2631

Maastricht (ca. 400 - 1500)

 De Lage Landen in de Vroege Middeleeuwen; Maastricht (ca. 20 - 400 n. Chr.)

Rond het jaar 402 trokken de Romeinse troepen terug naar Italië. Na het vertrek van de Romeinen vielen rondtrekkende stammen de stad aan doch onder aanvoering van Merovingische vorsten werd de rust hersteld.

Maastricht werd de hoofdstad van het graafschap en verkreeg van 550-760 het recht om zelf munt te slaan. De munten droegen het woord "portus"=haven. De munten waren herkenbaar aan een vijfpuntige ster. In de stad werden "palts"=paleizen gebouwd als verblijfplaats van de Merovingische en Karolingische vorsten. Het waren versterkte boerenhofsteden. Het gebied rond de Sint Servaaskerk werd bestuurd door de Frankische vorsten terwijl de kern rond de (latere) O.L.Vrouwekerk onder gezag van de bisschop stond.

Veel is over deze tijd en de daarop volgende Karolingische periode niet bekend, maar tijdens de groei van het Karolingische rijk, dat in Aken zijn hoofdzetel had, bevond Maastricht zich in een gunstige positie dichtbij het machtscentrum. Nadat Clovis zich in 511 had laten dopen in Reims, werd na 550 begonnen met de kerstening. In Maastricht wordt een kerkje gebouwd.

Monulfus van Maastricht (? - 578), was de twaalfde bisschop van Maastricht. Volgens de legende was hij een zoon van graaf Randas van Dinant, die gehuwd was met een dochter van de graaf van Osterne (= het huidige Loon). Op het moment dat hij in 539 bisschop van de stad Maastricht werd, was hij voorzanger van het kapittel van de Sint-Servaaskerk. In 556 begon hij aan de bouw van de grote kerk op het graf van Sint Servatius. Hij koos Sint Bartolomeus als patroonheilige en verbond er een kapittel aan van veertig kanunniken. Voor de relieken van Sint-Servatius liet hij een schrijn maken, die hij in de kerk plaatste (557).Van hertog Guyon van de Ardennen kocht hij de steden Mechelen en Jupille alsmede de burcht Chèvremont. Ook stichtte Monulfus een kapel  op de plaats, waar hij in een visioen een brandende kruis zag neergekomen, waarmee de stichting van de latere stad Luik een feit was. Toen in 568 zijn vader was gestorven, vielen al zijn bezittingen toe aan de bisschop. Zo werd het bisdom Maastricht eigenaar van het graafschap Dinant. Monulfus stierf in 578 en werd bijgezet in de door hem gebouwde Sint-Bartolomeuskerk, de huidige Sint-Servaas.In 1890 werd zijn graf in de crypte van de St-Servaaskerk teruggevonden.
In de 7e en 8e eeuw was Maastricht het middelpunt van de kerstening in Vlaanderen (Amandus), het gebied tussen de Maas en de Schelde (Lambertus) en in de Ardennen (Hubertus).

Vooral de Sint-Servaaskerk en -abdij profiteerden van deze nabijheid. Karel de Grote en zijn opvolgers verleenden de kerk gunsten en droegen bij aan haar groeiende rijkdom en invloed. Deze ontwikkelingen vonden plaats buiten het oude Romeinse hart van de stad, dat zich in het gebied van de latere Onze-Lieve-Vrouwekerk bevond.

Eind zevende eeuw, begin achtste eeuw verplaatste bisschop Lambertus tussen 670 en 706 de zetel van het bisdom naar Luik, waarmee de Onze-Lieve-Vrouwe en de voormalige Romeinse gedeelten onder gezag kwamen van de bisschop van Luik, die jurisdictie en belastingrecht over dit gedeelte van de stad kreeg. 

Hubertus van Luik (655-727) was de laatste bisschop van Maastricht en de eerste van Luik.  

Het Karolingische gedeelte - het Vrijthof en de Sint-Servaas - vormde de basis voor het gezag, dat tenslotte overging op de hertogen van Brabant. In de vijftiende eeuw werd Brabant opgeslokt door het zich uitbreidende Bourgondische rijk.

In 880-881 trok een leger Denen door het zuidelijke deel van de lage landen, waarbij Maastricht, Tongeren en Luik in brand werden gestoken en  Deventer werd geplunderd. In Maastricht hadden de Noormannen het voorzien op de Sint Servaaskerk. Vanuit de koninklijke vroonhoeve Asselt (Aslao, Aschlo, Asclohaoder Ascaloha) maakten de Denen het hele gebied rond de Maas onveilig en beroofden van daaruit vele steden in de wijde omtrek.

De 160 meter lange stenen St. Servaasbrug over de Maas in Maastricht werd gebouwd tussen 1280 en 1298 van Naamse hardsteen en had oorspronkelijk negen gewelven.
In 1284 werden met de Alde Caerte regels voor de jurisdictie over de stad vastgelegd. De prinsbisschop en de hertog werden gelijkwaardige soevereinen van de onverdeelde stad. Zij bezaten rechtsmacht over respectievelijk de burgers van Luikse en van Brabantse nativiteit. Het gemeentebestuur diende een gelijk aantal vertegenwoordigers van beide partijen te bevatten. De munt, de muren en de poorten stonden onder gezamenlijk gezag, maar de rivier was verdeeld: stroomopwaarts vanaf de brug bezat de prinsbisschop van Luik autoriteit, stroomafwaarts de hertog van Brabant. Rivaliteit tussen beiden had eerder ertoe geleid, dat in 1229 de hertog de stad toestond een ommuring aan te leggen.
Tussen 1280 en 1298 werd een nieuwe stenen brug gebouwd. Een periode van welvaart volgde. Wellicht bracht de ondertekening van de Alde Caerte een gevoel van zekerheid en vertrouwen over de stad. De bevolking groeide, de handel nam een geweldige vlucht en de plaatselijke leer- en lakennijverheid bloeide. Voor 1350 werd een nieuwe omwalling aangelegd, die het omsloten gebied verdubbelde en nieuwe bouwwerkzaamheden mogelijk maakte. Ook de godsdienst kende gedurende deze jaren een bloeitijd. De twee oudste kerken in de stad- de Onze-Lieve-Vrouwe en de Sint-Servaas - werden verbouwd en vergroot, terwijl er tal van nieuwe, gotische kerken werden gebouwd: Sint-Jan, de Dominicanenkerk, de Minderbroederskerk, de Sint-Mathiaskerk, de Sint-Nicolaaskerk, de Kruisherenkerk, de Sint-Martinuskerk en de Sint-Antoniuskerk. Ook talrijke kloosters vestigden zich in de stad. De kerken trokken beeldhouwers aan, houtsnijders, schilders en handwerkslieden, die goud, zilver en ivoor bewerkten. De Maaslandse kunst bloeide. De welvaart nam in het begin van de zestiende eeuw enorm toe. De tweeherigheid duurde tot 1794, toen de Franse revolutionaire legers de stad innamen, daarbij een einde maakten aan het Ancien Régime, en Maastricht in het Departement van de Nedermaas inlijfden.
Het huwelijk van Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Oostenrijk in 1477 bracht de stad gedeeltelijk onder het gezag van de Habsburgers. 

Maastricht (1500 - 1806)

Gemaakt: 31-01-04; bijgewerkt: 23-03-05

colofon