5823 Het rijk van de Almohaden (1147 - 1269)
Het rijk van de Almoraviden (1056 - 1147) 
De dynastie van de Almohaden  is ontstaan uit een islamitische beweging die was gesticht en geïnspireerd door Mohammed ibn Toemart (ca. 1078–1129), een Berber uit de Anti-Atlas, die een doctrine formuleerde die een zuivering van het islamitische geloof inhield. Toen Ibn Toemart in Marokko tegen de heersende Almoraviden begon te prediken, moest hij vluchten; hij trok zich terug in het Atlasgebergte. Daar stichtte hij een soort Berberstaat.

Hij riep zichzelf uit tot mahdi (de persoon die volgens profetieën aan het einde van de tijden, op de dag des oordeels zal verschijnen) en zondeloos imam en verklaarde zich absoluut meester van zijn gemeente, zowel in wereldlijk als in godsdienstig opzicht. Omdat de Almoraviden in zijn ogen waren afgeweken van het rechte pad van het geloof, verklaarde hij hun de heilige oorlog. Hij behaalde echter weinig militaire successen en sneuvelde tijdens een mislukte aanval op Marrakesh in 1129.

Ibn Toemart werd opgevolgd door zijn belangrijkste volgeling, Abd al-Moe’min, die de titels aannam van khalifatoe l-mahdi (= plaatsvervanger van de mahdi) en amir al-moe’minin (= bevelhebber van de gelovigen), welke laatste was voorbehouden aan de kalief. In 1139 begon hij een zevenjarige veldtocht tegen de Almoraviden. Na een lang beleg werd in 1147 de stad Marrakesh ingenomen, die de hoofdstad van de Almohaden werd en waar de laatste Almoravidenvorst, Isjak, de dood vond. 

 

Almohaden sultans

Abd al-Moe’min 1147-1163 
Jakoeb Joesoef 1163-1184
Aboe Joesoef Jakoeb al-Mansoer 1184-1199
Mohammed lll el-Nasir  1199-1213
Youssef II al-Mustansir 1213-1223
Abdul (Abdel) Wahid I  1223-1224
Abdallah el-Adil 1224-1227
Yahya el-Mutasim 1227-1230
Idris el-Ma'mun 1227-1232
Abdelwahid II 1232-1242
Ali el-Sa'id  1242-1248
Omar el-Murtada 1248-1266
Aboe al-Oela Aboe Dabboes 1266-1269

Abd al-Moe’min richtte zich bij de uitbreiding van zijn rijk niet zozeer op Andalusië, maar meer op de gebieden ten oosten van Marokko. 

In twee veldtochten (1151–1152 en 1159) veroverde Abd al-Moe’min ook Ifrikija en zijn gezag strekte zich uit tot in Tripolitanië en Cyrenaica. Zo bracht hij al de Berbers onder één heerschappij. Ondertussen intervenieerde hij met succes in Spanje, waar de Andalusische emirs sinds de val van de Almoraviden een zelfstandige politiek voerden en de christenen gebieden veroverden. Hij nam Sevilla (1147), Córdoba en Jaén (1148), Málaga (1153), Granada (1154) en Almería (1157). 

Nadat hij heel Marokko onder controle had gebracht en na de inname van Marrakech de zoon van laatste sultan van de Almoravieden was vermoord, verjoeg Abd al-Moe’min de Normandiërs uit Iffriqiya (het huidige Tunesië) (1159)
Voor het eerst sinds de Romeinen was heel Noord-Afrika weer verenigd onder één bestuur. Echter, de Almohaden bestuurden de veroverde gebiedsdelen niet als volwaardige provincies, maar als wingebieden en al vrij snel begon het te rommelen. 

Abd al-Moe’min ontpopte zich als een groot organisator en administrator, herstelde de orde, breidde de vloot uit, onderhield stabiele betrekkingen met Genua en stichtte in 1157 de stad Gibraltar. Door zijn anti-joodse houding verlieten veel joden het land, o.a. de wijsgeer Maimonides, die de wijk nam naar Egypte; anderen vluchtten naar het christelijke Spanje, waar Toledo hun nieuwe centrum werd. Al-Moemin bevorderde de bouwkunst en deed zich kennen als beschermer van wetenschap en kunsten.

Abd al-Moe’min werd opgevolgd door zijn zoon Jakoeb Joesoef, die erin slaagde de rest van Moors Spanje te veroveren. Deze werd opgevolgd door zijn neef Aboe Joesoef Jakoeb al-Mansoer, die bij Alarcos in 1195 een schitterende overwinning behaalde op Alfons VIII van Castilië (1158 - 1214). Deze nederlaag bewoog de christenen ertoe zich te verenigen in de strijd tegen de islam.

Na de dood van Jakoeb al-Mansoer in 1199 brokkelde het gezag van de sultan in Marrakesh snel af. Tunis verklaart zich onafhankelijk en in Spanje stichtten allerlei lokale potentaten eigen rijkjes.

De Koutoubia-minaret in Marrakesh (foto rechts), werd voltooid onder sultan Yakoeb al- Mansoer in 1199. De minaret is het grootste gebouw van de stad, even groot als de Notre Dame in Parijs (68 m.). Elke zijde van de toren is verschillend, met verschillende kleuren. De toren wordt omringd door prachtige tuinen. Minaret en moskee zijn beide prachtig versierd met bloemmotieven. De moskee is van recentere datum. De naam koutoubia is afgeleid van het woord kitab (boek) en betekent zoveel als `moskee van de boekhandelaren". De moskee kreeg deze naam omdat van oudsher boekhandelaren hun markt in de nabijheid van de moskee hadden. De moskee is gebouwd rond 17 schepen en lijkt in de grondvorm op die van Tin­Mal in de Hoge Atlas. De minaret diende als voorbeeld voor de Giralda in Sevilla en de Hassan-toren in Rabat. De vierkante toren, opgetrokken uit roze steen, heeft een grondvlak van 13 bij 13 m. In de toren bevinden zich zes zalen boven elkaar. De buitenzijde is op drie niveaus versierd: rondom twee niveaus van vensters zijn versieringen aangebracht en bet bovenste terras is voorzien van een dubbele dennenappelrij. Op bet vierde niveau vormen tegeltableaus de versiering. Kenmerkend is de juiste verhouding van de minaret: een breedte/hoogte verhouding van 1/5. Vier koperen bollen, ook in sterk geometrische verhoudingen, bekronen de lichtkoepel. De onderste is klein en vanaf de grond niet te zien. De tweede heeft een diameter van 2 m. De derde en vierde zijn respectievelijk de helft en driekwart kleiner dan de tweede.Volgens de legende zouden de bollen van puur goud zijn, gemaakt uit de sieraden van de echtgenote van Yacoub el- Mansour. Dit als boetedoening omdat zij het vasten tijdens de ramadan drie uur had onderbroken..Voorheen was in 1147 hier reeds een moskee gebouwd, maar deze werd afgebroken... omdat zijn qibla foutief was.Rechts van de huidige moskee zijn de oude fundamenten nog te zien.

Fez werd met haar Karaouiyine moskee het centrum van godsdienstige verfijning. Ondanks de onderdrukking onder de Almohaden kwamen in de 12de en 13de eeuw de belangrijkste werken uit de geschiedenis van de filosofie tot stand. Ibn Rushd (Averroës) (1126-1198) en Moses Maimonides (1135-1204) behoren tot de grootste filosofen in de wereldgeschiedenis en van grote invloed op het denken in Europa, het Midden Oosten en Azië. Beiden werden slachtoffer van het religieuze fanatisme waarme het Almohaden regime bepaalde hoe er gedacht diende te worden. Ibn Rushd was de laatste islamitische filosoof die Neoplatonische en Aristoteliaanse principes durfde te verdedigen. Zijn principes werden door de kalief tot niet-islamitisch verklaard. Ibn Rushd had geluk. Zijn vaardigheid als arts van de kalief redde hem van de dood en bewerkte zijn uiteindelijke rehabilitatie door de kalief. Anderen ontvluchtten Marokko, waaronder de grootste aller joodse filosofen Maimonides. Hij vond veiligheid in Egypte. Aan het hof van Saladin werd hij op waarde geschat. In Marokko hadden uitgebreide verhoren plaats of alles wat er gedacht werd wel in overeenstemming was met wat de officiële islamitische leer voorschreef. 

Rechts: Ibn Rushd (Averroes)

Mohammed III al-Nasir (1199 - 1213) 

Met de tijd verloren Almohaden de inspiratie om door te gaan met hun strijd. In 1212 wisten de verenigde legers van Alfons VIII van Castilië, Peter II van Aragón en Sancho III van Navarra in de slag bij Las Navas de Tolosa (ten zuiden van de Sierra Morena) het leger van Mohammed III al-Nasir te verslaan. Van toen af daalde de macht van de Almohaden, ondanks de verovering van Mallorca, en zowel in Spanje als in Noord-Afrika viel hun rijk uiteen.

Links: slag bij Las Navas de Tolosa (1212)

Na de nederlaag bij Las Navas de Tolosa nam de macht van de Almohaden in Spanje snel af. 

In het verlies van hun gebieden in Spanje zagen veel slachtoffers van de Almohaden het bewijs dat de Allerhoogste zich van hen had afgekeerd. Toen de Almohaden uiteindelijk het Iberisch deel van hun rijk ontvluchtten, werden deze fanatieke strijders voor een strikte islam in Noord Afrika opgewacht door de Mariniden. Het was Abu Youssef Yaqub die de laatste nazaat van Almohaden, Aboe al-Oela Aboe Dabboes, in 1269 in de slag bij Duquela (Marokko) het paradijs in hielp en de macht overnam. 

Met de politieke macht van de Almohaden ging ook hun godsdienstige beweging, die al lang in haar oorspronkelijke zuiverheid aangetast was, ten onder. Het Iberisch schiereiland werd prijsgegeven aan de christenen. De Portugezen veroverden Ceuta in 1415, de Spanjaarden in 1496 Melilla. Van de Europese handel op de Middellandse Zee profiteerden de Marokkanen op hun eigen wijze (Barbarijse zeerovers).

Het rijk van de Meriniden (1269 - 1472)

Gemaakt: 26-10-07; laatst bijgewerkt: 20-02-08

colofon