2714

Ostrogotische Rijk (526-541)

Ostrogoten (400 - 526)
Links: Europa ca. 530.

Athalaric (526-534)

Na de dood van Theoderik de Grote in 526 ontstond er al gauw een meningsverschil over de opvoeding van zijn opvolger, zijn kleinzoon Athalaric
Zijn moeder Amalaswintha (Amalsuntha), de dochter van Theoderik, wilde dat haar zoon een klassieke Romeinse opvoeding zou krijgen, terwijl het merendeel van de Gotische edelen wilde dat Athalaric een gedegen militaire opleiding kreeg en goed met een zwaard en een speer leerde omgaan. Theoderik was immers een goed koning geweest en had het ook niet nodig gevonden dat hij kon lezen en  schrijven. Al vrij snel ontdekte Amalaswintha dat een aantal edelen een complot aan het beramen waren en liet de samenzweerders executeren. Daarna stond Amalaswintha wel toe dat Athalaric mocht omgaan met leeftijdgenoten, maar van Athalarics militaire training kwam niet veel terecht. Van drank en vrouwen had Athalaric al gauw meer verstand. 

Rechts: Het rijk van de Ostrogoten ca. 500

 

Op buitenlands gebied hielp Amalaswintha de contacten met Constantinopel te herstellen. 
De noordelijke Provence liet zij over aan de Bourgondiërs en Septimanië (Languedoc-Roussillon) aan de Visisgoten

In 534 stierf Athalaric en Amalaswintha's positie was kritiek. De Ostrogotische edelen wilden niet dat een vrouw over als koningin op de troon van Pavia zou heersen. 
Zij hadden het al moeilijk gevonden haar als regentes te aanvaarden voor haar zoon. Maar de meeste moeite hadden zij met haar politiek van toenadering tot de Romeinse bevolking in het rijk. 

 

 

 

 

 

boven: Athalaric

Theodahad (534 - 536)

Om de Gotische edelen tegemoet te komen. besloot Amalaswintha in 534 het koningschap aan te bieden aan haar neef Theodahad, die het grootste deel van Toscane bezat, als deze bereid was met haar samen de macht te delen. Theodahad was bij zijn bevolking niet erg populair doordat hij zich met geweld onder dwang meester had gemaakt van hun landgoederen. De edelen van Toscane boden Amalasuntha een petitie aan, waarin zij haar smeekten Theodahad te bewegen hen hun bezittingen terug te geven. Theodahad gaf inderdaad een deel van de bezittingen die hij in beslag had genomen terug aan hun vorige eigenaars, naar zodra hij koning was, liet hij Amalaswintha opsluiten op een eiland in het meer van Bolsena. Wat hij niet wist, was dat Amalaswintha als voorzorg de bescherming had gevraagd van keizer Justinianus, mocht haar iets overkomen. Justinianus waarschuwde Theodahad, dat hij een leger zou sturen als Amalasuntha ook maar iets zou overkomen. Niet lang daarna (april 535) werd Amalasuntha desalniettemin vermoord. Het verhaal gaat dat zij in bad werd gewurgd door de verwanten van de samenzweerders die zij had laten executeren.

Theodahads populariteit daalde nog meer, terwijl. Amalasuntha zowel bij haar Gotische als bij haar Romeinse onderdanen zeer geliefd was geweest. Bovendien zou Theodahad zijn rijk voor de komende vijftien jaar storten in een verwoestende burgeroorlog.

Witiges (Vitiges) (536-540)

In 536 werd werd Theodahad opgevolgd door Witiges (Vitiges) (536-540). Deze was getrouwd met Matasunta. In 539 probeerde de Austrasische koning Theodebert (Theodebert) l (534-548) de Ostrogoten en Byzantijnen in Noord-Italië te verslaan, maar slaagde daarin niet.

Keizer Justinianus van het Byzantijnse Rijk wilde een eind maken aan het Arianisme in het Romeinse rijk en zijn gezag in het westen volledig herstellen. Hij sloeg dan ook de verwarring in Italië met meer genoegdoening dan verslagenheid gade. Zij gaf hem een mooi excuus - al had hij er in wettelijke zin geen nodig - om een sterk Byzantijns leger, onder leiding van de briljante veldheer van keizer Belisarius (en later Narses) naar Italië te sturen om de Ostrogoten te onderwerpen. De legeraanvoerders beloofden hem een gemakkelijke zegepraal. Daarmee begon de lange en bloedige "Gotische oorlog"die twintig jaar zou duren.

Nadat Belisarius in 533 korte metten had gemaakt met de Vandalen in Noord-Afrika, landde hij met zijn leger van 5000 ruiters en 10.000 man voetvolk op Sicilië, maakte van daaruit een sprong naar Italië. Vitiges werd verslagen waarna Belisarius vervolgens noordwaarts trok door het Italiaanse schiereiland. Hij nam Napels na een belegering in en ontmoette weinig tegenstand in Rome, waar grote aantallen Romeinen hem als bevrijder inhaalden, omdat zij dachten dat de toestand waarin zij verkeerden zou verbeteren.

Opnieuw daagden voor de de muren van Rome vijandelijk gezinde Goten op. Belisarius liet de muur van Aurelianus (270-275) hoger maken en de Goten onder leiding van Vitiges belegerden Rome van februari 537 tot maart 538. Ze plunderden de catacomben en onderbraken alle aquaducten om de waterbevoorrading van de stad af te snijden. Om de vijand te beletten de stad ongemerkt binnen te komen, liet Belisarius daarop de "mond" van alle aquaducten dichtmetselen. De ingreep van de Goten veroorzaakte evenwel niet de door hen verhoopte waterschaarste omdat er nog talrijke bronnen en putten waren binnen de stad en bovendien was er natuurlijk het water van de Tiber.
Toen de Goten tijdens hun beleg het mausoleum van keizer Hadrianus (117-138), thans Castel Sant'Angelo, stormenderhand poogden in te nemen, bestookten de belegerden hen met onder meer de marmeren beelden, die het mausoleum tot dan toe versierd hadden...

Toen in maart 538 de Goten wegens een pestepidemie afdropen, werden de ondergronds lopende aquaducten gedeeltelijk hersteld. Alleen de laag gelegen stadswijken werden daardoor van water voorzien; de hoger gelegen wijken (alle heuvels dus) werden van dan af geleidelijk verlaten en zouden soms eeuwenlang nagenoeg onbewoond blijven. De 11 thermen, 1152 fonteinen en 247 waterreservoirs hadden sedertdien geen functie meer, zodat ook zij in aanmerking kwamen als steengroeve.

De heuvels van Rome werden pas onder het pontificaat van paus Sixtus V (1585-1590) opnieuw bewoond, omdat deze paus het wonen daar opnieuw had mogelijk gemaakt door de bouw van zijn aquaduct, de Acqua Felice, in 1587. In dit verband is het waard om vermelden dat de bovengronds lopende aquaducten (de Aqua Claudia en de Aqua Anio Vetus) omstreeks 1550 nog zo goed als intact waren. De Goten hadden er zich inderdaad toe beperkt de watertoevoer naar Rome te onderbreken, maar hadden zich niet geamuseerd die meer dan tien kilometer bogen van de aquaducten af te breken... En uitgerekend dàt deden de architecten van de Acqua Felice wel: zij lieten van die aquaducten slechts dat overeind, wat je nu nog kunt zien als je van Rome naar Napels spoort, of vice versa.

Na hun mislukte verovering van 538 keerden de Goten echter terug in 546 en in 549, onder leiding van Totila, en beide malen plunderden ze de stad. Toen ze uiteindelijk waren weggetrokken, was het aantal inwoners van Rome gedaald tot ongeveer 35.000 zielen... Op dat ogenblik - bijna te laat - vermanden de Ostrogoten zich. Zij schaarden zich om hun wilde hoofdman, Totila en riepen hem in 541 tot koning uit.

Het rijk van de Ostrogoten (541 - 555)

laatst bijgewerkt: 20-10-08

colofon