4223 |
Friesland en de Lage Landen (679 - 689) |
![]() In 679 na Chr., na De naam Redbad (Rêdbâd = Oudfries) is de ver-Friessing van het Hollandse Radboud of Radbod. Of Redbad de directe opvolger was van Aldgisl, en of hij verwant was aan hem valt niet met zekerheid te zeggen. Tijdens zijn bewind was Friesland op zijn grootst en machtigst. Het centrale rivierengebied van Nederland, de slagader van de handel vanuit het Rijnland naar Engeland en Scandinavië, was in handen van de Friezen. Op het toppunt van zijn macht heerste Redbad over een gebied van de Schelde tot de Weser: Frisia Magna. Waar zijn machtsbasis heeft gelegen weten we niet, mogelijk in het toen rijke graafschap Westergo. Koning Redbad is één van de hoofdrolspelers in het drama dat zich aan het begin van de achtste eeuw in West-Europa afspeelt. Friesland is tijdens het bewind van deze heidense koning op zijn grootst en machtigst. Het centrale rivierengebied van Nederland, de slagader van de handel uit het Rijnland naar Engeland en Scandinavië, is in handen van de Friezen. Op het toppunt van zijn macht heerst koning Redbad over een gebied dat van de Schelde tot aan de Weser loopt. In het Lex Frisionum (in 802 op last van Karel de Grote opgesteld) wordt namelijk aangegeven dat Frisia van de Sinkfal in het zuiden tot aan de Weser in het noorden loopt. Zoals eerder gezegd is de bron van deze macht de handel over de Noordzee. Belangrijk zijn de handelsplaatsen zoals Dorestad en Medemblik. Medemblik wordt rond 700 opgericht als handelsplaats aan de “Almere route”. Dat het een belangrijke handelslocatie is blijkt uit het feit dat Medemblik, net als Dorestad, één van de handelsplaatsen is waarin de Karolingische tijd door de Franken tol geheven wordt. Het is volgens J.C. Besteman heel goed mogelijk dat Medemblik door Koning Redbad gesticht is. Er is namelijk ook een legende uit de 16e eeuw, die Redbad met Medemblik verbindt. Dat Redbad een figuur van groot historische belang geweest is blijkt ook uit de vele volksvertellingen, sagen, legenden en topografische vernoemingen die overgeleverd zijn. Deze overleveringen zijn in een gebied van Noord- tot aan West-Friesland terug te vinden. Er wordt voor het eerst over Redbad geschreven in de levensbeschrijving van de Angelsaksische geestelijke Wigbert. Deze geestelijke komt in 688 in Friesland aan om daar te kerstenen. Van koning Redbad krijgt hij geen enkele steun, en na twee jaar keert de missionaris onverrichte zake terug. Dat de Franken Redbad toch als een formidabele tegenstander inschatten, blijkt uit het feit dat de jongste zoon van Pippijn, Grimoald, trouwt met de dochter van Redbad, Theudesinde. |
Het werd Redbad duidelijk dat de Franken tot het uiterste zouden gaan om de Friezen te onderwerpen en dat zij op steun van de bekeerde Friezen konden rekenen. Natuurlijk was Redbad een fel voorstander van een heidens Friesland. Maar hij was ook het evenbeeld van zijn vader: nobel, diplomatiek en bereid de harmonie binnen zijn rijk zo nodig met straffe hand te handhaven. Hij wilde er niet aan denken de onafhankelijkheid van zijn koninkrijk op te geven. Redbad wilde dat zijn volk geloofde in een ideaal: de vrije Fries. Hij liet wetten op schrift stellen en voerde politieke hervormingen door (o.a.centralisatie van de macht). Hij versterkte zijn vloot, voerde wapens in en maakte van zijn rijk één groot legerkampement.Tussen de heidense Friezen en de pro-Frankische christen-Friezen werd de spanning voelbaar. De christen-Friezen vormden een vijfde colonne. Christen en verrader werden synoniemen. In de ogen der Franken waren de Friezen onchristelijke barbaren die met alle ter beschikking staande middelen uit hun toestand "bevrijd" moesten worden. Maar dit moest nog even wachten, want in 680 na Chr. kwam hofmaarschalk Ebroïn te overlijden. Binnen het Frankische rijk raakten de Austrische en Neustrische partijen verwikkeld in een hevige machtsstrijd. Redbad besefte dat dit zijn kans was om de gebieden die in het verleden door de Franken veroverd waren te heroveren. Zijn troepen trokken de Betuwe in, zuidelijk Gelderland. Ja in 688 na Chr. bereikte hij zelfs de omgeving van Gent en Antwerpen. Vermoedelijk was dit allemaal oud-Fries gebied. De Friese koning nam niet meer dan wat aan de Friese voorvaderen had toebehoord. Uiteraard was hij van plan het heidendom in deze streken geheel te herstellen. |
In de beslissende slag om de macht in Frankenland, waarin ook Friese soldaten mee vochten (slag bij Tertry; 687), behaalde Pippijn ll van Herstal, de hofmeier van Austrasië, de overwinning. In het nu weer verenigde Frankische rijk deelde nu Pippijn de lakens uit. Het politieke zwaartepunt verschoof naar het gebied van Moezel, Maas en Beneden-Rijn. Zo gauw Pippijn de orde in het rijk had hersteld, trok hij op naar het noorden om af te rekenen met Redbad. Zijn aanval was gericht op Dorestad, het centrale punt.
Met een enorme overmacht rukte hij noordwaarts op tot aan de Rijn. De Betuwe werd heroverd op de Friezen. De eindstrijd tussen Redbad en Pippijn (689) zou op een versterking ter hoogte van Duurstede plaats gevonden hebben. Deze versterking zou Fresdore (= Friezenfort) of castrum Duristate kunnen zijn geweest. De locatie zou ook Vreeswijk of Cothen kunnen zijn geweest; in een nog onontdekt Romeins grensfort. Volgens de verhalen duurde de strijd een hele dag en trokken de Friezen in kleine groepjes terug. De koning wierp, volgens overleveringen, tijdens de terugtocht zijn kroon in het Bleke Meer. (Zou dit een eerbetoon aan de gesneuvelden kunnen wezen, misschien een belofte dat hij terug zou keren?). Redbad raakte de zuidelijke zeelanden, het land ten zuiden van de (Oude) Rijn en Dorestad kwijt aan de Franken. Hij behield echter (U)Trecht en het gebied langs de Vecht. De Rijn vanaf Duurstede tot aan de Noordzee werd de nieuwe rijksgrens. Redbad trok zich terug naar de binnenlanden van zijn rijk (Medemblik ?) en wachtte grimmig af. In het grensgebied bleef het nog lang onrustig. Ook de Rijnmond tussen Hoek van Holland en Katwijk bleef nog onrustig grensgebied. |
![]() |
laatst bijgewerkt: 27-09-03 colofon |