4222

De Lage landen (650 - 679)

  Lage Landen 600 - 650

De Franken hielden lange tijd vaste voet in de lage landen, maar konden uiteindelijk niet standhouden. ± 650 werden zij uit Trecht en Dorestad en het westelijk kustgebied tot aan Zeeuws-Vlaanderen (Frisia citerior) verdreven en werd het hele westelijke kustgebied tot aan Zeeuws Vlaanderen weer onder Fries bestuur gebracht. Het door de Frankische koning Dagobert (623-634) gebouwde kerkje in Trecht werd vernield. In Dorestad werden geen munten meer geslagen.

De eerste koning die we tegenkomen is Aldgisl (Aldgillus) (ca 623 - ca. 680). Rond 670 regeerde hij over Groot-Friesland. Aldgisl was zowel opperrechter als opperpriester binnen de heidense traditie. Overtuigd heiden en trouw aan de zaak van zijn voorouders was hij toch verdraagzaam tegenover het Christendom.

Aldgisl is de eerste Friese koning waarvan zeker is hij bestaan heeft. In de levensbeschrijving van Wilfried, bisschop van York, van Wilfrieds metgezel Eddius Stephanus, wordt een “rex Aldgislus” heersend in “Freis” genoemd. Helaas vermeldt die levensbeschrijving niet waar Aldgisl zetelde. Herrius Halbertsma geeft als theorie dat de koning in de buurt van Dorestad zetelde, omdat deze plaats in die tijd de belangrijkste handelsstad van Friesland was. 

Van 678 tot 679 verleende hij Wilfried gastvrijheid aan zijn hof in Friesland mogelijk in Trecht. De bisschop was vanuit Engeland op doorreis naar Rome. Wilfried die een aanhanger was van de Romeinse leer en kerkinrichting had in zijn land Northumbria problemen gekregen en wilde in Rome de paus om steun vragen. Deze reis combineerde hij met een bekeringsmissie naar Friesland waar hij lange tijd aan het hof van koning Aldgisl verbleef. Voor de overtocht van Engeland naar Friesland had hij waarschijnlijk gebruik gemaakt van de handelsvaartuigen die hun lading kwamen halen en brengen in Dorestad. Vanwege de onrustige politieke situatie in het Frankische rijk was Wilfried genoodzaakt om te reizen en vroeg daarom Aldgisl toestemming in Dorestad te overwinteren. Aldgisl stemde daarin toe. De gastvrijheid strekte zover dat de koning de bisschop toestond gedurende die winter het christendom te prediken. Er wordt verteld dat er duizenden bekeerd werden, maar dat is waarschijnlijk een vrome overdrijving, blijvend resultaat had de bekering niet gehad. Aldgisl liet zich overigens eveneens niet bekeren. Als dit wel gebeurd zou zijn was automatisch de gehele Friese bevolking Christen geworden. 

Mogelijk heeft Wilfried tijdens zijn verblijf in Dorestad Aldgisl een toepasselijk geschenk gegeven: een fraai bewerkt kistje, bewerkt met runen en teksten in het oud-engels (Angelsaksisch) en Latijn, gemaakt van walvisivoor. De voorstellingen staan vol symboliek en beeldraadsels: een van de zijpanelen zou volgens de hypothese van Jan Zijlstra de Finnburgsage verbeelden. De andere panelen laten scènes zien uit de Wielandsage, een scène waarop de aanbidding Jezus door de "magi" is te zien en een scène met een voorstelling van de legendarische stichters van Rome: Romulus en Remus. Het verband tussen deze voorstellingen is erg raadselachtig. Het is natuurlijk helemaal niet zeker dat Wilfried dit kistje als geschenk aan Aldgisl heeft gegeven. Ook zijn opvolger Redbad komt in aanmerking. Na de verovering van Friesland door Karel Martel zou het kistje als oorlogsbuit naar Frankrijk zijn meegenomen en vervolgens door schenking of vererving in een Frans klooster terecht zijn gekomen, waar het tenslotte in de 19e eeuw in bezit kwam van de oudheidkundige en verzamelaar Augustus Franks die het tenslotte schonk aan het British Museum.  Een zijpaneel verkocht hij aan een museum in Florence.

Zie verder: Friesland, Wilfried en het kistje van Franks / Jan Zijlstra, gepubliceerd in. Detector Magazine: nr. 93, juli 2007; nr. 94, september 2007 en nr. 95, november 2007. Digitaal te lezen op http://www.detectoramateur.nl/magazine/archief.html 

Ebroïn (Everwin) de hofmeier van koning Theuderic (Theoderik, Thierry) lll (673-691), van het door een interne machtsstrijd verscheurde Frankische rijk, kwam aan de weet dat Wilfried van York bij de Friese koning verbleef. Onmiddellijk stuurde hij per bode een brief naar Aldgisl en bood hem een aanlokkelijke hoeveelheid goudgeld indien de bisschop aan hem werd uitgeleverd. In het bijzijn van Wilfried, de bode en de hofhouding las koning Aldgisl de brief voor om deze vervolgens in het vuur te werpen. Hiermee toonde hij zijn verachting voor Ebroïn, die met goudgeld probeerde het heilige gastrecht dat bij de Friezen hoog in ere stond te schenden.

Na het vertrek van Wilfried viel een deel van het bekeerde volk weer terug in de vertrouwde heidense traditie. Maar enkelen behouden het nieuwe Christendom. In het zuiden van het Friese rijk vormde zich een groep Friezen, die niet alleen pro-christelijk was, maar ook meer naar de Frankische zijde neigde. Het leken betrekkelijk rustige perioden, strijd tussen de Friezen en Franken kwam nauwelijks voor. Maar schijn bedroog.

Lage Landen (679 - 689)

laatst bijgewerkt: 29-05-10

colofon