10.481 |
Kalverstraat en Nieuwendijk |
Omstreeks 1860 was de Kalverstraat behalve winkelstraat ook nog de belangrijkste verkeersweg tussen de Dam en de Munt. Door de vele uitstalkasten van de winkels was de Kalverstraat bovendien erg smal. Herhaaldelijk klaagden de mensen over de vele omnibussen en rijtuigen, die het lopen in deze straat levensgevaarlijk maakte, want een doorlopend trottoir was er nog niet. Om de rijstrook te kunnen verbreden werden de uitstalkasten van de winkels verboden en werden de losse stoepen vervangen door dóórlopende verhoogde voetpaden. Bovendien kwam er éénrichtingverkeer.
rechts: Nieuwendijk |
![]() |
![]() |
De Kalverstraat werd echter als maar drukker. Doordat steeds meer voetgangers van deze straat gebruik gingen maken, werd het wielverkeer op den duur onmogelijk. Op de Nieuwendijk, in de Kalverstraat, op de Heilige weg, in de Leidsestraat en de Reguliersbreestraat kwamen boekwinkels, garen- en bandwinkeltjes, snoepzaakjes met zoete ballen en tabak, drogisterijen en allerhande enigszins gespecialiseerde winkels: juweliers, kunst- en antiekwinkels, meubelzaken, winkels waar glaswerk en spiegels werden verkocht, lampenwinkels, winkels waar Chinese en Japanse artikelen te koop waren, handschoenenwinkels, parapluwinkels, horlogezaken, bakkers, slagers, kruideniers en kappers. Vooral 's avonds was de Kalverstraat erg aantrekkelijk om door te lopen. De winkels waren dan verlicht met gaslantaarns. Ook de etalages hadden gasverlichting. 's Avonds waren de winkels ook allemaal open. Grote reclameopschriften, felle neonreclames of andere blikvangers zag je niet. |
Op de etalageruiten was op weinig opzichtige manier de naam van de firma aangebracht en soms ook een aanduiding van wat voor soort winkel het was. Opruimingen en uitverkopen kende men toen niet. De populariteit van deze winkelstraten was te danken aan het feit dat de Nes met de vele cafés en theaters en Nieuwe Zijds Voorburgwal met de beruchte "huizen van plezier" (o.a. Maison Weinthal) dichtbij waren en aan de nabijheid van het Centraal Station. Alle winkels, ook de voornaamste hadden houten vloeren en toonbanken met een zwaar mahoniehouten dekblad. Voor de klanten stonden hier en daar smalle, hoge, ronde Wener stoeltjes. De verkoopsters waren altijd stemmig donker gekleed. Als je binnenkwam hoorde je zachtjes een belletjes rinkelen. Daarna hoorde lange tijd geslof over de houten vloer en eindelijk klonk er een stem die vroeg: "Blieft-u?" Na wat zoeken in dozen en laden of op een koperen rek in de hoek kwam dan het gevraagde tevoorschijn. Om het goed te kunnen bekijken moest je het dicht tegen het vensterraam houden. Eén van de oudste zaken in de Kalverstraat was de winkel van Frans Focke en Sebastiaan Melzer (1823). Zij verkochten er het beroemde Boheems glaswerk en kristal. Zij bezaten daar een eigen fabriek. De zaak liep uitstekend. Duizenden apothekers van Middelburg tot Leeuwarden betrokken er hun glaswerk: allerhande flessen en flesjes, trechters, retorten, reageerbuizen, schalen, kommen, staven, injectiespuiten, thermo- en barometers. Verder verkocht F&M in hun zaak kostbare tafelserviezen uit alle grote Europese werkplaatsen (Saksisch porselein, Limoges). In 1885 betrokken F&M een groot nieuw pand, ontworpen door de architecten berlage en Th. Sanders, op de hoek van het Spui. In de Kalverstraat en waren veel stoffen- en manufacturenwinkeltjes gevestigd. Dat kwam doordat confectiekleding toen weinig werd gemaakt. Pas na ca. 1870 was in een aantal winkels confectiekleding te koop. De pasvorm van dit soort kleding was echter vaak erg slecht. De dames lieten hun japonnen maken door een naaister. De verkoopsters droegen om hun middel altijd een zwart lint, waaraan een schaar hing. Stoffen werden per el verkocht. De winkels waar stoffen werden verkocht hielden elke vrijdagavond een lapjesopruiming. Op "de lap" kon je wel eens een koopje bemachtigen. Op de Nieuwendijk 126-132, hoek Kolksteeg, opende S.P. Goudsmit in 1870 een winkel in wol, garen en band. Hij noemde zijn zaak Magazyn De Bijenkorf. Op nr 176-177 opende A. Sinkel eveneens manufacturenwinkel. In de loop van de 19e eeuw verdwenen de meeste textielwinkeltjes in de Kalverstraat. Een paar nieuwe manufacturenzaken beproefden hun geluk op de Nieuwendijk. Vanaf 1870 kwamen er steeds meer winkels waar confectiekleding werd verkocht. In 1870 opende S.P. Goudsmid samen met een andere zakenman op de Nieuwendijk een winkel in damesconfectie. De Fransche Bazar (1875), Modemagazijn Lampe (1883), Modemagazijn Hollekamp (1887), Gerzon (1889) |
In 1889 namen Josef Cohen en zijn vrouw Rosa Wittgenstein in de Kalverstraat een kleine herenmodezaak over en verbouwden deze in een damesmodewinkel, gespecialiseerd op tricotgoederen. Hun nieuwe zaak noemden zij derhalve:Maison de Bonneterie. In de loop der jaren kochten zij steeds meer omringende panden op. Modemagazijn Gerzon (K, 1893), Clemens & August Brenninkmeyer (N, 1894), Theo Peek en Heinrich Cloppenburg, Bernard Voss. In 1899 werd op de hoek van het Singel en het Koningsplein kledingmagazijn Nieuw Engeland geopend. rechts: Winkelende dames (1907), schilderij van de Amerikaanse schilder William Glackens (1870-1938) laatst bijgewerkt: 03-08-02 |
![]() |