6760 Lan Xang (1353 - 1477)
Nan Chao

Lan Xang (Land van een miljoen olifanten) is de naam van een oud koninkrijk dat op zijn hoogtepunt het gebied van het moderne Laos, het grootste deel van noordoost-Thailand, noordelijke delen van Cambodja en grensgebieden waaronder Dien Bien Phu in Vietnam besloeg. 

Het koninkrijk Lan Xang was eerst een vazal van het Khmer-rijk onder de naam Sawa. Op inscripties uit dit begintijdperk refereren de mensen aan zichzelf als Thai. De meeste Laotianen beschouwen Lan Xang echter als de eerste vorm van de moderne staat Laos. De naam Lan Xang werd voor het eerst gegeven in 1353.

Fa Ngum

Koning Fa Ngum was de eerste koning van dit koninkrijk. Hij was een prins van het koninklijk huis van Muang Sawa, een van de oude koninkrijkjes in het midden van de Mekong vallei. Zijn vader Chao Phi Fa en hij werden uit Muang Sawa verbannen en kwamen terecht aan het hof van de Khmer koningen

Er zijn twee verhalen bekend over hoe Fa Ngum aan het hof van het Khmer-rijk is terechtgekomen. Volgens het eerste verhaal was dit omdat zijn vader Chao Phi Fa, de zoon van koning Luang Ngum een van zijn echtgenotes had verleid of wel incest had gepleegd met zijn Luang Ngums Cambodjaanse echtgenote en Phi Fa's moeder Nam Kamnan en daarom samen met zijn zoon werd verbannen naar het land van de Khmer..

Volgens het tweede verhaal werd Fa Ngum geboren met 33 tanden en dit zou de voorspoed van het koninkrijk bedreigen. Hij werd daarom op een vlot in de Mekong geplaatst samen met 33 bedienden en 6 speciale verzorgers. In beide verhalen komen ze uiteindelijk aan het Khmer-hof terecht. Welke van de twee verhalen waar zijn is niet zeker, maar het eerste verhaal klinkt voor veel historici aannemelijker. Er zijn ook nog twee andere theorieën hoe Fa Ngum aan het Khmer-hof terecht gekomen kan zijn. Zijn vader kan een opstand tegen de koning geleid hebben of Fa Ngum zou gestuurd zijn door de koning om opgeleid te worden. Hoe Fa Ngum dan ook aan het Khmer-hof terecht gekomen zou zijn, vanaf dat punt corresponderen alle geschriften. Fa Ngum groeide hier op en trouwde uiteindelijk met de Khmer-prinses Nang Kaeva Lot Fa Kaeng Nya in 1332 in Nakorn Thom (Intapat). Aan het Khmer-hof werd hij bekeerd tot het Theravada boeddhisme. Hij werd onderwezen door de monnik Brhat Maha Pasman.

Fa Ngum profiteerde van een inval van het koninkrijk Ayutthaya die de hoofdstad van de Khmers innam. De hofhouding van de Khmer vluchtte hierom naar het gebied van de hedendaagse Laotiaanse provincie Champassak (in het uiterste zuidwesten van Laos). Door hulp te beloven tegen Ayutthaya nadat hij Meuang Sawa veroverd had kreeg hij een Khmer-leger van 10.000 man mee en veroverde hij Zuid-Laos en het koninkrijk Xhieng Khuang, een van de koninkrijkjes in het berggebied tussen Laos en Vietnam. In 1350 versloeg hij koning Kham Hiao (1343 - 1353) bij Pak Ming. Kham Hiao was een broer van Phi Fa en zoon van koning Luang Ngum. Hij pleegde zelfmoord omdat hij weigerde nog langer tegen zijn neef, Fa Ngum strijd te leveren.

Nadat hij het rijk van zijn oom Kham Hiao Meuang Sawa in bezit had genomen, riep hij zichzelf in 1353 uit tot koning van dit gebied. Hij noemde zijn rijk Lan Xang (Land van een Miljoen olifanten). Na het uitroepen van zijn koninkrijk voerde hij het Theravada-boeddhisme in als staatsreligie. Als dank werd hem de Pha Bang geschonken door de Khmers als een bevestiging van de onafhankelijkheid van Lan Xang. Fa Ngum bracht het beeld onder in een tempel in de stad Meuang Xieng Thong (Gouden Stad), de hoofdstad van Lan Xang. Ter ere van dit beeld werd de naam van de hoofdstad veranderd in Luang (Koninklijke) Pha Bang.

.

Fa Ngum was een oorlogszuchtig man. In de jaren daarna bleef hij geholpen door de Khmer campagnes voeren om zijn rijk verder uit te breiden.Tijdens zijn bewind breidde het koninkrijk zich uit tot het grondgebied van het huidige Laos, tot aan de grens van Champa in het Oosten, en een groot gedeelte van het noordoosten van Thailand (Isarn) in het Zuiden. Fa Ngum breidde zijn rijk ook naar het noorden uit en onderwierp zelfs tijdelijk de staat Lanna

De stad Vientiane viel al snel maar de tweelingstad Vieng Kham hield het langer vol. Volgens de legende werd deze stad omringd door een ondoordringbare muur van levend bamboe.Als afleiding trok Fa Ngum met zijn troepen naar het zuiden over de Mekong en liet hij, voordat hij wegtrok boogschutters gouden en zilveren pijlen in het bamboebos schieten. De bewoners van de stad die dachten dat Fa Ngum vertrokken was, kapten daarop het bamboebos omver om de gouden pijlen te bemachtigen. Hierover ingelicht door zijn spionnen keerde Fa Ngum terug en veroverde de stad alsnog. Ook had hij een grote harem, die hij regelmatig uitbreidde. Dit tot groot ongenoegen van de edelen.

De Pha Bang (=: groot heilig beeld) is een gouden Boeddha beeld. Het beeld is 83 cm hoog. Het gewicht wordt geschat op tussen de 43 en 55 kg. Volgens legende is het beeld gemaakt in de 1e eeuw n. Chr. in Sri Lanka en als gift aan de Khmer koning Phaya Sirichantha gegeven. Het beeld is tot 2 keer aan toe door de Siamezen geplunderd en afgevoerd naar Thailand, in 1779 en 1827. Koning Rama IV heeft het beeld uiteindelijk in 1867 teruggegeven. Het staat nu in het Koninklijk paleismuseum (Haw Kham, "de gouden hal") in Luang Prabang. Tot vandaag de dag aan toe is dit beeld het meest vereerde religieuze symbool van Laos. Voor Laotianen symboliseert dit beeld de onafhankelijkheid van hun land. Een replica van dit beeld wordt ieder jaar getoond tijdens het Laotiaans Nieuwjaar. Aanhoudende geruchten zeggen dat het beeld in het museum een replica is en dat het origineel in een kluis is opgeborgen in Vientianne of Moskou.

Rechts: Haw Kham, foto: Bert Woudstra, 2007

Phaya Samsenthai (1373 - 1417)

In 1373 werd Fa Ngum door zijn landgenoten, die moe waren van zijn oorlogszuchtige bewind, verbannen naar Nan in Thailand. Zijn opvolger was zijn zoon Phaya Samsenthai (heerser over 300.000 Thais). Samsenthai bouwde het land bestuurlijk goed op. Phaya Samsenthai was een gelovig man en schitte daarom vele tempels. Ook stichtte hij scholen en bracht hij vrede over het land. Ook begon hij handel met het koninkrijk Ayutthaya naar het zuiden. Een lange periode van vrede met de buurlanden was hiermee aangebroken. Wel brak na de dood van Phaya Samsenthai in 1417 een periode van interne machtsstrijd aan. Deze duurde ongeveer 100 jaar, in welke tijd maar liefst 12 koningen elkaar opvolgden, van wie sommigen slechts een jaar zouden heersen.

Deur van Haw Pha Bang pavillion in Luang Prabang

 

Laos (1477- 1707)

Gemaakt: 24-02-06