4539 |
Parken en plantsoenen |
![]() Amsterdam was niet bepaald rijk bedeeld met groenvoorzieningen. In het centrum van de stad was in de vorige eeuw nauwelijks groen te bekennen. Bomen groeiden alleen langs de grachten, maar een wandeling daar was vanwege de vreselijke stank van het grachtwater bepaald geen pretje. Er dan was er nog het Begijnhof (gebouwd in 1346) met de voortuinen van de huizen. Daarmee hield het in feite op. Wie een wandeling wilde maken tussen het groen, moest de stad uit. Op het eind van de Houtmankade lag het bolwerk Blauwhoofd. Van daaruit had je een prachtig uitzicht op het IJ, met aan de overkant de Zaan en Waterland met zijn dorpen. In 1843 werd begonnen aan de aanleg van het eerste parkje van Amsterdam, aan weerskanten van de Willemspoort. Later werd het park nog verder vergroot, maar lang plezier hadden de Amsterdammers van hun eerste park niet gehad. In verband met het graven van het Westerkanaal moest het park verdwijnen. In de tweede helft van de 19e eeuw kwam er in de binnenstad langzaam maar zeker steeds meer groen. |
![]() |
In 1864 kwam een groepje rijke Amsterdammers met het plan om, net als in andere steden, aan de rand van de stad een groot park aan te leggen, waarin de burgers van de stad konden wandelen en vertier konden zoeken. Zo ontstond het Vondelpark, dat in 1877 haar hekken opende. Rond het Vondelpark ontstond een nieuwe wijk waar rijke Amsterdammers "op stand" konden wonen: de Vondelparkbuurt. |
In 1876 werd het Waaggebouw op de Botermarkt, gesloopt en in het middendeel werd een plantsoen aangelegd. De naam werd veranderd in Rembrandtplein. Verder kwam er een plantsoen op de Dam, op de plek waar nu het Nationale Monument staat.
In 1885 werd een plantsoentje aangelegd aan de prins Hendrikkade voor het Victoria Hotel rond het borstbeeld van prins Hendrik de Zeevaarder, de broer van Koning Willem llll, die in 1879 was overleden. Na 1885 kwamen er langs de rand van de stad verschillende nieuwe parken. Op het terrein van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij werd tussen 1886 en 1891 het Westerpark aangelegd, het Sarphatipark in de Pijp. Het Sarphatipark werd opengesteld in 1885. Een jaar later werd er een monument van Dr. Sarphati onthuld. |
In 1877 werden er plannen gemaakt om op de plaats van de Oosterbegraafplaats en het stuk land ten noordoosten daarvan een 20 hectare groot park te bouwen. De begraafplaats zou worden verplaatst naar de Watergraafsmeer. Het grootste deel van de grond was echter niet van de gemeente, maar van een aantal zakenlieden, die zo'n groot park niet zagen zitten en op het grootste deel van deze grond dure villa's wilden bouwen. Omdat de onderhandelingen steeds vastliepen, besloot de gemeente in 1887 om aan de Oetwalerweg (de latere Linnaeusstraat) alvast een plantsoen aan te leggen: een klein rechthoekig grasveldje met twee rijen bomen en wat struikgewas eromheen. Een paar jaar daarvoor was de Oetgenssloot al gedempt en het Oetgenspad tussen de Oetwalerweg en de Amstel verbreed. Dit pad heette vanaf toen Oetgensstraat. In 1890 werd dan eindelijk begonnen met de aanleg van het Oosterpark. In 1894 werd park opengesteld voor het publiek.
Het Wertheimpark met bij de ingang de houten Sfinxen en het fraaie hek is een overblijfsel van Het Park, een ontspanningsgelegenheid voor het gegoede publiek. laatst bijgewerkt: 05-08-02 |