6601 Marokko (1269- 1472)
Het rijk van de Almohaden (1147 - 1269)
Meriniden (Marinieden) - dynastie (1269 - 1465)

De Meriniden waren Zenata-Berber nomaden in het steppengebied van Oost-Marokko langs de grens met Algerije. Abd al-Haqq l (1195 - 1217) was de eerste Meriniden sjeik. Na de slag bij Las Navas de Tolosa waarbij het leger van sultan Mohammed III al-Nasir door de verenigde legers van Alfons VIII van Castilië, Peter II van Aragón en Sancho III van Navarra
, was verslagen (1212) nam de macht van de Almohaden aanzienlijk af (ondanks de verovering van Mallorca) en viel hun rijk uiteen. Hiervan maakten de Meriniden gebruik door strijd te leveren tegen de Almohaden. De veldslag werd gestreden bij de kust van het Rif-gebied, waarbij de Almohaden werden verslagen. Daarop raakten Arabische en Berbernomaden slaags bij Fes en wederom leden de Almohaden een nederlaag, maar Abd-al-Haqq raakte zwaar gewond (1217). De Meriniden namen vervolgens posities in in het Rif gebied en de Almohaden voerden vergeefs aanvallen uit.

Geleidelijk aan gingen de Meriniden ook stedelijke centra in het gebied besturen, in 1248 veroverden ze Fes en in 1269 slaagden zij erin om Marrakech te veroveren
De dynastie van de Meriniden werd echter gekenmerkt door interne twisten en halfslachtig bestuur. Ze zijn ook nooit zo machtig geworden als hun voorgangers. Onder de Meriniden heeft Marokko definitief haar aanspraken op de oostelijke delen van de Maghreb en Spanje opgegeven.

Het volk kon opgelucht adem halen. Abu Youssef Yaqub el-Marinid was een man die, nadat hij de laatste Marinid Idris het paradijs had in geholpen, zijn volk vrij liet in hun geloof. Sommige van de mensen die onder de Meriniden waren gevlucht, keerde terug naar Marokko. Moslims, joden en christenen werden beschermd tegen iedere fanaat die hen vanwege het geloof lastig viel. De daarop volgende 14de eeuw beleefde Marokko haar ´Gouden Eeuw´. Niet alleen Fez, de hoofdstad van de Meriniden, maar ook andere Marokkaanse steden werden door hen opgeluisterd met prachtige bouwwerken.

Marokko speelde gedurende de Middeleeuwen een belangrijke rol op het Iberische schiereiland. Grote delen van Andalusië maakten lange tijd deel uit van het Marokkaanse rijk. Daarnaast vervulde Marokko een spilfunctie in het handelsverkeer tussen zwart Afrika en Europa. Na 1400 deden zich enkele belangrijke veranderingen voor. 

Het absolute hoogtepunt in de geschiedenis van dit land, een tijdperk vol luxe, nieuwe ideeën en bloeiende nationale en internationale handel. Bijna twee eeuwen lang heersen de Meriniden. In 1415 bezette Portugal de haven van Bab Sebta (Ceuta). 1471 werd Chechaouen gesticht door Moulay Ali ben Rachid.

Onder de Meriniden konden de joden hun geloof weer openlijk belijden. Omdat de islamitische bevolking echter herhaaldelijk plunderingen en moordpartijen aanrichtte onder de joden, lieten de Merinidenvorsten een speciale buurt voor hen bouwen, omringd door muren. Deze afgeschermde wijk, die naast het paleis lag en mellah werd genoemd (Arabisch voor 'zout'), omdat de buurt vroeger dienst had gedaan als opslagplaats voor zout, vond in de daaropvolgende eeuwen navolging in de meeste Marokkaanse steden.

Meriniden-dynastie (1269 - 1465)

Abd al-Haqq l 1195- 1217
Uthman l 1217 - 1240
Muhammad l 1240 - 1244
Abu Yahya ibn Abd al-Haqq 1244 -1258
Umar 1258 - 1259
Abu Youssef Yaqub 1259 -1286
Abu Yaqub Youssef el-Nasir 1286-1306
Abu Thabit  1307-1308
Abu l-Rabia 1308 -1310
Abu Said Uthman ll 1310 - 1331
Abu el-Hassan 1331 - 1348
Abu Inan el-Fers (Faris) 1348-1358
Muhammad as Said 1359
Abu Salim Ali ll 1359 - 1361
Abu Umar Taschufin 1361
Abu Zayyan Muhammad III 1362 - 1366
Abu l-Fariz Abdul Aziz I 1366 - 1372
Abu l-Abbas Ahmad 1372 - 1374
vacant  1374 - 1384
Abu Zayyan Muhammad IV 1384 - 1386
Muhammad V 1386 - 1387
Abu l-Abbas Ahmad 1387 - 1393
Abdul Aziz II 1393 -1396
Abdullah(Abdallah) 1398 - 1399
Abu Said Uthman III 1399 - 1420
Abu Mohammed Abd el-Haqq (Abdalhaqq)  1421-1465

De Chellah, de necropolis (dodenstad) van de Meriniden staat op de plek waar in de Romeinse oudheid de stad Sala lag.
Deze welvarende stad werd in de 9de eeuw verlaten, waarna de bouwwerken tot ruïnes zijn vervallen.

toegangspoort tot de Chellah

 

In de 14de eeuw stichtten de Meriniden er een groot kerkhof. De necropolis werd verwoest in 1755 door de aardbeving. Het gebied is heden begroeid met een weelderige vegetatie van palmen, hibiscus, banaan- en vijgenbomen.
In het Meriniden heiligdom staat de 13de eeuwse Abou Youssef moskee, genoemd naar de eerste sultan die in de Chellah begraven ligt. Verder zijn er nog slechts ruïnes van de zaouia waar volgens de legende Mohammed heeft gebeden.
In de schaduw van de bomen ligt de "Bron van de heilige palingen": hierin leven witte palingen die steriliteit zouden kunnen genezen!

De Meriniden-dynastie hield stand, alhoewel afgezwakt door interne strijd rond de opvolging en veroveringstochten door de Portugezen, tot in het jaar 1465, toen sultan Abu Mohammed Abd Al-Haqq (Abdalhaqq) de keel werd doorgesneden tijdens een opstand in Fez.

Marokko (1472 - 1554)

Gemaakt: 01-10-05; laatst bijgewerkt: 21-01-09

colofon