4536 |
Grand Hotels |
![]() Toen de spoorlijnen werden aangesloten op de spoorwegnetten van België en Duitsland kwam het reizigersverkeer goed op gang. Amsterdam werd steeds drukker bezocht door allerlei zakenlui en ook door toeristen: welgestelde reizigers, die alleen voor hun plezier reisden, gekleed in onberispelijk reiskostuum zoals dat toen hoorde en met bedienden die in een aparte coupé meereisden of overal voor handen waren, zoals kruiers, schoenpoetsers, liftboys en aapjeskoetsiers. De tijd dat reizigers onderdak konden krijgen in kloosters of bij familieleden voorgoed voorbij. Amsterdam telde wel een aantal stadsherbergen en herenlogementen, sommige beheerd door het stadsbestuur, andere door particulieren, maar van grote klasse konden die onderkomens niet worden genoemd. Soms waren het verbouwde woonhuizen of aangepaste kloosters, weeshuizen of brouwerijen. Een bed en in de gelagkamer een eenvoudige maaltijd, daarmee had men het wel gehad. Mensen die geld genoeg hadden om voor hun plezier te kunnen reizen, namen geen genoegen meer met een eenvoudige herberg. Aan de Kalverstraat werd "Het Poolsche Koffiehuis" verbouwd tot een hotel: Hotel Polen (1857). In de jaren 90 werd dit hotel tot de grond toe afgebroken en opnieuw opgebouwd. Het café van Polen werd een trefpunt van zakenlieden, journalisten, kunstenaars en winkeliers uit de omgeving. Helaas werd Hotel Polen enkele jaren geleden door brand verwoest. |
![]() Een echt hotel met allure had Amsterdam echter nog steeds niet. In 1864 werd een hotelonderneming opgericht, die aan de Dam tussen Damrak en Nieuwendijk een Grand Hotel wilde bouwen. Dit plan ging echter niet door, want het lukte niet om het nodige geld bij te krijgen. Dr. Sarphati kwam echter met een nieuw plan en drie jaar later kon het Amstelhotel aan de Amstel in gebruik worden genomen. De architect had goed gekeken hoe de grote hotels in het buitenland eruit zagen. De monumentale hal was duidelijk gebouwd naar een Engels voorbeeld. De eerste jaren draaide dit hotel met verlies, maar toen de beroemde arts Melzer er zijn praktijk voor heilgymnastiek ging uitoefenen werd het druk bezocht door rijke burgers en adellijke personen, die naar Amsterdam kwamen voor een behandeling. Het Amstelhotel werd een soort kuuroord. In 1880 arriveerde de koningin van Zweden op het Weesperpoortstation. Op een stoel werd zij uit de salonwagen gedragen naar de omnibus van het hotel. De weg van station naar hotel was met dik zand bestrooid, zodat zij in de koets geen migraine zou oplopen. In het hotel kreeg de koningin een van de rest afgesloten paleisje van negen vertrekken met boven kamers voor haar bedienden. Aan het eind van de 19e eeuw werden er In Amsterdam verschillende grote evenementen gehouden, zoals de grote Wereldtentoonstelling van 1883 en de inhuldiging van Koningin Wilhelmina. Veel mensen kwamen toen naar de stad om die evenementen te bezoeken. Dat bracht weer met zich mee dat er hotels, restaurants en café's moesten komen. En dat gebeurde ook. Tussen 1880 en 1910 werden er maar liefst zeven grand hotels gebouwd. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stokte de bouw van deze grote hotels. |
Op het Leidseplein verrees het Americain Hotel (1881) In de jaren 90 werd dit hotel tot de grond toe afgebroken en opnieuw opgebouwd, gebouwd in de stijl van de "nieuwe kunst". Hiervoor moesten verschillende aangrenzende panden worden gesloopt. Het nieuwe American Hotel werd geopend in 1899.
Aan het Rokin het Bible Hotel. Tegenover het Centraal Station, toen nog in aanbouw, kwam Hotel du Passage, met een winkelgalerij (nu Gebouw Mercurius). Ook rond het expositieterrein achter het Rijksmuseum verrezen een aantal hotels. In de Doelenstraat kreeg logement Rondeel een geheel nieuwe gevel, gewoon tegen de oude aangeplakt (1882) en zag er nu van buiten uit als een hotel met allure. |
In 1882 werd ook het Doelenhotel gebouwd, waarvoor helaas de middeleeuwse vestingtoren "Swych Utrecht" moest worden afgebroken. Keizerin Elizabeth van Oostenrijk logeerde hier, toen zij Amsterdam bezocht voor een heilmassage van Dr. Melzer. Voor haar en haar gevolg werden 40 kamers ingeruimd en voor haar kuur werd dagelijks vers zeewater aangevoerd. |
Adolph Wilhelm Krasnapolsky, een kleermakerszoon uit Litouwen, die werkte als bediende in de Winkel van Sinkel op de Nieuwendijk, kocht samen met zijn zwager het uitgewoonde "Poolsch Koffijhuis" aan de Dam en ettelijke panden eromheen. Op die plek bouwden zij Grand Hotel Krasnapolsky. Van de achtertuin maakte hij een schitterende "Wintertuin". In 1883 gloeide in Krasnapolski voor het eerst in de stad een elektrische gloeilamp. |
Op het Rembrandtplein werd Hotel Schiller gebouwd
In 1890 verrees op de hoek van het Damrak en de Prins Hendrikkade het Victoria Hotel. Dit hotel was van binnen bijzonder fraai, maar toch wat protserig ingericht. Beneden waren: een restaurant, een conversatiezaal met acht kolommen en een plafond van gekleurd glas, een palmentuin, een biljartzaal en enkele kleine salons. Een majestueuze trap leidde naar de bovenverdieping, maar er was ook een lift aanwezig. Aan de kant van de Prins Hendrikkade had het hotel een vreemde inham, omdat de eigenaren van twee pandjes, kleermaker Carstens en biertapper Verburgt een veel te hoge prijs vroegen voor het verplaatsen van hun winkeltje naar elders. |
Ook Hotel Rondeel werd in de jaren 90 tot de grond toe afgebroken en opnieuw opgebouwd. Vanaf de verbouwing (1896) heette dit hotel Hotel de l'Europe. Het voor die tijd bijzonder luxe hotel had een lift, centrale verwarming en op iedere etage bevond zich één badkamer. laatst bijgewerkt: 12-05-04 |