3088 |
|
Munten, geslagen van gegarandeerd gehalte koper, zilver of goud en gewicht, verschenen voor het eerst in de 7e eeuw voor Chr.in Klein-Azië, waarschijnlijk in Lydië. Pas in de 3e eeuw voor Chr. begon men in het Romeinse Rijk munten te slaan. In 289 v. Chr. werd een college van drie muntmeesters ingesteld. Ze lieten koperen munten vervaardigen en wel een as van aanvankelijk 1 Romeins pond (327 gram). Deze zware koperen munt werd eerst gegoten, later (omstreeks 200 v. Chr.) geslagen. Voordat er sprake was van munten, handelde men met ruwe stukjes koper van bepaald gewicht en dáárvoor gebruikte men vee als betaalmiddel. De as werd onderverdeeld in semis (halve as), triens (een derde as), quadrans (kwart as) en unica (1/12 as) In 269 v. Chr. verschenen de eerste zilveren Romeinse munten: de didrachmen. Op de Arx, de (hoogste) noordelijke top van de Capitolijnse heuvel, stond de tempel van Juno Moneta, waar vanaf 269 v. Chr. de rijksmunt was gevestigd en de munten werden gecontroleerd op gewicht. Ca. 187 v. Chr. vond er een munthervorming plaats. Het zilvergeld werd toen gerelateerd aan het kopergeld (de as). Eén denarius was gelijk aan 10 as. Vanaf 119 v. Chr. werd dit 16 as. In de keizertijd eigende Romeinse munten dienden niet alleen als betaalmiddel, maar ook als propagandamiddel. De munten met het portret van de keizer werden over het hele rijk verspreid en gingen van hand tot hand. De keerzijde toonde dikwijls een afbeelding of zinnebeeldige voorstelling die zijn prestaties roemde of zijn regeerperiode verkondigde. |
Waarden van de Romeinse munten in volgorde van klein naar groot:
quadrans (formaat van een kwartje, geslagen uit roodkoper, waarde kwart as); semis (ongeveer zo groot als een stuiver; waarde een halve as) as (ongeveer zo groot als een gulden en geslagen uit roodkoper), dupondius (letterlijk tweeponder, ongeveer zo groot als een As, maar geslagen uit geelkoper, waarde 2 As) sertertius (formaat van een stevige rijksdaalder, geslagen uit geelkoper, waarde 4 As. De sertertius was de munt met de hoogste koperwaarde en tevens de grootste Romeinse munt. 100 Sestertiën waren 1 Aureus waard.) denarius (zilverstuk, formaat van een stevig kwartje; waarde 16 As) aureus (goudstuk, formaat van een stevig kwartje, waarde 400 As of 100 Sestertiën of 25 denarii z. afbeelding links) laatst bijgewerkt: 21-07-02 |
![]() |