbij sneuvelde de Gascogner Arimbert en nog enkele andere generaals.

Bijgestaan door zijn raadgevers Desiderius, Dado en Eligius probeerde Dagobert zijn militaire veroveringen zeker te stellen. Op het gebied van de rechtspraak, de handel en geldzaken werden de nodige maatregelen getroffen. Verschillende kerkelijke instellingen, zoals de abdij van St. Denis en de St. Bataafs van Gent kregen van Dagobert een schenking. Met Byzantium, de Longobarden en de Saksen sloot Dagobert verdragen. Ook intervenieerde hij in Spanje. 

In 632 leed Dagobert in de slag bij Wogatisburg (Vogatisburg) een nederlaag tegen de Slavische heerser Samo, die de in 568 door de Avaren uit hun woongebied verdreven Slaven onder zich verenigd had, vanuit het gebied tussen de Oder en de Elbe het oostelijke deel van het Frankische rijk onveilig maakte. 

Toen Dagobert zijn residentie vestigde in Parijs kon hij een opstand van Austrasië bedwingen, maar hij moest zijn driejarige zoon Sigebert lll als koning van Austrasië erkennen. Hij bleef zelf nog regeren over Bourgondië en Neustrië. In 638 brak er in Gascogne een opstand uit onder hertog Aegyna,  die met wapengeweld werd onderdrukt. In hetzelfde jaar werd ook koning Judicaël van Domnonee (Bretagne) onderworpen (638). 

Dagobert stierf in 639. Hij was de laatste Merovingische koning die nog enige macht uitoefende. Het Frankische rijk was opgedeeld in allerlei staatjes, waar de macht in handen was van de hofmeier (major domus). De opvolgers van Dagobert zouden na zijn dood in 638 slechts marionetten zijn van de koninklijke hofmeiers. De hofmeiers waren zo machtig geworden dat hun ambt erfelijk was geworden. 

Het Frankische Rijk werd opnieuw verdeeld. De edelen in Bourgondië en Neustrië drongen aan op een vereniging van de koninkrijken Bourgondië en Neustrië. Zodoende werd Dagoberts zoon Chlodovech (Clovis) ll (639-663) koning van Neustrië en Bourgondië. Zijn andere zoon, de nu 10-jarige Sigebert lll  bleef koning van Austrasië. Pippijn l keerde terug naar Austrasië om Sigebert onder zijn hoede te nemen (ofwel het feitelijke gezag in handen te nemen).

rechts: Het Frankische rijk na de dood van Dagobert

Na de dood van Dagobert I in 639 ging het met de koninklijke familie snel bergafwaarts. Veel koningen stierven in bed in plaats van op het slagveld, iets wat voor de oorlogszuchtige Germanen een rare gewaarwording was. Een groot deel van hun tijd brachten zij door met zich per ossenwagen van het ene domein naar het andere te verplaatsen. Ondanks hun toch bepaalde kalme levenswijze werden de koningen gemiddeld minder oud dan hun actievere voorgangers. Daarnaast kwam in de familie veel kindersterfte voor.

Van het tanende koninklijke gezag profiteerde vooral de hofmeier, de leider van de hofhouding. Aanvankelijk was het ambt van hofmeier een erebaan, die in de regel werd gegeven aan een grootgrondbezitter in de directe omgeving van de koning. Bij een zwakke koning speelde de hofmeier echter al snel de rol van regent en eiste daarmee de werkelijke macht in het rijk op. In Austrasië kwam het hofmeierschap in handen van een familie, die van de Pippiniden/Arnulfingen. In Neustrië ontbrak een dergelijke dominante familie.

Neustrië (639 - 679) Austrasië (639 - 679)

laatst bijgewerkt:06-02-08

colofon