2917

Westelijke provincies (407 - 410)
Honorius Augustus v.h. Westen (395-423)
Constantijn lll Caesar van Brittannnië, Gallië en Spanje (407-411)

Westelijke Provincies (395-407); z. ook Oostelijke provincies (408-457 n. Chr.)

Honorius regeerde als keizer over het westen. Als zijn deelkeizer regeerde Constantijn lll (407-411) over het Imperium Galliarum (Brittannië, Gallië en Spanje). Hij wist een zeker interne stabiliteit te handhaven, tot de Vandalen, Suebi en Alanen in de winter van 406-407 de Rijn overstaken en Gallië binnenvielen en het land teisterden met plunderingen. Stilicho wilde nog Alaric, de leider van de Visigoten, te hulp roepen, maar de prijs die Alaric vroeg was erg hoog: 4000 pond goud. 

rechts: Constantijn lll

De Senaat voelde er niets voor deze hoge prijs te betalen. In 408 viel Alaric echter onverwacht Italië binnen. Honorius zoch weer een veilig heenkomen in Ravenna. Onder grote druk van Stilicho stemde Honorius er mee in de Visigoten af te kopen. Intussen gingen er geruchten dat Stilicho met Alaric onder één hoedje speelde en enkele senatoren beraamden een plan zich van Stilicho te ontdoen. Een anti-Germaanse kliek aan het hof in Ravenna wist de onbeduidende Honorius - die overigens met een dochter van Stilicho was getrouwd - er van te overtuigen dat zijn beroemde veldheer hem van de troon wilde stoten en zijn eigen zoon Eucherius met hulp van de Alaric op de troon wilde zetten. De troepen in Ticinium (Pavia) werden overgehaald over te gaan tot muiterij tegen hun leider en in 408 moest Stilicho zich overgeven, waarna Honorius de grote Vandaal voor zijn diensten beloonde door hem te laten onthoofden (408). 

Onbegrijpelijkerwijze deed Stilicho niets om zichzelf te verdedigen. In plaats daarvan drukte hij zijn volgelingen op het hart om er zich niet mee te bemoeien en ontblootte hij onbewogen zijn nek voor het zwaard. Voor alle zekerheid liet keizer een massamoord op de gezinnen van de barbaarse troepen, die in Noord-Italië gelegerd waren toe.

Het effect  van de Stilicho's terechtstelling was desastreus. Vele van Stilicho's Germaanse soldaten liepen over naar Alaric om vervolging door door de Romeinen te voorkomen. Alaric zelf, die niet langer kon hopen op afkoopsommen in ruil voor vrede die voorheen kreeg van Stilicho rukte nu op naar Italië. Dankzij een nieuwe afkoopsom, die Honorius met grote tegenzin betaalde, werd Rome gespaard.  

De uiteenrijtende tocht door Gallië naar Spanje in 406-409 van de Vandalen, Alanen en Suebi verzwakte Rome's greep op de buitengewesten. In 409 kwam er officieel een eind aan het Romeinse bewind in Brittannië. Het gevolg hiervan was dat de Franken en Saksen begonnen op te dringen.

De vrede met de Visigoten in Italië hield maar korte tijd stand. In 409 veroverden de Visigoten Portus Augusti, waarna Alaric de prefect Priscus Attalus aanstelde als marionettenkeizer. De Senaat, erkende hem, uit angst voor de zo dicht genaderde Visigoten. In de winter van 408-409 begon Alaric een hongerbeleg van de stad Rome. 
Na de blokkade van de graanopslagplaatsen in het nabijgelegen Portus, stemden de hongerige Romeinen in met het betalen van een flinke afkoopsom bestaande uit onder meer 2.500 kg goud, waarvoor de Romeinen de goudversiering van de bronzen beelden moesten halen om aan het vereiste gewicht te komen.

Veel belangrijker dan deze grote buit waren echter de ontevredenen die Alaric onderweg had opgepikt. Het was geen wonder dat duizenden Germaanse huurlingen in het Rijk zich bij de Visigotische gelederen voegden; zij deserteerden uit woede over de afslachting van hun gezinnen door Honorius. Maar bovendien, zoals een Romeins tijdgenoot schreef, "verlieten bijna alle slaven in Rome dag aan dag de stad en liepen tot een aantal van 40.000 naar de Barbaren over." Dit was geen alleenstaand feit. Ook in Spanje en Gallië verwelkomden slaven en boeren de Germaanse indringers als bevrijders en werkten zij, door in verzet te komen, onbewust mee aan de machtsovername. 

Rechts: Alaric (detail van een fotogravure naar een schilderij van Ludwig Thiers, 1894)

De door Alaric aangestelde marionettenkeizer Attalus regeerde niet lang, want in 410 werd hij door Alaric weer afgezet. Hetzelfde jaar werd Alaric's legerplaats aangevallen door Sarus, een andere leider van de Visigoten en tegenstander van Alaric. Volgens Alaric had Sarus gehandeld uit naam van Honorius en hadden de Romeinen daarmee het vredesverdrag geschonden.

Alaric verbrak nu alle eerder gemaakte afspraken en met zijn aangezwollen leger belegerde hij Rome nog een tweede maal. Voor zijn aftocht eiste Alaric nu een enorme afkoopsom: 5000 pond goud, 30.000 pond zilver, 4000 zijden tunieken en 3000 pond peper. Toen Honorius op deze eis wilde ingaan, stelde Alaric zijn eisen kracht bij door over te gaan Alaric tot een stormaanval, maar die had weinig succes, daar de stad goed werd verdedigd. Alaric ging nu over tot een hongerbeleg. Het duurde niet lang voor de honger de bevolking dwong de poorten te openen  (24 augustus 410). Daarna liet Alaric de stad aan zijn mannen over voor een driedaagse plundering, - de gewone manier van doen in de oude wereld. De Visigoten staken talloze huizen in brand, maar spaarden het leven van de inwoners. Ze plunderden de ganse stad, behalve de basilieken van Sint Pieter en Sint Paulus. De Visigoten waren immers Arianen. De grote, mooie privé-woningen waren het voornaamste doelwit van de plundering en daarbij hadden vooral de Aventijn en de Caelius zwaar te lijden. 

Op de Aventijn zijn enkele in 410 inderhaast verborgen schatten ontdekt: in de 16e eeuw werden drie loden kistjes gevonden die samen 1.800 geldstukken bevatten. In 1793 werd de rijkste zilverschat ooit in Rome aangetroffen, aan het licht gebracht (alles bij elkaar 29 kg), een deel daarvan is nog te bewonderen in het British Museum in Londen. Enkele mooie bronzen en marmeren beelden zijn onbeschadigd teruggevonden omdat ze door hun bezitters verborgen waren. Omdat de bezitters vervolgens om het leven kwamen of niet meer in staat was het verborgene te voorschijn te halen doordat te veel puin de toegang tot de schuilplaats versperde, zijn de schatten pas eeuwen later tevoorschijn gekomen.

boven: een voorstelling van de plundering van Rome in 410 gevonden op The Roman Newspaper project. Over de maker is mij niets bekend, net zo min als mogelijk copyright op deze afbeelding.

Alarics historische plundering van Rome op 24 augustus 410 verliep betrekkelijk ordelijk en bescheiden. Maar de ontastbare schade die zij veroorzaakte, was immens en onherstelbaar. Voor onderdanen in ieder deel van het Imperium was het ondenkbare gebeurd: de Eeuwige Stad, die acht eeuwen lang ongeschonden was gebleven, lag in het stof voor een onbeschaafde veroveraar. 

De plundering van Rome was een verschrikkelijke dag voor het moreel in het westen én oosten. Maar, ondanks het huiveringwekkende van het feit, had de val van Rome militair gezien, nauwelijks enige betekenis. De keizer en zijn bestuur en Paus Innocentius l zaten veilig in Ravenna en de militaire bevelhebbers hadden elders heel wat grotere problemen aan hun hoofd. 

Toen Alaric's manschappen het verwoeste en vernederde Rome weer verlieten en naar Zuid-Italië trokken, voerden zij een enorme buit en talloze gevangenen mee, onder wie ook de 20-jarige halfzuster van keizer Honorius, Aelia Galla Placidia

Alaric koesterde plannen om vanuit Zuid-Italië naar Afrika over te steken om daar een nieuw rijk te stichten en door het in bezit nemen van de rijke korenvelden in dit gebied de keizer onder druk te zetten. Maar voor hij dit plan ten uitvoer had kunnen brengen, stierf de 34 jaar oude leider (410), ofwel door een pestbacil waarmee hij al aan de Tiber besmet was, ofwel door toedoen van Galla Placidia, de dochter van keizer Theodosius I, in zijn gevolg van buitgemaakte slaven, die hem een gifmiddel toediende.  Alaric werd begraven op de bedding van de rivier Busento.

Zijn opvolger, Athawulf bood Honorius aan een verbond met de Visigoten te sluiten en dit verbond te bezegelen met een huwelijk van hemzelf met zijn halfzuster Galla Placidia. Honorius wees dit laatste af, maar zijn koppige zuster stemde erin toe. Vervolgens trok Athawulf met zijn stam en Galla Placidia westwaarts richting Genua en Marseille ( Visigoten 400-500)

Tegelijkertijd staken de Asding en SIling Vandalen, Suebi en Alanen, mogelijk verdreven door de legioenen van Constantijn lll, onder druk van de Franken of louter uit behoefte aan nieuwe roof- en plundertochten, de Pyreneeën over en trokken zij Noord-Spanje binnen (409). De Asding Vandalen onder Gunderic trokken samen met de Suebi twee jaar lang plunderend door het noorden van Spanje en vestigden zich tenslotte in de noordwestelijke provincie Galicia. De Siling Vandalen onder koning Fredbal bezetten Baetica in het het zuiden (het huidige Andalusia). De Alanen vestigden zich onder hun koning Goar en later koning Addac in de centrale provincies Lusitania en Carthaginiensis (dat later naar hen Catalonië werd genoemd). De Romeinse provincie Tarraconensis bleef onder Romeinse controle. De Vandalen, Suebi en Alanen beheersten nu het grootste deel van het Iberisch schiereiland. 

Westelijke Provincies (410 - 421)

laatst bijgewerkt: 15-02-03

colofon