2902 |
Rome (753 - 673 v. Chr.) |
![]() |
In 753 v. Chr. zou de legendarische stichting hebben plaatsgevonden van Rome door ![]() Naar aanleiding van deze gebeurtenis stelde Romulus het Septimontium-feest in, dat voortaan elk jaar op 11 december werd gehouden. Op dit feest konden de dorpsgemeenschappen offers brengen ter ere van de heuvel die zij bewoonden. Het feit dat voor de viering van dit feest dezelfde dag werd gekozen, wijst erop dat de aparte dorpen nu voor het eerst een zekere eenheid begonnen te voelen. |
![]() |
Met Romulus (753-716 v. Chr.) begon de periode van de heerschappij der zeven koningen of de Koningstijd, die volgens de overlevering 244 jaar heeft geduurd (753-509 v. Chr.), maar als er werkelijk zeven vorsten geregeerd zouden hebben, zou hun gemiddelde regeerperiode uitzonderlijk lang geweest moeten zijn. Waarschijnlijk zullen het er dan ook meer zijn geweest. Deze periode is slechts bekend uit mythen en sagen, die door de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius (59 v. Chr. - 17 n. Chr.) tot één verhaal zijn verenigd in zijn werk Ab urbe condita (= Sinds de stichting van Rome), waaraan hij 40 onafgebroken aan heeft gewerkt. In Livius' ogen speelden de koningen een centrale rol in het ontstaan van de staat. Het volk zou in die dagen bestaan uit "een onguur stelletje zwervers, voor het merendeel deserteurs en vluchtelingen". |
De eerste vier koningen waren van Romeins-Sabijnse oorsprong. Zij waren vermoedelijk een mengeling van mythen, overleveringen over werkelijke helden en historische vindingrijkheid om de toonaangevende families van Rome te voorzien van een respectabel voorgeslacht. Het waren legendarische figuren die elk een bepaalde fase uit de evolutie van de stad vertegenwoordigen: de eerste was een stichter, de tweede een wetgever, de derde een krijgsman en de vierde een stedenbouwer. Volgens de klassieke schrijvers moest Rome zich ontwikkelen volgens een dergelijk schema. Tijdens Romulus' regering kregen vluchtelingen asiel in Rome. Zij mochten zich vestigen op de oostelijke hellingen van het Capitolium (Capitolijnse heuvel). Om het vrouwentekort op te lossen, zouden de Romeinen tijdens een festival de jongen vrouwen hebben geschaakt van de naburige stammen, waaronder de Sabini (Sabijnen), die voor dit feest waren uitgenodigd. De bevolking van Caenina, Antemnae en Crustumium deden een vergeldingsaanval, waarin zij echter het onderspit dolven en aan Romes gezag werden onderworpen. Het bekendste verhaal uit Romulu's regeerperiode is die van de Sabijnse maagdenroof' |
Verdere gebiedsuitbreiding vond plaats door de bezetting van de rechter (west-)oever van de Tiber, ondanks het verzet van de Etruskische steden Veii en Fidenae. Uiteindelijk omvatte de stad de Capitolijnse en Palatijnse heuvel, die beide werden versterkt. Romulus zou de schepper zijn van tal van tal van Romeinse instellingen, zoals de Senaat, de kalender en het college van Augures. In de meeste legenden is Romulus een grote weldoener, maar in één overlevering komt hij naar voren als een tiran, die uiteindelijk door de Senaat werd afgezet en vermoord. Volgens de Romeinse overleveringen regeerde Romulus tot 716 v. Chr. Toen verdween hij tijdens een onweer en zou door de goden gehaald zijn om als de oorlogsgod Quirinus onder de goden te worden opgenomen. Romulus betekent overigens "klein Rome", zodat de eerste legendarische koning hoogstwaarschijnlijk genoemd werd naar de stad, en niet omgekeerd. De opvolger van Romulus, |
laatst bijgewerkt: 17-03-03 |