8215 |
De VOC in Oost-Indië |
![]() Zie ook: Amboina (Ambon), Timor |
In 1595 voeren vier schepen uit onder leiding van Cornelis de Houtman en Pieter Keyser voer een eerste expeditie naar Oost-Indië. Na een reis van ruim een jaar vol tegenslagen: stormen, windstilte, bedorven voedsel, scheurbuik, gebrek aan water en tegenwind bereikten de schepen op 24 juni 1596 de rede van Bantam (nu Banten geheten), een zeer belangrijk handelscentrum aan de kust van Noord-Java in die tijd. De Hollanders waren niet de eersten in Bantam. Een mengelmoes van Arabieren, Portugezen, Indiërs, Chinezen, en andere Aziatische kooplieden zwermde door de stad die zich had ontwikkeld tot een internationale handelsmetropool. Schepen meerden aan met kostbaar porselein en textiel, ze vertrokken met de ruimen vol peper, nootmuskaat en andere specerijen. Houtman trof een kosmopolitische havenstad in volle bloei. Het voormalige hindoeïstische Pajajaran-rijkje, waar op dat moment een islamitische sultan de scepter zwaaide, had tot in Madagascar handelscontacten. Op 26 november 1598 bereikte Jacob Cornelis van Neck met acht VOC-schepen, de tweede Nederlandse expeditie naar Oost-Indië, Bantam. Door een bevriende sultan aan de macht te helpen, wisten de Hollanders de Engelse concurrenten - die er ook een filiaal waren begonnen - de deur uit te werken en een stevige positie in de handel verwerven. In de eeuw daarna kregen de Hollanders het aan de stok met de lokale bevolking. Met veel wapengekletter werd het Nederlands gezag hersteld; de messen, kromzwaarden en kanonskogels in het museum van Banten - opgegraven voorwerpen - waren niet alleen voor de sier. Cornelis Houtman in onderhandeling te Bantam |
![]() |
![]() |
Ongeveer 4½ maand bleven de Hollanders in Bantam. Ze kochten specerijen in en sloten ondanks sterke tegen werking van de daar gevestigde Portugezen. een handelsverdrag met de Vorst van Bantam. Links:Cornelis Houtman, Gerrit van Beuningen en de schippers worden ontvangen door de vorst van Bantam. |
De Hollanders bezochten en verkenden daarna verschillende eilanden. De reis verliep echter erg moeizaam met veel conflicten en verliezen aan mensenlevens. Van de oorspronkelijke 249 opvarenden waren er nog 94 over, zodat de lading van de reeds zéér lekke "Amsterdam" over de andere schepen werd verdeeld en de "Amsterdam" in brand werd gestroken. Op 14 augustus 1597 begonnen drie overgebleven schepen de "Mauritius", "Hollandia" en "Duyfken" aan de lange terugreis. De tocht zelf mag dan geen succes zijn geweest, het volbrengen ervan was de start van een ware wedloop op de Oost. In het jaar, na de terugkeer, vertrokken er zes Hollandse vloten naar de Oost uitgerust door verschillende "compagniën". Sommige reizen waren succesvol, andere liepen uit op een fiasco. Een van de beste resultaten werd geboekt door Jacob van Neck (1599): hij bracht 600.000 pond peper, 250.000 pond kruidnagelen, 20.000 pond muskaatnoten en 200 pond foelie mee terug naar huis. Op deze tocht werden vele honderden procenten winst gemaakt. |
![]() |
In 1618 werd J.P Coen benoemd tot gouverneur-generaal, de hoogste rang in Azië. In die hoedanigheid wilde hij een vast steunpunt voor de VOC vestigen, het liefst in Jacatra. Op 28 mei 1619 werd de stad - die tot Batavia werd omgedoopt - veroverd en verwoest.
Batavia |
![]() |
![]() |
Fort Batavia ca. 1650 |
![]() |
![]() |
Batavia
Gemaakt: 11-10-05 |