2991 |
Watervoorziening (aquaducten en cisternen) |
![]() |
Sommige huizen hadden een eigen waterput, waar de bewoners hun drinkwater uit konden halen. Bewoners die geen eigen put hadden, moesten het water halen bij de openbare bron of uit het stadsreservoir (cisterne). Een cisterne bestond uit een of meer diepe bakken met stenen wanden overdekt met een stenen tongewelf. Het water werd naar de cisterne aangevoerd via een aquaduct. Dit was een lang, stenen toevoerkanaal dat van binnen was afgewerkt met een grof soort beton of met tegels.
Via loden pijpen werd het water naar de fonteinen, openbare toiletten, baden en huizen gevoerd. Als er te weinig water water, bijv. tijdens grote droogte, kon de watertoevoer tijdelijk worden afgesloten. Huizen met een eigen toevoer moesten zich dan het eerst zonder water zien te redden. Daarna kwamen de openbare toiletten en openbare badhuizen. |
![]() |
laatst bijgewerkt: 31-05-07 |