4822 Het rijk van de Khmer (Angkor) (802 - ca. 1450)
Chenla-rijk (487 - 800)
Angkor Wat, foto Bert Woudstra, 2007
De eerste bekende beschavingen in het tegenwoordige Cambodja verschijnen ongeveer in de 1e eeuw v. Chr.. Dit zijn de beschavingen van Chenla (Chinese naam, Khmer naam Kambu) en Funan (Chinese naam, echte naam onbekend) meer in hedendaags Vietnam. 

Van 802 tot ongeveer 1350 was Cambodja onderdeel van een groot Khmer rijk. Dit rijk strekte zich uit over grote delen van Zuidoost-Azië, waaronder het hedendaagse Cambodja, delen van Vietnam, Laos, Thailand en tot aan de oostelijke grenzen van Myanmar. De hoofdstad van dit rijk was voor de langste tijd in Angkor dat bij het hedendaagse Siem Reap ligt. De Angkor Wat en andere hindoetempels zijn beroemde overblijfselen van deze beschaving. Na verscheidene oorlogen met Ayutthaya en Lan Xang (dat het zelf had helpen stichten), verplaatsten de Khmers de hoofdstad naar Phnom Penh en ongeveer vanaf die tijd veranderde de naam in Kambu-ja (Cambodja).

Boven: reliëf in steen. Foto: Bert Woudstra 2007

 

Het Khmerrijk was een machtig koninkrijk op de plek waar tegenwoordig Cambodja ligt. Het rijk, dat het koninkrijk van Chenla opvolgde, heerste af en toe over het hedendaagse Laos, Thailand en Vietnam. De grootste nalatenschap is het gebied rond Angkor, waar de verschillende hoofdsteden waren van het rijk. Het Hindoeïsme, Mahayana en Theravada boeddhisme behoorden tot de officiële religies van het rijk. De vruchtbare aarde en de ingenieuze irrigatiesystemen legden de basis voor de welvaart. 

In het westen wordt ook wel de naam Angkor (= heilige stad) gebruikt om het oude Khmer-rijk aan te duiden en als naam van de hoofdstad van dit rijk. Deze aanduidingen zijn niet correct. Het Khmer-rijk had in verschillende periodes verschillende hoofdsteden zoals bijvoorbeeld Angkor Thom. 

Jayavarman II (802 - 850)

Jayavarman II riep de onafhankelijkheid van Java uit en stichtte het Angkor-koninkrijk. Hij maakte zich los van Java door middel van een koninklijke ceremonie, waarin een brahmaan hem gelijkstelde met een god-koning en daarmee met Shailendra. In de natuurgodsiensten en in oud-oriëntaalse rijken is al een begin te bespeuren tot vergoddelijking van stamhoofden en koningen. Ongetwijfeld waren ook de diep in de belevingswereld van de Khmer verankerde animistische ideeën over de vergoddelijkte heerser als hoeder van de familie, het land en de vruchtbaarheid van de akkers een belangrijk element in deze ontwikkeling. Het resultaat was dat een Khmer-koning een absolute en onaantastbare macht bezat. Als goddelijke incarnatie zwaaide hij de scepter over het land, waar hij als enige over kon beschikken. Hij heerste ook over het water, en daarmee over de vruchtbaarheid van de akkers en de welvaart van de bevolking. De god-koningen van Angkor stelden zich er niet tevreden mee om alleen gedurende hun aardse bestaan te worden verheerlijkt. Zij wilde hun goddelijke status ook na hun dood veiligstellen en bouwden daarom reusachtige tempels voor hun beelden, die in plaats van de levende koningen moesten worden vereerd.
De steden van de mensen die de tempels hebben gebouwd en gebeeldhouwd, zijn volledig verloren gegaan.
Op de plek waar eens duizenden mensen hebben gewoond, heerst nu stilte en eenzaamheid. Alleen de muren en tempeltorens met de gezichten van dode koningen hebben de tand des tijds doorstaan.

Jayavarman II stichtte een nieuwe hoofdstad in Wat Phou (of Vat Phou) aan de westoever van de Mekong in Laos, direct ten zuiden van de stad Champasak  

Jayavarman III (850 - 877)

Deze koning stichtte in 889 de neiuwe hoofdstad Yashodapura. Deze stichting wordt gezien als de definietieve overgang van het Chenla-rijk met als hoofdstad Isanapura naar het Khmer-rijk. Yashodapura zou meer dan 500 jaar hoofdstad zijn van het Khmer rijk. Op het hoogtepunt van haar bloei telde de stad meer dan honderd tempels en was het het administratieve en religieuze centrum van het rijk. In de twaalfde eeuw woonden ruim een miljoen mensen in het gebied. Naast periodes van grote bloei en welvaart kende Angkor ook veel tegenspoed. Het Khmer-rijk telde veel machtige vijanden en Angkor werd meermaals bijna met de grond gelijk gemaakt. Rond 1450 verlieten de Khmer de stad en vestigden ze hun machtsbasis in Phnom Penh, de huidige hoofdstad van Cambodja. De jungle nam bezit van de stad en Angkor raakte eeuwenlang in de vergetelheid. Begin de jaren 1900 ontdekte een Franse expeditie de overgroeide ruïnes en bracht het vergane keizerrijk opnieuw in de belangstelling.

Jayavarman II  802 - 850
Jayavarman III 850 - 877
Indravarman I 877 - 889
Yasovarman I 889 - 910
Harshavarman I 910 - 928 
Jayavarman IV 928 - 942 
De tempel Wat Phu (Wat Phou) (wat in het Laotiaans bergklooster betekent) in Zuid-Laos, 8 km ten zuidwesten van Champasak, was een van de belangrijkste Hindoe-heiligdommen van het toenmalige Khmer-rijk. Het tempelcomplex werd in de 9e eeuw gebouwd als Shiva-heiligdom door door koning Jayavarman lV (928 - 942). In vroeger tijden verbond een 100 km lange weg dit tempelcomplex met Angkor Wat in Cambodja.

Links: Wat Phu tempel. Foto: Bert Woudstra, 2007

Suryavarman II (1112 - 1152)

Op het toppunt van zijn macht gaf Suriyavarman II, de opdracht één van de belangrijkste koningen van de Khmer, om te beginnen met de bouw van Angkor Wat.
Dit wonder van bouwkunst werd door ontelbare arbeiders, bouwmeesters en beeldhouwers in minder dan veertig jaar voltooid. Korte tijd later stierf de koning. De historici zijn het niet eens over de bestemming van de Angkor Wat, hoewel vaststaat dat het een heilig gebouw is. Zelfs de god-koningen van de Khmer lieten hun paleizen van hout bouwen en bedekken met stro of dakpannen. Alleen tempels voor goden en vergoddelijkte heersers werden volledig in steen opgetrokken. De hoofdingang van Khmer-tempels lag, evenals bij de meeste Aziatische heiligdommen, op het oosten, de richting van de zonsopgang. De ingang van de Angkor Wat bevindt zich echter aan de westzijde, zoals alleen bij dodentempels het geval was. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Angkor Wat een mausoleum is.

 
Harshavarman II 942 - 944
Rajendravarman II 944 - 968 
Jayavarman V 969 - 1001 
Udayadityavarman I 1001 - 1002 
Suryavarman I 1002 - 1049
Udayadityavarman II 1049 - 1065 
Harshavarman III 1065 - 1090
Jayavarman V 1090 - 1108
Dharanindravarman I 1108 - 1112 
Suryavarman II 1112 - 1152

Chou Ta Kuan, een Chinese reiziger, beschreef Angkor in 1295 nog als de rijkste stad op aarde en de Khmer-koningen als de machtigste heersers van de regio. Het verval was echter al ingezet.
De Cham, een op India georiënteerd volk uit het huidige Centraal-Vietnam, wilden zich wreken voor de overvallen en bezettingen door de Khmer. Zij veroverden en plunderden Angkor en hoewel de Khmer-koningen het Champa-rijk vervolgens weer versloegen en opnieuw bezetten, had de verovering van Angkor het geloof van de bevolking in de onfeilbaarheid van de god-koning ondermijnd.
Intussen had het boeddhisme het hindoeïsme als nationale godsdienst vervangen. Ondanks een poging van de koningen om hierop in te spelen - zij presenteerden zich nu als incarnatie van bodhisattva Avalokiteshvara - slaagden zij er niet in om deze ontwikkeling een halt toe te roepen. Het irrigatiestelsel werd verwaarloosd en begon dicht te slibben; het troebele water werd een broedplaats van malariamuggen. Na een aanval van de Khmer op de Siamese hoofdstad Ayuthai vielen de Siamezen in 1431 Angkor binnen. Zij richtten grote verwoestingen aan, roofden de schatten van de koning, maakten een groot aantal krijgsgevangenen, onder wie ambachtslieden, kunstenaars en tempeldanseressen, en installeerden een Khmer-prins als vazal-koning.

Harshavarman IV 1152
Dharanindravarman II 1152 - 1181 
Jayavarman VII 1181 - 1201 
Indravarman II 1201 - 1243
Jayavarman VIII 1243 - 1295
Sri Indravarman 1295 - 1307
Sri Indrajayavarman 1307
Jayavarman Paramesvara Midden 14e eeuw 

Een groot aantal mensen was na de verovering van het Angkorrijk gevlucht om te ontkomen aan de herendiensten voor de nieuwe koningen. Het verval van Angkor was echter niet alleen te wijten aan de aanvallen van de Siamezen. Doordat het irrigatiestelsel in verval was geraakt, ontstond gebrek aan water - en dus ook aan voedsel - en had de bevolking de stad en de rijstvelden verlaten. 

In de 15de eeuw verzwakte het land nog meer door de verwoestende successie-oorlogen en werd het een speelbal van de buurlanden Siam (Ayutthaya) en Vietnam en een doelwit van Europese missionarissen en avonturiers.

Rechts: Cambodja ca. 1400

Khmerrijk (ca. 1450 - 1800)

Gemaakt: 17-02-06; laatst bijgewerkt: 22-11-07

colofon