3036 | Nicolaas van Myra (ca. 270 - 341) |
![]() |
Sinterklaas is de volksnaam voor de heilige Nicolaas, Sint Nicolaas. Er zijn niet veel feitelijke gegevens over deze heilige bewaard. Wat wel met geschiedkundige betrouwbaarheid werd vastgesteld is dat Nicolaas geboren werd in de laatste helft van de 3e eeuw (rond 270) in de havenstad Patara, een stad in Lycië, aan de zuidwestkust van Klein Azië, het huidige Turkije. Hij was bisschop van Myra, een havenstad niet ver van Patara, tijdens de eerste helft van de 4e eeuw. Er zijn talrijke overblijfselen van de stad Myra, waaronder een theater, Lycische graven en de ruïnen van de St.-Nicolaaskerk. Deze ruïnen van Myra liggen in het huidige Demre (Kale). Myra kende een bloeiperiode tijdens de Romeinse tijd. Tijdens het leven Nicolaas waren er spanningen zowel buiten als binnen de Kerk. Er heerste van 303 tot 313 kerkvervolging onder keizer |
![]() |
Behalve 341 worden ook 342, 343, 345 en 351 als overlijdensdata genoemd. Hij werd te Myra begraven. Na de dood van Nicolaas kwamen vele mensen bidden op zijn graf. Nadien bouwde men op deze plaats een heiligdom dat een bedevaartsoord werd. De verering werd steeds groter. In de 9e eeuw stak Nicolaas in de Oosterse Kerk boven alle andere heiligen uit. zijn roem was bijna even groot en zijn cultus bijna even verbreid als die van Maria, de moeder van Jezus.
Over zijn liefde voor kinderen deden al in de zesde eeuw verhalen de ronde. Zo zou hij ooit de dochter van een arme weduwe gered hebben van de hongerdood, om haar daarna als zijn eigen kind op te voeden en haar tenslotte, voorzien van een royale bruidsschat aan een van zijn beste vrienden uit te huwelijken. Een ander verhaal vertelt hoe hij in de zomer een maand lang de taak van een arme, zieke schaapherder overnam en zo voorkwam dat zijn kudde door wilde dieren werd gedecimeerd. Nadat de jongen weer op krachten was gekomen, bleken de ooien midden in de zomer te hebben gelammerd. Zo groot was zijn faam dat al vrij snel na zijn dood zijn graf een pelgrimsoord werd en overal in de nog prille christelijke wereld aan hem gewijde kerken verschenen. Uit schriftelijke bronnen weten we zelfs dat keizer |
Door wetenschappelijk onderzoek kwam men tot de bevinding dat de talrijke Sinterklaaslegenden van verschillende herkomst zijn en rond zijn bisschopsgestalte werden samengebracht. Zo is het mogelijk dat een gedeelte ervan oorspronkelijk op naam van een andere bisschop stond, met name de bisschop van Pinara uit de 6e eeuw, die genezingen verrichtte en duivels uitdreef. Deze verhalen zouden later aan Nicolaas toegeschreven worden en kwamen zo vanuit hun oorspronkelijke sfeer terecht in legenden waarvan hij de hoofdpersoon is geworden. Tegen deze achtergrond van de beschrijving van het wezen van de heilige Nicolaas is het nu beter te begrijpen waarom hij zo populair kon worden en waarom de verspreiding zich nu verder kan zetten. | ![]() |
Verspreiding van de verering van Sint Nicolaas
De verering begint zich te verspreiden vanaf de 6e eeuw. Er werden Nicolaaskerken gebouwd, lofredes en gedichten over hem geschreven en men schreef vertalingen van een levensbeschrijving die al in het Grieks bestond. In de 7e eeuw werd Nicolaas in een lofrede "de loods van hen die varen op de wijde zee" genoemd. In de 8e eeuw weken talrijke monniken uit naar Zuid-Italië en brachten de Nicolaas-verering mee. Paus Nicolaas I (858-867) verspreidde de verering in Rome. De verspreiding naar Zuid-Italië was reeds gebeurd door de monniken die de vervolging in het Oosten ontvluchtten, maar vanaf 1087 kwam de grote doorbraak. Dit kwam door het feit dat in de 11e eeuw Klein-Azië overspoeld werd door de Turkse stam der Seidsjoeken, zo genoemd naar hun leider Seidsjoek. De Seidsjoeken waren een ruitervolk uit de steppen van Centraal-Azië. Onder invloed van de Arabieren waren ze al eerder overgegaan tot de Islam. Gaandeweg nam de bevolking van Klein-Azië de Turkse taal en de Islamitische godsdienst van hen over. In 1071 brachten de Seldsjoeken de Byzantijnen een zware nederlaag toe; ze vestigden hun heerschappij over Klein-Azië. Vele christelijke heiligdommen werden vernield. Ook het heiligdom waar Nicolaas vereerd werd, dreigde vernield te worden. Daarom hebben Italiaanse zeelieden in 1087, kort voor de eerste kruistocht tegen de Turken in 1096, het graf van de heilige Nicolaas opengebroken. Zijn lichaam werd in stukken gescheurd en de onderdelen werden onder de kapiteins verdeeld. Eén van hen nam zijn deel mee terug naar zijn woonplaats Bari en schonk het aan de plaatselijke kerk als een kostbaar relikwie. Eerst werden de relieken bijgezet in de St. Stefanuskerk. Nadien werd tussen 1087 en 1132 te Bari een basiliek gebouwd ter ere van San Nicola. Vanaf die tijd werd Bari druk bezocht door pelgrims die van het Heilig Land kwamen en later door de kruisvaarders. Het zijn deze beide groepen die bijdroegen tot grote verspreiding van de verering. Zo werd Bari één van drukst bezochte pelgrimsoorden. De overbrenging van het gebeente van de H. Nicolaas (1087) wordt nu nog jaarlijks, op 9 mei, met een geweldig botenfeest herdacht. Sindsdien geldt de kathedraal in Bari voor westerse christenen als het belangrijkste heiligdom van Nicolaas. Een paar keer per jaar wordt in deze Zuid-Italiaanse stad een Sint Nicolaasprocessie gehouden, waarbij de gouden schrijn waarin het relikwie is gevat, door de stad wordt gedragen. Mede door deze overbrenging van de relieken door de zeevaarders werd Nicolaas in Italië als patroon van de schippers en de kooplieden vereerd. Op de afbeeldingen zien wij hem dan verschijnen met een anker of een schip op de achtergrond. In dezelfde periode schreef de diaken Johannes van Napels naar oude Griekse gegevens het leven van de heilige Nicolaas in het Latijn. Hij smukte het op met vele legenden waaronder vooral de scheepslegenden rijkelijk vertegenwoordigd waren. Vanaf het ogenblik dat de heilige Nicolaas de patroon van de schippers en de kooplieden werd, begon er een nieuw tijdperk in de geschiedenis van zijn Sint-Niklaaskerk te Gentverering. De Hanze, een Middeleeuwse handsvereniging, bracht de verering van de heilige Nicolaas over van het in de 11e eeuw zeer belangrijke handelscentrum Italië, naar de Westeuropese kustlanden en naar de noordelijke landen. Deze verering ontwikkelde zich eerst in de Hanzesteden en de handelscentra. Via Napels, Rome, Spanje en Frankrijk werd de verering verspreid naar Vlaanderen en Nederland en via Engeland, naar Scandinavië en IJsland. Naarmate de verering en de legenden rond de persoon van Nicolaas zich verspreidden werden kerken, kloosters, gasthuizen en andere instellingen naar hem genoemd. Ook prijkt hij op gemeentewapens. Officieel werd de feestdag van de heilige Nicolaas in de liturgie van het Westen in de 13e eeuw vastgesteld op 6 december. Van die tijd af moet de viering in onze landen hebben plaatsgevonden. |
De basiliek van Nicolaas van Myra werd gebouwd in de 6e eeuw (volgens andere bron aan het begin van de 7e eeuw). Van deze allereerste kerk is behalve een klein stukje van het fundament weinig meer over.
Het grootste deel van de huidige basiliek werd gebouwd in de 8e eeuw. Hiervan staat het achterste deel nog vrijwel geheel overeind. De koepel dateert van weer een eeuw later. Keizer |
![]() |
![]() |
Hierbinnen bevinden zich nog enkele mozaïeken (onder andere de vloer is gemaakt van opus sectile; een mozaïek van gekleurd marmer), fresco's en sarcofagen uit de vroeg-christelijke periode. In 1968 werd de sarcofaag van Nicolaas (die eigenlijk een hergebruikte marmeren Griekse sarcofaag is) weer van een dak voorzien. Er zijn nog steeds enkele beenderen van Nicolaas aanwezig en voor de basiliek is een monument voor hem geplaatst.
Links: Sarcofaag van Nicolaas van Myra |
De kerk in Myra mocht de Italiaanse storm in 1087 min of meer hebben doorstaan, wel ging het sindsdien snel bergafwaarts. Doordat het graf van de bisschop was verdwenen, bleven de pelgrims weg. Omdat in diezelfde periode ook de haven, een van de belangrijkste bronnen van inkomsten van de stad, in snel tempo verzandde, nam het aantal inwoners drastisch af. Toen de stad aan het einde van de veertiende eeuw ook nog door enkele epidemieën werd geteisterd, raakte zij praktisch ontvolkt. Het verval van de kerk hield daarmee gelijke tred. Er was alleen een korte opbloei rond 1860, toen de Russen probeerden de cultus van Nicolaas opnieuw leven in te blazen. De laatste eredienst in de kathedraal werd in 1920 gehouden.
Bij de grote restauratie, waarmee in het midden van de jaren zeventig een is gemaakt en ruim 20 jaar heeft geduurd, zijn veel oude fresco's teruggevonden die verstopt zaten achter negentiende eeuwse stucwanden. Onder de vloeren kwamen middeleeuwse mozaïeken te voorschijn. Verder zijn de plafondschilderingen gerestaureerd. Gemaakt: 16-12-05 |