2805

Rome (673 - 600 v. Chr.)

Rome (800 - 509 v. Chr.)

Van het eind van de 8e eeuw tot het eind van de 6e eeuw v. Chr. werd Rome geregeerd door drie Sabijnse en daarna door drie Etruskische koningen, de Tarquinii. (z. ook: Stad Rome). De belangrijke bijdrage van de Etrusken tot de Romeinse cultuur in die tijd was de invoering van het alfabet. Men heeft soms beweerd dat de Romeinen het alfabet rechtstreeks uit de Griekse kolonie Cumae kregen, maar men is het er thans over eens dat de Etruriërs als tussenpersoon optraden. Deze belangrijke bijdrage betekende dat Rome over de middelen beschikte om een stedelijke gemeenschap  efficiënt te besturen.
Volgens de historische overlevering kwam Rome in 616 v.Chr.onder rechtstreeks Etruskisch bewind toen Tarquinius Priscus koning werd. Het zou gedurende een groot gedeelte van de 6de eeuw onder Etrurische heerschappij blijven tot de laatste Etrurische koning Tarquinius Superbus volgens de overlevering ten slotte werd verjaagd in 510 v.C..

De derde koning van Rome, Tullus Hostilius, regeerde van 673 tot 641 v. Chr. Onder zijn bestuur werd Rome uitgebreid met de heuvel 'Caelius', waar hij zijn paleis bouwde. In deze tijd begon Rome een vooraanstaande positie in te nemen onder de Latijnse steden. Haar ligging aan de Tiber maakte haar tot de marktplaats van Latium. Bovendien profiteerden de Romeinen ook van wat ze konden ontlenen aan de hogere beschaving van de Etrusken. De aanwezigheid van de Etrusken zorgde er ook voor dat de Romeinen verbonden bleven en de noodzaak tot zelfverdediging droeg bij tot de oorlogstraditie van de Romeinen.

Tullus was een energiek en eerzuchtig man, maar ook belust op gebiedsuitbreiding en oorlog. De groeiende invloed van Rome was een doorn in het oog van de stad Alba Longa, de leider van de Latijnse Stedenbond en Romes moederstad. Dit leidde in 667 v. Chr. tot een oorlog. De aanleiding was een of andere onbenullige diefstal.

De drie Horatiërs

Beide legers trokken elkaar tegemoet en stelden zich zoals gebruikelijk tegenover elkaar op. Voordat de strijd begon vroeg de Albaanse aanvoerder om een onderhoud met Tullus. In dit gesprek zei de Albaanse aanvoerder: “Koning Tullus, hier staan twee broedervolken tegenover elkaar. Dat is al erg genoeg. Maar erger nog, de lachende derde zullen de Etrusken zijn, dat machtige volk hier vlakbij. Want onze zwakte zal hun sterkte zijn, want wie van ons beide ook wint, zeker is dat wij allebei verzwakt uit de strijd zullen komen. Kunnen wij niet tot een andere oplossing komen?”. Koning Tullus moest de aanvoerder wel gelijk geven en in onderling overleg werd een oplossing gevonden. In beide legers bevond zich een drieling. In het Albaanse waren dit de gebroeders Curiatius, in het Romeinse de gebroeders Horatius. Men kwam overeen dat deze beide drielingen elkaar op leven en dood zouden bevechten en dat de laatst overlevende zijn vaderstad de overwinning zou bezorgen. Met een offer werd de afspraak bezegeld. Beide drielingen en beide aanvoerders zwoeren een dure eed en riepen daarbij de goden als getuigen aan dat de bepalingen strikt zouden worden nageleefd. Nu trof men de voorbereidingen voor het gevecht. Een rechthoekige ruimte werd afgebakend. Aan de korte zijden stelden zich de drielingen tegenover elkaar op. De beide legers stonden langs de lange zijden om aan te moedigen. 

Het beginsignaal weerklonk. De beide drietallen liepen op elkaar af. Eerst langzaam en behoedzaam, dan steeds sneller. De aanmoedigingen zwollen aan. De zes mannen waren al spoedig één verwarde kluwen van vechtende lichamen.  Een enorme zand- en stofwolk ontstond, zodat alleen degene, die vooraan stonden, het nog goed konden volgen.

De anderen konden alleen het gekletter en het schitteren van de wapens horen en zien. Plotseling verstommen aan één kant de aanmoedigingen. De stofwolk werd minder en loste zich op. Ze zien één strijder hard wegrennen.
Langzamerhand werd duidelijk wat zich had afgespeeld: twee Romeinen lagen dood op de grond. De drie Curatiërs waren al in een overwinningsroes, toen ze derde Horatius weg zagen rennen. Wat had die ene laffe Romein, die nota bene gevlucht was, nou in te brengen tegen drie Curiatiërs? Maar Horatius was niet ver weggevlucht. Op een afstandje stond hij te kijken naar zijn tegenstanders, die nog zwaar hijgend op de plaats stonden waar ze gevochten hadden. De Curiatiërs zetten zich in beweging om hun werk af te maken. Maar daar wachtte Horatius niet op. Onder luid gejoel van beide partijen, vluchtte hij weer weg. In de achtervolging bleek echter dat ook de Curiatiërs niet ongeschonden uit de strijd waren gekomen. Eén sleepte zich met moeite voort, de tweede was er iets beter aan toe, maar alleen de derde kon nog een behoorlijke snelheid ontwikkelen en had Horatius bijna ingehaald. Op dat moment stopte Horatius, draaide zich om en doodde de aanstormende Curiatius.


Horatii en Curiatii

 

Toen pas begrepen de omstanders de tactiek van Horatius. Toen de tweede vijand bij hem arriveerde was die al zo uitgeput dat Horatius er geen enkele moeite had om hem te doden. De derde vijand was eigenlijk zielig, want die kon zichzelf al nauwelijks meer staande houden en Horatius hoefde alleen maar de doodssteek toe te brengen.

links: De laatste Horatius doodt de laatste Curiatius

De aanvoerder van de Albanen gaf zich en heel Alba Longa over aan Tullus Hostilius. Maar deze was toch ook onder de indruk van de Albanen gekomen en eiste allen maar om in het vervolg samen in goede verstandhouding verder te leven en om beider krachten te bundelen, als het tot een oorlog met de Etrusken kwam. Beide legers keerden huiswaarts, al was het in een heel verschillende stemming.

Voor het triomferende Romeinse leger uit liep Horatius en liet voor iedereen zichtbaar de drie buitgemaakte wapenrustingen van zijn vijanden meedragen. Onder luide toejuichen kwamen ze Rome en gingen naar het Forum. Vlak voordat ze daar kwamen, passeerden ze het huis van de familie Horatius. Daar stonden zijn vader en zus. Het gejuich verstomde, want zijn oude vader had wel een zoon die de held van Rome was nu, maar toch ook twee zoons verloren had. In die stilte was echter duidelijk te horen dat de zus van Horatius in snikken uitbarstte. Z’n zus, Horatia, was namelijk verloofd met één van de Curatiërs. Toen ze zijn wapenuitrusting zag langs komen, met de wapenrok die zelf voor hem gemaakt had, kon ze haar tranen niet meer bedwingen. Horatius, trots als hij was op het feit dat hij Rome de overwinning bezorgd had, werd hierom zo kwaad, dat hij zijn zwaard trok en zijn zus doodstak en haar de gevleugelde woorden "Zo sterve iedere Romeinse vrouw die een vijand beweent" uitsprak.

Ontzet deinsde de menigte achteruit, weg was het feestgevoel. Zopas nog een nationale held, stond Horatius nu daar alleen, als moordenaar. Gewapende dienaren van de koning pakten Horatius beet en voerden hem naar het Forum, voor de rechterstoel van koning Tullus. De koning stond voor een groot dilemma. Kon hij deze man, die net Rome had bevrijd en zelfs de koningsmacht vergroot, ter dood veroordelen? Aan de andere kant, als hij dat niet zou doen, zou hij afbreuk doen aan zijn hoge rechterlijke waardigheid.

De koning wees daarom twee oude, wijze mannen aan, die het oordeel moesten vellen. Deze mannen verklaarden Horatius schuldig aan moord en veroordeelden hem ter dood.
Nu kwam er een oude, grijze man naar voren. Het was de vader van Horatius. Hij vroeg aan de koning of hij, als vader, wat mocht zeggen. Tullus stemde toe.
Vader Horatius nam het woord en zei: “Koning, laat het Romeinse volk uiteindelijk beslissen of mijn zoon ter dood gebracht moet worden”. De koning stemde hiermee in. Vader Horatius vervolgde: “Burgers van Rome, van oudsher heeft een vader het recht van leven en dood over zijn eigen kinderen. Als ik gemeend had dat mijn zoon iets verkeerds gedaan had, zou ikzelf hem al terechtgesteld hebben. Heb medelijden met mij. Vanochtend had ik nog drie zoons en een dochter. Nu is hij mijn enige zoon. Heeft hij niet in zijn eentje de vijand verslagen? Wat zullen die wel niet denken als wij de held die hen overwonnen heeft ter dood brengen? Ga uw gang maar! Bestraf de bevrijder van ons vaderland maar met de dood.” In tranen had de oude man zijn pleidooi beëindigd

Regia

Uit medelijden met de oude vader, maar toch ook een beetje vanwege de verdienste van Horatius sprak het volk hem vrij. Maar zij vonden zijn daad toch te ernstig om ongestraft voorbij te laten gaan. Als straf moest Horatius geblinddoekt en met een strop om zijn nek onder een laag over de weg gespannen zware balk doorkruipen. Deze balk, “zusterbalk” genoemd en het graf van Horatia waren ook in later tijden nog in Rome te zien.

Resten van de regia (de koninklijke residentie)

  De verovering van Alba Longa in 665 v. Chr. was de eerste stap naar de overheersing van Latium. Aangezien de Mons Albanus , waar de Latijnse Stedenbond zijn bijeenkomsten hield, door deze verovering onder Romeins gezag kwam, verkeerde Rome duidelijk in de positie om niet alleen het lidmaatschap, maar ook het leiderschap van de bond op te eisen. 
Tullus Hostilius zou ook tegen de Sabijnen ten strijde zijn getrokken, naar hij voorwendde ter bescherming van de belangen van Romeinse handelaren die deelnamen aan een jaarbeurs bij het heiligdom van Feronia. De  Latini - verbitterd over de verovering van Alba Longa - bezetten Rome. 
Tullus Hostilius zou zijn opgevolgd door een kleinzoon van Numa Pompilius Ancus Marcius (641-616), maar of deze heerser ook daadwerkelijk over Rome geregeerd heeft, bestaan twijfels. Waarschijnlijk heeft Livius hem aan de koningslijst toegevoegd om het vooraanstaande Romeinse geslacht van de Marcii van een stamboom te voorzien. Marcius stond volgens Livius te boek als een vredelievend vorst. Hij zou de aanval van de Latini hebben afgeslagen en zijn succes nog meer reliëf hebben gegeven door een aantal Latijnse steden te veroveren. 

Ancus Marcius breidde het grondgebied van Rome uit tot aan de monding van de Tiber (waar hij de haven Ostia stichtte). Volgens de overlevering haalde hij nieuwe kolonisten uit de overwonnen stammen naar Rome, die de Aventinus als woonplaats kregen toegewezen. Ze kregen natuurlijk niet dezelfde rechten als de oude families (de patriciërs, die het voorrecht hadden in de Senaat te zetelen) en werden plebejers genoemd ('het gewoon volk').

Mogelijk kende Rome toen al een Etruskische heerser, gezien de Romeinen blijkbaar toen al bekend waren met militaire organisatie en het organiseren van militaire operaties, het aanleggen van de eerste omwalling en de bouw van gewelven bij de riolering en dakbalk constructies. Ook de aanleg van een houten brug over de Tiber (de Pons Sublicius) en de aanleg van de haven bij Ostia zou hierop kunnen wijzen. Deze ondernemingen passen binnen het streven van de Etrusken in die tijd om hun macht en invloed op het Italiaanse vasteland te vergroten.

Tijdens deze vroege periode van de Romeinse geschiedenis nam de Etruskische macht sterk toe. De Etrusken drongen steeds verder door naar het Noorden en het Zuiden, en zo kwam ook Rome in hun macht. De Romeinse legenden proberen deze bittere pil zoveel mogelijk te verzachten door Tarquinius Priscus (616-579)  ('de Eerste' of 'de Oude') als een immigrant te bestempelen, maar konden niet verdoezelen dat de vijfde Romeinse koning een Etrusk was. Waarschijnlijk werd Tarquinius Priscus door de Etrusken aangesteld als goeverneur van Rome ten tijde van Ancus Martius en nam hij na de dood van de koning (616 v. Chr.) het bestuur openlijk over. Hij wordt als de eerste historische leider van Rome beschouwd - al is zijn echte naam wel verloren gegaan (Tarquinii is een Etruskische stad waar deze koning hoogstwaarschijnlijk geboren werd).
Tarquinius Priscus voerde een aantal succesvolle oorlogen tegen naburige stammen en stelde het Etruskisch gebruik van de triomftocht in. Om deze eer te verkrijgen moest een generaal tegen een buitenlandse vijand een complete overwinning behalen en het Romeins grondgebied uitbreiden.

Tarquinius Priscus zou de eerste Etruskische koning van Rome zijn geweest, hoewel de Etruskische overheersing nergens wordt bevestigd. De naam Tarquinius zou kunnen wijzen op een overheersing door de Etruskische stad Tarquinia. Tarquinius Priscus (T. de Oudere) zou kunnen duiden op de goede elementen uit deze periode, zijn naamgenoot die over Rome heerste in de 5e eeuw v. Chr. op de slechte elementen.

Het verhaal gaat dat Tarquinius Rome op een ossenwagen binnenreed, maar hoe hij precies aan de macht is gekomen, is niet bekend. Tarquinius was, aldus Livius een krachtig leider, onder wiens bewind de stad Rome tot grote bloei kwam en uitgroeide tot een een echte stad. Hij breidde Romes gebied uit door oorlog te voeren tegen de Sabini en onderwierp gaandeweg het merendeel van de steden van Latium. 

In 616 BC kwam Rome in ieder geval onder Etruskische overheersing en regeerde de dynastie van de Tarquinii. Uit het aantreden van deze koningen blijkt duidelijk welke machtsfactor de Etrusken in die periode betekenden. Het zijn trouwens de Etrusken die de nederzettingen op de Palatinus en de Quirinalis samenvoegden en begonnen met de organisatie van een echte stadstaat. Ze gaven de stad ook haar naam: Rumon, stad van de rivier. Volgens sommigen werd Rome genoemd naar een belangrijke Etruskische familie, Ruma. De Etruskische koningen legden niet enkel de basis voor de politieke organisatie en godsdienstige gebruiken, ze begonnen ook met de verfraaiing van de stad. Ze hebben enkele grote monumenten tot stand gebracht: de Cloaca Maxima (afvoerkanaal dat de drooglegging mogelijk maakte van het laaggelegen moeras waarop uiteindelijk het Forum gebouwd werd), het Circus Maximus (het grootste bouwwerk van de wereld uit die tijd) en de tempel op het Capitool, toegewijd aan Jupiter Optimus Maximus.

Rome (600 - 534 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 24-03-03

colofon