2517 |
Europa (500 - 400 v. Chr.) |
![]() |
De handelscontacten via het Rhônedal verplaatsten het culturele zwaartepunt van de IJzertijdculturen naar Oost-Frankrijk en West-Zwitserland. Daar kwam in het begin van de 5e eeuw v. Chr. de zogenaamde La Têne cultuur tot bloei, genoemd naar een archeologische vindplaats in het Meer van Neuchâtel (Zwitserland), waar in het midden van de 19e eeuw karakteristieke voorwerpen uit het water werden opgedoken. In de tweede helft van de 5e eeuw v. Chr. begonnen groepen van de La Tène stam op zoek te gaan naar nieuwe woongebieden. Bewapend met ijzeren slagzwaarden en strijdwagens trokken deze tot de Kelten behorende stammen erop uit om nieuw gebied te veroveren. Zo bezetten zij grote delen van West-, Midden- en Oost-Europa. Deze invasies richtten zich niet alleen naar gebieden waar nog geen Kelten woonden, maar ook naar streken die al Keltisch waren, maar die niet tot het culturele gebied van de nieuwkomers behoorden. De onderwerping van de oorspronkelijke bevolking in deze gebieden was voor de Keltische veroveraars, die waren uitgerust met ijzeren wapens, een koud kunstje. |
![]() |
![]() |
Vanuit Midden-Europa vonden oorlogszuchtige Keltische stammen hun weg door de bergpassen van de Alpen en vestigden woonplaatsen op de zuidflanken van deze bergen. Vanuit dit gebied plunderen zij regelmatig de Etruskische steden. De Etrusken schilderden hen af als barbaren: wild, vraatzuchtig, losbandig. Gedurende de hele 5e eeuw v. Chr. probeerden zij in de Po-vlakte ter infiltreren, onder druk, volgens Livius, van de toenemende overbevolking in hun eigen gebied in Midden-Europa. Door deze overbevolking en doordat veel van de sprookjesachtige rijkdom uit de circulatie verdween als grafgiften aan overleden vorsten stortte de maatschappelijke structuur van de Keltische stammen aan het eind van de 5e eeuw v. Chr. in elkaar. links: woongebieden van de verschillende Keltische stammen in Gallië |
In de 5e eeuw v. Chr. vestigden zich ook verschillende Keltische stammen in West-Frankrijk. De Keltisch stammen die zich vestigen langs de kusten van Bretagne noemen hun land "Armor", het land van de zee. Het binnenland noemen zij "Argoat": het land van de wouden. Overal werden nederzettingen gebouwd. Tot de Keltische stammen die zich in Bretagne vestigen, behoren o.a. de Redonen (omgeving Rennes), Veneten (omgeving Vannes) en Namneten (omgeving Nantes).
In het Loire-gebied vestigden zich de Carnutes. Cenabum (Orléans) maakten zij tot hoofdstad van hun rijk. In heel Gallië bouwden de Galliërs, zoals de Kelten die zich in dit gebied gevestigd hadden genoemd worden, verdedigingsforten, meestal op een heuvel, voor het legeren van garnizoenen en als tijdelijk toevluchtsoord. Zo'n verdedigingsfort bestond uit een aarden wal, versterkt met een vlechtwerk van balken, omringd door een brede gracht. Brede houten poorten gaven toegang tot het fort. Tussen de huizen lagen stukken akker- en weideland. |
![]() |
![]() |
Op den duur werden de heuvelforten permanente woonplaatsen en sommige groeiden uit tot belangrijke handelsnederzettingen met een bloeiende nijverheid, zoals: Bibracte, Alesia (Autun), Avaricum, Gergovia, Lutetia (Parijs) ( De Galliërs dreven een levendige handel in nijverheidsproducten, vee (vooral paarden) en slaven in ruil voor luxe goederen o.a. met de Grieken (via Massila = Marseille), Etrusken en Perzen. Brittannië zou zich in de komende eeuwen ontwikkelen tot een van de grote spirituele en intellectuele centra van de Keltische wereld en de leer ontstond van de druïden. Wie deze leer wilde bestuderen reisde daar heen om onderwezen te worden. z. ook Keltische goden.Grote massa's Kelten weken uit naar Griekenland en Anatolië. Een groot deel van het Iberisch schiereiland, vooral het zuiden en oosten van Spanje tot aan de Languedoc in Frankrijk, werd bewoond door de Iberiërs. laatst bijgewerkt: 12-02-03 |