3471

Lage Landen (1559 - 1566) Margaretha van Parma

Lage Landen (1555-1559)

Toen in 1559 de oorlog met Frankrijk afgelopen was, vertrok Filips ll naar Spanje. Zijn zuster Margaretha van Parma (1522 - 1586) benoemde hij tot landvoogdes. Wie denkt dat zij als heerseres over de Nederlanden lekker de adellijke dame kon uithangen, met alle luxe en privileges van dien, had het volkomen mis. Als vrouwelijke machthebber vielen haar vooral vernederingen en minachting ten deel. In zijn historische roman Margaretha beschrijft de schrijver Jan Siebelink het leven van deze vrouw en schetst hij een beeld van de 16e eeuw.

In haar hele leven sprak Margaretha hooguit twintig minuten met haar onbenaderbare vader (Karel V), maar toch wilde zij alles voor hem doen. De reden: keizer Karel V had haar in zijn onmetelijke goedheid als wettige dochter erkend, ondanks het feit dat ze was verwekt bij een Vlaams burgermeisje. Dus toen Karel beval dat de tienjarige Margaretha een strategisch huwelijk moest sluiten met een adellijke losbol, had ze geen bezwaar. Na het overlijden van die echtgenoot werd Margaretha tot een tweede huwelijk gedwongen en ook die plicht vervulde zij zonder klagen. 
links: Margaretha van Parma

Haar rechterhand was kardinaal Granvelle. Hij werd aartsbisschop van Mechelen en kreeg zodoende een ereplaats in de Raad van State. 

Het landvoogdesschap bracht Margaretha van Parma niets anders dan ellende. Zij was niet sterk genoeg om te bemiddelen tussen de opstandige protestanten en de katholieke agressors. Nooit wist zij echte macht te verkrijgen en nooit was zij op de mond gekust. Uiteindelijk werd ze verraden door haar eigen zoon, geminacht door de rest van haar familie en uitgejouwd door het volk. Zij stierf als oude, gedesillusioneerde vrouw.


rechts: Kardinaal Granvelle

Het laatste deel van de zestiende eeuw betekende voor de Nederlanden een van de meest cruciale fasen van hun geschiedenis. De gebeurtenissen vormden ook wereldgeschiedenis: het machtigste imperium ter wereld, Spanje, werd afgevallen door de provincie die binnen korte tijd was uitgegroeid tot het handelscentrum van de wereld. Maar dat de Opstand zou eindigen met de zelfstandigheid van de Noordelijke Nederlanden had niemand kunnen voorzien. In het escaleren van de situatie heeft de grote geografische afstand tussen Nederland en Spanje meegespeeld, het duurde vaak heel lang voor Filips II de berichten uit de provincie ontving. Vaak reageerde Filips traag, en als hij dan een beslissing nam bleek het vaak de verkeerde. Bovendien duurde het dan ook weer een maand voor zijn bevelen konden worden uitgevoerd. 

Aan Margaretha van Parma, wilde Filips niet alle beslissingen overlaten. In 1561 werd een nieuwe bisschoppelijke indeling voor de Nederlanden afgekondigd. Tevens werd afgekondigd dat een theologische opleiding voortaan een vereiste was om bisschop te kunnen worden. Dat betekende dat de adel niet zonder meer over het ambt van bisschop kon beschikken. Bovendien werd gevreesd dat de maatregelen de weg moesten effenen voor de vervolging van ketters. De hervorming was in 16e eeuw in de Nederlanden verbreid geraakt. Talloze geschriften van reformatorische aard werden in de Nederlanden gedrukt en verspreid. 

De aanwezigheid van de fanatiek koningsgezinde Granvelle in de Raad van State was zo omstreden dat in 1562 een Liga van Edelen werd opgericht met als belangrijkste doel het wegwerken van Granvelle. De oprichter van deze Liga was Willem van Oranje, de belangrijkste edelman in de Nederlanden. Op 31 december 1564 werd besloten om de graaf van Egmond naar Filips ll te sturen om hem op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen in de Nederlanden en hem de grieven van de hoge adel over te brengen. Zij wezen de koning er op dat zij  wel verantwoordelijkheid moesten dragen voor alle besluiten, maar dat zij als lid van de Raad van State slechts een adviserende stem hadden. Hoorne, Oranje en Lamoraal drongen er bij Filips op aan dat Granvelle zou vertrekken. Als deze niet zou gaan, dan zouden zij hun ontslag uit de Raad van State aanbieden. 

Op de schoolplaat zien we hoe Willem van Oranje in het Hof van Brabant in Brussel het woord voeren tot de landvoogdes, die niet vrolijk kijkt en er vanwege de jicht wat stijfjes bij zit. Aan zijn rechter zijde zitten de graven van Egmond en Horne; aan de andere kant van de tafel zitten de heren, van de ambtsadel en op de achtergrond staan de leden van de Grote Raad van Mechelen.

Egmond werd naar Spanje gestuurd om de verlangens van de hoge adel bij Filips onder de aandacht te brengen (1565). Veel heeft hij niet weten te bereiken, maar Granvelle werd wel van zijn functie ontheven.

 

Het initiatief tot matiging van de kettervervolging werd nu overgenomen door de lagere edelen, gebundeld in het Compromis der Edelen. Op advies van Willem van Oranje en andere hoge edelen die geen heil zagen in een opstand tegen de koning, werd in 1566 aan landvoogdes Margaretha een smeekschrift aangeboden, waarin werd gevraagd om een einde te maken aan de vervolgingen en afschaffing van de inquisitie. De landvoogdes maakte de edelen uit voor geuzen (= bedelaars, een naam die zij later zouden gaan gebruiken als erenaam), maar beloofde desondanks wel de plakkaten tijdelijk buiten werking te stellen in afwachting van een besluit van de koning. 
 

 

Deze belofte leidde in de zomer van 1566 tot de beroemde hagepreken. Overal begonnen de Calvinisten zich nu openlijk te vertonen en op tal van plaatsen werden in de openlucht godsdienst bijeenkomsten gehouden. Vooral in West-Vlaanderen, waar de hongersnood het grootst was, brachten deze hagepreken duizenden mensen op de been. In de praktijk kwam van er alle beloften niets  terecht. Hier en daar braken al relletjes uit en in augustus van het zelfde jaar barstte de Beeldenstorm los (1566). Egmond was niet tot gewapend verzet te bewegen. Hij legde de verlangde nieuwe eed van trouw aan de koning af toen Margaretha hem daartoe verzocht. 

Deze beeldenstorm leverde de Calvinisten niets op. Voor Filips ll was zij echter een welkome aanleiding om zijn heerschappij in de lastige Nederlanden met militair geweld te herstellen. Hij stuurde zijn voortreffelijke veldheer, de hertog van Alva met een Spaans leger om dit voor hem uit te voeren. 

De Nederlanden (1566-1568)

laatst bijgewerkt: 05-04-03