3350

De Lage Landen (100 - 200 n. Chr.)

Lage Landen in de 1e eeuw n. Chr.

Klik hier voor het frame van de pagina

z. ook: Europa in de tijd van de Romeinen. Romeinse rijk (98 - 211)

De Lage Landen werden in de tweede eeuw nog steeds bewoond door de Frisii en de Frisaevones (mondingsgebied van de Rijn), de Cananefaten (kustgebied tussen Rijn en Maas), de Bataven (rivierengebied en noordoost-Brabant), de Chauken (rond de monding van de Eems in Oost-Friesland en rond het Flevomeer). en de Saliërs en Chamaven (gebied tussen IJssel en Lippe (Salland en West-Overijssel).

Omstreeks 120 bezocht keizer Hadrianus de lage landen. De belangrijkste Romeinse stad in dit gebied die in de buurt lag van Voorburg werd toen toen naar hem Forum Hadriani genoemd. 
Als reactie op de invallen van de Chauci (Chauken) rond het jaar 175 werden stenen castella gebouwd in Rudanna (het Zeeuws-Vlaamse Aardenburg) en het Belgische Oudenburg, als keten in een soort Atlantikwall, die door de Romeinen de Litus Saxonicum werd genoemd. Het fort Valkenburg is tot in de vierde eeuw verschillende malen verbouwd en opgehoogd, waardoor uiteindelijk een heuvel van 2 meter hoog ontstond. Na de Romeinse tijd kwam er nog een meter bij waardoor de plaats van het fort, rond de dorpskerk van Valkenburg, nog altijd nog duidelijk als heuvel herkenbaar is. Sinds de opstand van de Bataven (59-71 na Chr.) horen we nauwelijks meer iets over de Frisii en Frisiaevones in de lage landen. 

Uit ± 160-170 dateert de in 1930 in Simpelveld gevonden Romeinse van binnen rijk gebeeldhouwde sarcofaag, waarin de gecremeerde resten werden gevonden van een 20-45 jarige vrouw. 

Rechts en inder: model van een Romeins boerendorp

In 174, tijdens de Marcomannenoorlog (166-180),  braken de Chauken, waartegen Corbulo in 47 ook al strijd had geleverd, door de Rijngrens en vernielden veel nederzettingen. Ook het Bataafse heiligdom bij Empel werd daarbij gedeeltelijk verwoest, maar het bleef nog tot in de derde eeuw in functie. De Chauken werden teruggeslagen en de Rijngrens werd versterkt, maar het aantal rooftochten van de noordelijke Germanen werd steeds groter. 

Rechts: altaar gewijd aan de godin Nehalen(n)ia door M(arcus) Exgingius Agricola, burger van Trier (cives Trever), zouthandelaar (negotiator salarius) uit Keulen (C.C.A.A.), die zijn gelofte inloste, gaarne en met reden (v.s.l.m.). De godin zit op een stoel in een tempeltje, gekleed in een lang gewaad met een schoudermanteltje om. In haar rechterhand houdt zij een grote vrucht, in de linker een een hele mand vol vruchten. Aan haar linker zijde staat nog een mand met fruit, rechts lig een hond.

 

Germania Inferior (200 - 300 n. Chr.)

laatst bijgewerkt: 21-07-02

colofon