258

Romeriidae (Eureptilia)

Tetrapodomorpha (Amfibieën) Temnospondyli (Reuzenamfibieën) Reptilomorpha Cotylosauria Romeriidae (Eureptilia) 

Voorheen werden de Romeriidae (Eureptilia) aangeduid met de naam Sauropsida (Hagedis gezichten) (E.S. Goodrich) 

De Synapsida (Zoogdierachtige reptielen), de voorouders van de latere Zoogdieren) en de Eureptilia (in dit schema Reptilia) of van een gemeenschappelijke voorouder, die waarschijnlijk behoorde tot  de Cotylosauria.

De Anapsiden en Romeriidae ("Eureptilia") splitsten stammen volgens dit schema af van een gemeenschappelijke voorouder: "Reptilia")

De Diapsida zijn een afsplising van de Romeriidae (Eureptilia)

Tijdens het Boven-Carboon (ruim 300 miljoen jaar geleden) ontwikkelden zich uit de Cotylosauria een groep vroege reptielen af die zich al snel opsplitste in twee groepen: de  Anapsida en de de Romeriidae of Eureptilia (v. Lat. reptare = kruipen. Beide groepen vertoonden in het begin in vele opzichten nog overeenkomsten met hun voorouders, de Amfibieën. Tijdens het Perm ondergingen de Reptielen een explosieve ontwikkeling en werden zij de belangrijkste diersoort op aarde. Na de grote uitsterving die plaatsvond aan het eind van het Perm (ca. 290 miljoen jaar geleden), namen de Reptielen de plaats van de Amfibieën over. 

De verschillen tussen reptielen en amfibieën  zijn in die tijd niet zo groot en zijn dan ook moeilijk van elkaar te onderscheiden: Er zijn slechts enkele kleine verschillen in het skelet, vnl. in de schedelbeenderen en de wervels. Het  belangrijkste verschil tussen beide orden zijn dan ook niet de skeleteigenschappen, maar betreft de voortplanting. 

Rechts: Milleretta, een Sauropside, behorend tot de Anapsida.

 

 

Reptielen leggen hardschalige eieren op het land; amfibieën leggen niet-hardschalige eieren in het water. Het reptielenembryo is daardoor in staat in zijn eigen vloeibare omgeving op te groeien. Als zijn ontwikkeling voltooid is, breekt het dier uit zijn eischaal als een klein, maar desalniettemin volledig gevormd dier. Reptielen hoefden nu niet meer noodzakelijk in de buurt van grote wateroppervlakten te leven en konden zich vrijelijk over het land bewegen op zoek naar voedsel en geschikte woonplaatsen. 

 

=

Romeriidae (Eureptilia)

=

Protorothyrididae (Laat-Carboon en Vroeg-Perm)

De Protorothyrididae vormen een clade van kleine, hagedisachtige reptielen. Mogelijk waren zij de voorouders van de schildpadden. Hun schedel was uit één stuk opgebouwd met alleen orbitale- en nasale vensters (openingen voor de ogen en de neus) net als de tegenwoordige schildpadden. De Protorothyrididae verschenen in het Laat-Carboon in het tegenwoordige Noord-Amerika en Europa en verdwenen weer tijdens het Midden-Perm. De bekendste soorten zijn Hylonomus lyelli en Paleothyris acadiana, beide ca. 20 centimeter lang. Op grond van gebitskenmerken en kleine afmetingen waren de Protorothyrididae waarschijnlijk insectenjagers.

Uit deze Familie ontwikkelden zich de Captorhinidae.


=

Captorhinomorpha (Familie Captorhinidae)

 

 

 

Deze familie was weliswaar nog primitief, maar verder ontwikkeld dan hun Protorohyridae voorouders. De Captorhinidae bezaten meerder rijen tanden, een sterkere schedel en een hersenkapsel dat was verankerd aan het schedeldak.
Captorhinidae kwamen voor in Afrika, Azië en Noord-Amerika. Ze waren - hoewel primitief - verder ontwikkeld dan hun voorouders. Ze bezaten meerder rijen tanden, een sterkere schedel en een hersenkapsel dat was verankerd aan het schedeldak.Links: Tot de familie Captorhinidae behoort deze Labidosaurus

 

Uit de Protorothyrididae of de Captorhinomorpha ontwikkelden zich de Diapsida, de voorouders van de latere grote reptielen: de Archosauramorpha - Archosauria - Dinosauriërs - Krokodilachtigen - Pterosauria (gevleugelde Dinosauriërs).

Bronnen: Protorothyrididae - Wikipedia, the free encyclopedia

Laatst bijgewerkt: 25-03-08

colofon