7191 |
Cornelis de Houtman en Pieter Keyser (1595 - 1597) |
In 1595 voeren vier schepen uit onder leiding van Cornelis de Houtman en Pieter Keyser volgestouwd met messen, lakens, dekens, glaswerk en kralen. Die zouden ze in Indië met de Indiërs ruilen voor specerijen.
Op die manier zouden ze heel wat winst maken. Maar de reis naar Indië duurde lang. Ruim een jaar. Stormen, windstilte, bedorven voedsel, scheurbuik, gebrek aan water en tegenwind gaven onderweg veel ellende. |
![]() |
![]() |
Hoe goed Cornelis de Houtman ook was voorbereid, de reis ging niet van een leien dakje. In juni 1596 kwam de vloot aan in Bantam. Aanvankelijk verliep alles voorspoedig. De Houtman sloot een handelsverdrag met de vorst van Bantam en het wachten was daarna alleen nog op een verse lading peper. Toen ontstond er een conflict over de wisselkoers van het Nederlandse geld. De ruzie liep steeds hoger op: Cornelis de Houtman eindigde zelfs eventjes in de gevangenis. Zodra De Houtman vrij kwam, hezen de Nederlanders de zeilen en sloegen op de vlucht. Nog een tijdje onderzochten ze de Javaanse kusten, maar er was geen animo meer. Iedereen wilde naar huis. Cornelis de Houtman landt op Bantam. Schoolplaat uit 1900. |
Uiteindelijk keerde Cornelis de Houtman augustus 1597 terug in het vaderland, met nog maar drie schepen en een schamele lading handelswaar. Toch was zijn reis wel degelijk belangrijk: vele handelsschepen volgden zijn voorbeeld. Dit leidde in 1602 ondermeer tot de oprichting van de VOC. Deze eerste reis naar Indië was een puur Amsterdamse onderneming, evenals de tweede schipvaart onder Jacob van Neck en Jacob van Heemskerk. Deze was een overtuigend succes en leverde de aandeelhouders 400% winst op. |
laatst bijgewerkt: 12-01-06 |