3488

Martinus van Tours (317 - 397) en de stad Tours

De stad Tours, het hart van de Touraine wordt  voor het eerst vermeld door de geograaf Ptolemeus in de tweede eeuw na Chr. als Caesaodorum. Sinds de vierde eeuw heet de stad Urbs Turonum (stad der Turonen). Belangrijk wegen kwamen hier samen en er was een bloeiende handel. In de vijfde eeuw telde de stad 20.000 inwoners. Het Romeinse Tours vindt men nu nog terug in de omgeving van de kathedraal.

Politiek situatie (eind 4e eeuw)
Gallië werd bestuurd door de als Augustus van het westen regerende keizer Valentianus l (364 - 375), daarna door Flavius Gratianus (375-), die in de stad Trier een schitterend hof hield, Magnus Maximus, die zichzelf tot keizer had laten uitroepen en eveneens Trier als residentie koos. Hij regeerde niet alleen over Gallië, maar ook over Brittannië (384 - 388)., tot hij door Frankische generaal Arbogast (Arbogastes) werd verslagen. Daarna brak er machtsstrijd uit tussen
Valentianus ll en Theodosius l. Een burgeroorlog was het gevolg. De Romeinse legioenen aan de Rijn-Donaugrens werd opgeroepen. Die gelegenheid grepen de Alamannen aan om Oost-Gallië te bezetten (390). In 392 werd Valentianus ll door Arbogast vermoord, waarschijnlijk omdat Valentianus ll  niet hem, maar een ander  tot keizer van het westen wilde verheffen.  In 394 werd Arbogast door Theodosius l  verslagen en kwam het rijk voor de laatste maal weer in één hand. 

Tours heeft twee oude kernen, die zich onafhankelijk van elkaar ontwikkelden. De oorzaak hiervan ligt bij de beroemde bisschop van Tours, Martinus (Nederlands: Sint Maarten)

Martinus van Tours werd in 316 of 317 geboren in Steinamanger in West-Hongarije. Hij was de zoon van een Romeins magistraat en werd opgevoed in de Italiaanse stad Pavia. Hoewel zijn ouders heidenen waren, liep de 12-jarige Martinus van huis weg om zich te laten onderwijzen in de christelijke leer. In die tijd was het de gewoonte dat de zonen uit adellijke riddergeslachten de dienst aan het hof van hun vader overnamen. Daarom werd Martinus op zijn 15-de jaar, op bevel van de Romeinse keizer tot ridder in het Romeinse leger geslagen en kwam hij bij een ruiterij in Gallië terecht.
Eens, zo vertelt de legende, deelde hij zijn mantel met een arme bedelaar. Dit was - zo wil het verhaal: Christus in mensengedaante.

Op 18-jarige leeftijd liet hij zich dopen om tenslotte zijn zijn ridderplichten ontheven te worden om zich geheel aan het christelijke geloof te wijden. 

In het jaar 356, werd hij leerling van bisschop Hilarius van Poitiers. Deze nam hem op in de geestelijke stand. Omstreeks 360 vestigde Martinus zich als kluizenaar te Ligugé ten zuiden van Poitiers. Door de grote toevloed van volgelingen ontstond hier in 361 heet eerste klooster op Franse bodem. In 371 werd hij door het volk gekozen tot bisschop van Tours, ondanks verzet van andere bisschoppen. Eenmaal bisschop geworden verbreidde hij het christendom in de Touraine. Als bisschop bleef hij zijn monniksleven voortzetten en maakte hij uitgebreide missiereizen, ook buiten zijn eigen diocees.

Omstreeks 375 stichtte hij een klooster te Marmoutiers (d. i. Maius monasterium = zeer groot klooster), dat een centrum werd van studie en missiewerk voor heel Gallië. Ofschoon Martinus een vurig strijder was voor het christendom, deed hij herhaaldelijk pogingen om het keizerlijke hof te Trier over te halen tot een mildere houding ten opzichte van de priscillianen (volgelingen van de Spaanse godsdienstig ijveraar Priscillianus, ca. 340 - 385, die zich had gekeerd tegen de verwereldlijking van het kerkelijke leven). Deze bemiddelende houding wekte verzet bij de Spaanse bisschoppen, die Priscilianus' leer in 380 hadden veroordeeld en ook bij zijn eigen clerus. Ondanks voorspraak van Martinus werd Priscilianus en enkele van zijn volgelingen in 385 als ketters gefolterd en later geëxecuteerd. De eerste foltering en executie van christenen door christenen. 

Martinus stierf op één van zijn missiereizen te Candes bij Tours op 8 november 397. In triomf werd zijn lichaam naar Tours overgebracht en werd daar volgens Romeinse gewoonte op het openbare kerkhof ten westen van de stad Tours begraven. Zijn opvolger liet op zijn graf een kapel bouwen, die al gauw een bedevaartplaats werd. Er werd ook een klooster gesticht. Er vonden hier veel "wonderen" plaats, waardoor de stroom pelgrims steeds maar aangroeide en de kapel al gauw te klein werd: er werd een prachtige kerk gebouwd. Zijn leven werd beschreven door Sulpicius Severus en Gregorius van Tours (ca. 538 - 594). Beiden behoorden tot de meest gelezen schrijvers in de middeleeuwen en dit verklaart de grote populariteit die Martinus genoot. In de kerk verklaarde Clovis l (481-511), de grondlegger van het Frankische rijk, plechtig dat hij en zijn gezin zich zouden laten dopen. Sinds die tijd was Martinus patroonheilige van de Frankische koningen en het Frankische volk en was de kerk het nationale Frankische heiligdom. Ook in ons land was Martinus erg populair. In ons land is hij de patroon van de steden Utrecht en Groningen. Net als Sint Nicolaas stond Sint Maarten bekend als kindervriend.

Meermalen hebben de Noormannen de bedevaartplaats bedreigd, maar de relieken van Martinus werden steeds op tijd in veiligheid gebracht. ij één van de laatste aanvallen brandden kerk en klooster echter af. Hierdoor wijs geworden, legden de monniken om het weer opgebouwde complex een vestingmuur aan en noemden dit gedeelte, in tegenstelling tot de antieke stad in het oosten, "Châteauneuf". Pas in de 14e eeuw werden de beide stadsdelen door één nieuwe muur omgeven en in de 16e en 17e eeuw ontstond een tweede ommuring, die de stad meer dan tweemaal zo groot maakte. de muren in het zuiden moesten in de 19e eeuw wijken voor brede boulevards.

Gemaakt: 24-09-03; laatst bijgewerkt: 16-12-05

colofon