2363

Het Roomse Rijk (900 - 911)

Oost-Frankische rijk (887 - 900)

De keurvorsten
Het Duitse rijk groeide in de Middeleeuwen uit tot een lappendeken van staatjes, steden en ministaatjes, waarin de keizer die formeel aan het hoofd van zijn rijk stond, het steeds minder voor het zeggen had. Vooral in de 13de eeuw verbrokkelde het gezag  van de keizer door de voortdurende strijd met de paus, zijn geldingsdrang in Italië en door onderlinge strijd tussen de Duitse  adel onderling. Een aantal machtige aartsbisschoppen en hertogen, die formeel gehoorzaamheid aan de keizer waren verschuldigd, maakten  misbruik van de zwakke positie van de keizer. Zij zorgden ervoor dat keizerlijke beambten het veld moesten ruimen en dat ze zelf geld konden slaan en recht spreken. 

Een hertog was oorspronkelijk een militaire aanvoerder van de heerban in een gewest van het  Frankische rijk. Later in het feodale tijdperk was de hertog een onafhankelijke vorst en was het een hoge adellijke titel. Er waren na verloop van tijd zeven keurvorsten die grote macht bezaten. Zij bepaalden samen wie de volgende keizer werd. Een  voorgedragen kandidaat voor de keizerstitel heette dan Rooms-Koning en werd uiteindelijk door de paus tot keizer gekroond. Het moge duidelijk zijn dat de zeven het niet altijd eens waren over de kandidaat. Vele politieke spelletjes werden middels  stromannen en tegenkandidaten gespeeld. De zeven keurvorsten waren de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz, en Trier, de  koning van Bohemen, de hertog van Saksen, de markgraaf van Brandenburg en de paltsgraaf van de Rijn.

rechts: de kroon van het Heilige Roomse Rijk

Sinds het begin van de 10e eeuw was Oost-Francië overgeleverd aan de Hongaarse horden die overal dood en ellende brachten. Ze kwamen in het noorden tot aan Bremen, in het zuiden tot aan Rome. Herhaaldelijk staken zij op vlotten de Rijn over en plunderden in Frankrijk. 

Arnulf van Karinthië werd na zijn dood op 8 december 899 op 4 februari 900 opgevolgd door zijn zoon Lodewijk lV het Kind (900 - 911) Op 13 augustus 900 werd Zwentibold bij een poging om zijn verloren koninkrijk terug te krijgen, in een veldslag aan de Maas bij Susteren. vermoord door Matfried (IV) en Gerhard (I) van Gulikgouw, die niet vergeten waren dat hij in 896 hun bezittingen had geconfisqueerd. 

Lodewijk lll (bijgenaamd "de Blinde"), de zoon van de Bourgondische koning Boso van Vienne en Irmingard, een dochter van keizer Lodewijk ll de Duitser, en sinds 887 koning van de Provence , volgde hem op als koning van Duitsland (waar van Neder-Lotharingen onderdeel van uitmaakte). In 901 werd Lodewijk lll tot keizer van Duitsland verheven.

Zijn moeder moeder Irmingard, een dochter van Lodewijk ll de Duitser, had zich bij haar broer, keizer Karel IIl de Dikke van Oost-Francië (882 - 888), beijverd, dat hij haar zoon zou opnemen in het Karolingische Huis en dat hij zo aanspraak kon maken op het koningschap. Na de dood van Karel lll (888) stond Lodewijk onder de bescherming van keizer Arnulf van Karinthië  In 890 werd hij door de Groten van de Provence op aanbeveling van Paus Stephan V. tot koning van Provence verheven. In de herfst van 899 trok hij op uitnodiging van de Groten van Noord-Italië, die niet tevreden waren met Berengar l van Friuli naar Italië waar hij nog uit de erfenis van van zijn gootmoeder over een rijk familiebezit beschikte. Lodewijk verdreef Berengar en liet zich begin oktober 899 in Pavia tot koning van het Koninkrijk Italiië huldigen. In het begin van 901 trok hij naar Rome en werd daar door Paus Benedikt IV. tot keizer gewijd. Van invloed op Lodewijks keizerlijke ambities is zeker ook geweest het feit dat hij gehuwd was met  Anjna, de dochter van de Byzantijnse keizer Leo VI.. Het huwelijk moet nog tijdens zijn eerste reis naar Italië zijn gesloten. Berengar slaagde er echter in al in het voorjaar daarop Lodewijk uit Italië te verdijven en Lodewijk moest toezeggen nimmer terug te keren naar Italië. Desondanks probeerde Lodewijk in 905 een tweede keer Italië binnen te vallen. Deze mislukte echter en Lodewijk werd op last van Berengar blind gemaakt. .Hij stierf in 928.

Lodewijk lV ("het Kind"), de enige wettige zoon van Arnulf van Karinthië, werd in 900 in Forchheim tot koning van Oost-Francië uitgeroepen. Hij had was nog maar pas 7 jaar, vaak ziek en lichamelijk zwak. Hij en had dan ook geen enkel gezag en kon geen weerstand bieden aan de invallen van de Magyaren die Duitsland en Lotharingen teisterden. 

Na de dood van Lodewijk IV "het Kind" op 20 of 24 september 911 (hij was toen slechts 18 jaar) hield Lotharingen op te bestaan als zelfstandig koninkrijk. Het ging wisselend op in het West-Frankische Rijk of Heilige Rooms Rijk. Het koninkrijk Lotharingen wordt "gedegradeerd" tot hertogdom. Met de dood van Lodewijk het Kindwas er ook een eind gekomen aan het Karolingische Huis. 

Het Duitse rijk stond er niet best voor en stond  op het punt geheel uiteen te vallen. Omdat er een einde moest komen aan de voortdurende rijskverdelingen bij elke erfopvolging werd Duitsland in 911 tot een kiesrijk gemaakt. De Merovingen en Karolingen hadden hun rijk door veroveringen verworven en het beschouwd als een soort groot landgoed, dat de koning tussen zijn zonen verdelen kon. Voortaan zou het koningschap op de keuze van het volk berusten. De verkiezing geschiedde door de voornaamste rijksvorsten en het volk. Een bloedverwant van de laatste Karolinger, hertog Koenraad (Konrad) van Franken, afkomstig van een Saksisch huis, werd de eerstgekozen Duitse koning (911-919).

Het Roomse Rijk (911- 936)

laatst bijgewerkt: 11-07-04