4047 |
Vroonhoeven |
![]() |
![]() |
De nieuwe Frankische landheren die hierheen kwamen met hun slaven, lieten voor zichzelf een vroonhoeve bouwen op een rechthoekig stukje grond, omgeven door een verdedigingswal (palissade) met een toegangspoort. Dikwijls liep om deze verdedigingswal nog een diepe gracht. Dit alles om het landgoed te beschermen tegen rovers en later ook tegen de invallen van de Noormannen. |
Het binnenerf werd verdeeld in een hof en een voorhof. In het hart van de hof stond de sala, het woonhuis. Het woonhuis was vaak van eikenhout gemaakt en het had twee of drie vertrekken. Het was dus veel ruimer dan de huizen van de boeren. Toch was het niet prettig om er te wonen. Vensterglas bestond toen niet en de "ramen" waren open gaten in de muur. Als het koud was of hard regende, hing men er een stuk leer voor of deed men er houten luiken voor. Dan zaten de bewoners wél meteen in het donker. Het vuur kon niet al te hoog opgestookt worden, want het houten huis had geen schoorsteen. 's Winters hadden de boeren én het vee het in hun knusse huisje warmer dan de graaf in zijn grote huis met het kleine vuurtje ! De graaf had het dus niet zo veel beter dan zijn boeren. Hij had alleen meer van alles. Hij had meer brood, meer vlees en meer wild dan hij kon opeten en hij had net zoveel kleren als hij wilde hebben. Bij het landgoed wordt vaak ook een kerkje gebouwd. In een aantal gevallen komen de gemeente grenzen nog overeen met de begrenzingen van de oude vroonhoeven uit deze tijd.
De mensen die voor de komst van de Franken in de streek woonden en de meegebrachte slaven werden gedwongen bij de hoeve te wonen. Zo was het gemakkelijker om iedereen het oog te houden. Er werd ook een kerkje gebouwd. Zo ontstonden rond de sala en kerk de meeste dorpen van midden- en zuid-Nederland. De gemeentegrenzen nu zijn ongeveer de grenzen van de oude vroonhoeven. Het zijn vooral de dorpen met namen die eindigen op -zaal, -zeel of op -tem, -gem (vooral ten noorden en noordwesten van Brussel: Wolvertem, Merchtem), -hem, -chem, -kum of -kom. (Bennekom, Renkum, Arnhem). Door het voortdurende gevaar van oorlogen roversbenden zochten veel boeren bescherming bij een heer en werden horigen. laatst gewijzigd: 03-11-07 |