273 Schildpadden (Chelonia)
Tetrapodomorpha (Amfibieën) Temnospondyli (Reuzenamfibieën) Reptilomorpha Cotylosauria Protorothyrididae of de Captorhinomorpha Sauropsida Synapsida Schildpadden (Chelonia)

Uit de
Synapsiden ontwikkelden zich in het Trias (245 - 208 miljoen jaar geleden) de Chelonia, de voorouders van de huidige Schildpadden (Testudines).

De orde Chelonia bestaat uit twee onderordes (Subordes) (de Halsbergers, ook wel Cryptodira genoemd en de Halswenders, ook wel Pleurodira genoemd) en verschillende families.

Daarnaast is er een derde onderorde gecreëerd Proganochelydia bestaande uit één Familie: de Proganochelidae

Suborde Proganochelydia

Deze zeer primitieve landschildpadden ontstonden tijdens het Laat Trias. De groep stamt vermoedelijk af van een vroege groep anapside reptielen de Pareiasauriërs of de Procolophoniden. Uit de groep zelf komt de vermoedelijke voorouder van de moderne thans levende zeeschildpadden en aquatische landschildpadden.

Familie Proganochelidae

Veel karakteristieke eigenschappen van de zeeschilpadden hadden zich toen al ontwikkeld. Schilpadden in deze familie waren niet in staat hun ledematen onder hun schild te trekken.

American Museum of Natural History Proganochelys

Proganochelys is the most primitive turtle known, first appearing about 210 million years ago. We can recognize in this heavily armored animal some of the features that we see in turtles today. One of these is a normal-looking turtle shell, which consists of a large number of bones, including the ribs, that are fused together to form a solid plate. Although the fossil record provides no clues about how the shell evolved, Proganochelys holds a wealth of evolutionary information. It has no teeth -- turtles lost their teeth very early in their history -- and it has a large ear-opening, an evolutionary development in turtles that we do not fully understand. Its limbs are sprawling, as in all turtles, and in contrast to later vertebrates like dinosaurs. Proganochelys also presents many primitive features that are quite different from later turtles. The neck, for example, which Proganochelys could not retract, is protected by little spikes that are set in the skin. The animal also has a long tail with armored spikes and studs along its length and a club at the end. Despite all this information, the origins of Proganochelys, like those of its shell, remain a mystery. 

Bron: American Museum of Natural History Proganochelys

Suborde Pleurodira (Halswenders)

Deze groep waterschildpadden wordt nog door 49 soorten die behoren tot de families pelomedusidae en chelidae vertegenwoordigt in de hedendaagse fauna. De pleurodira worden gekenmerkt door de wijze waarop zij hun kop door hun korte nek om te buigen introkken met behulp van een gewricht tussen de nekwervels.. Deze ook wel halswenders genoemde groep kwam voor het eerst voor in het fossiele record van het Jura

Familie Pelomedusidae

Tijdens het Laat-Krijt en Vroeg-Tertiair vormde deze familie de belangrijkste vertegenwoordiger van de Halswenders, er bestaan nu nog 19 levende vertegenwoordigers.

Suborde Cryptodira (Halsbergers)

De meeste moderne schildpadden en zeeschildpadden zijn levende vertegenwoordigers van deze suborde en zijn de meest succesvolle groep binnen de chelonia. Vele van hen zijn in  staat hun kop in te trekken. De groep stamt uit het Jura en ontwikkelde zich tezamen met de aanverwante pleurodiren. Rond het einde van het Jura hadden de cryptodira de pleurodiren verdrongen. Nieuwe vormen ontstonden op het land.

Familie Meiolaniidae

Deze recentelijk tijdens het Pleistoceen uitgestorven familie landschildpadden vond zijn oorsprong tijdens in Laat-Krijt. Hoewel zij hun kop niet onder hun schild konden trekken werden zij goed beschermd door stekels op hun kop waardoor deze een totale breedte kreeg van ongeveer 60 cm. De staart was door benige ringen beschermd en eindigde in een knots.

Familie Testudinidae

Landschildpadden zijn de meest succesvolle vertegenwoordigers van de Cryotodiren waarvan de moderne vormen zich tijdens het Eoceen, 50 miljoen jaar geleden ontwikkelden. Landschildpadden bezitten hoge koepelpantsers die hen volledige bescherming bieden. Zowel kop als poten kunnen bij deze herbivoren worden ingetrokken.

Familie Protostegidae

Deze ten tijde van het Laat-Krijt uitgestorven familie, behoort tot de meest opvallende zeeschilpadden ooit. De soort bezat een lichter pantser wat de wendbaarheid ten goede kwam en tevens waren de tenen van de voor- en achterpoten verlengd en omgevormd tot peddels. Momenteel leven er nog maar zeven soorten zeeschilpadden die zijn ondergebracht in twee families, de soepschildpadden en de lederschildpadden die voorkomen in de warmere zeeën. Deze thans levende zeeschildpadden zijn niet in staat hun kop in te trekken.

Familie Trionychidae

Een familie van zachtgepantserde weekschilpadden waarvan de vroegste soorten bekend zijn uit het Laat-Jura. Deze groep kan redelijk succesvol worden genoemd gezien het feit dat er nu nog 30 levende soorten tot deze groep behoren. Deze groep wordt gekenmerkt door platte pantsers waarbij de hoornlaag is vervangen door een leerachtige huid.

Bron: Nathis

Schildpadden zijn vermoedelijk 200 tot 300 miljoen jaar geleden ontstaan, maar wanneer precies is niet geheel duidelijk. Ze ontstonden vermoedelijk in het vroeg-Trias en leefden al toen er nog dinosauriërs rondliepen. Schildpadden stammen waarschijnlijk af van de Anapsida, grote en logge reptielen met een grote schedel en een bepantserde rug. Deze reptielen zagen er monsterlijk uit, maar leefden waarschijnlijk vegetarisch en waren slome grazers.
De reden van de vermeende afstamming is het feit dat schildpadden een gelijkende schedel hebben, zonder openingen achter de ogen. Sommige biologen menen dat schildpadden afstammen van de Diapsida, die echter meestal twee openingen hebben. Moleculair onderzoek zal in de toekomst uitsluitsel moeten geven waar de schildpadden nu precies van afstammen.

Schildpadden hebben een stevig schild, bestaande uit een platte onderzijde, buikschild of plastron genoemd, en een meestal bolle bovenzijde, het rugschild of carapax. Deze twee delen staan in verbinding met een benen brug. Het schild bestaat uit de vergroeide ribben van de schildpad en is verstevigd met hoornplaten die tegen elkaar aan liggen. Een schildpad heeft dus zowel een inwendig als een uitwendig skelet. Bij schildpadden is de vorm en kleur van het schild, en met name de hoornplaten, een belangrijk kenmerk omdat deze bij iedere soort anders zijn. Een landbewonende schildpad heeft een bolvormig schild, en een aan water gebonden schildpad heeft een plat schild om beter te kunnen zwemmen.

Een schildpad heeft ook vier poten, meestal met scherpe nagels om zich op het land te hijsen. De poten zijn bij waterminnende soorten sterk peddel-achtig afgeplat en bij landbewonende soorten juist rond om stevig op te kunnen staan. Grotere soorten landschildpadden kunnen namelijk honderden kilo's wegen en slepen zich langzaam voort op de buik.

De kop van schildpadden is relatief groot en kan meestal worden teruggetrokken onder het schild, maar dit is niet bij alle soorten het geval. Tenslotte heeft een schildpad ook een staart, zij het niet een hele grote. De staart heeft namelijk geen echte functie meer; een schildpad kan niet snel rennen als een hagedis, die de staart gebruikt als balans. Ook bij het zwemmen is de staart nutteloos, in tegenstelling tot een krokodil die zijn staart als peddel en roer gebruikt.

Bron: Schildpadden - Wikipedia

Gemaakt: 07-11-06

colofon