134 Groenwieren (Chlorophyta)
Eukaryoten Wieren (Alen)

In het Ordovicium ontwikkelden zich uit de eerste Eukaryoten de Groenwieren.

Groenwieren (hoofdafdeling Chlorophyta (v. Gr. chlooros = groen, phuton = plant) zijn ten dele eencellige en ten dele meercellige Eukaryoten.Tezamen met de PyrrophytaGoudwieren en Euglenophyta werden de Groenwieren voorheen als Protophyta of Thallophyta gerekend tot het Plantenrijk

Groenwieren zijn gekenmerkt door de verschillende kleurstoffen in de cellen, te weten chlorofyl a en b, carotenen, alsmede enkele xanthofylsoorten, waaronder luteïne. Dezelfde kleurstoffen worden in vrijwel dezelfde verhouding aangetroffen bij de groene hogere planten. Als reservevoedsel wordt zetmeel geproduceerd. Ongeveer 90% van de soorten komt in het zoete water voor, de rest in zee; slechts enkele leven op het land. Onder de zoetwatersoorten zijn vele kosmopolieten. De vormenrijkdom binnen de groenwieren is zeer groot: er zijn eencellige en meercellige vormen. Bij de laatste kan het thallus variëren van eenvoudige draadvormige tot zeer gecompliceerde structuren. Ook de wijze van voortplanting is zeer wisselend. Vele groenwieren zijn haplonten, dwz. de plant is haploïd en alleen de zygote verkeert in het diploïde stadium. Ook zijn er diplonten, waarbij de plant juist diploïd is en alleen de gameten (ontstaan na een reductiedeling) haploïd zijn. Ten slotte zijn er diplohaplonten, die een regelmatige afwisseling van twee generaties vertonen, nl. een diploïde generatie (de sporofyt), die onder reductiedeling haploïde sporen maakt, waaruit een nieuwe haploïde generatie (de gametofyt) groeit die de gameten vormt. De zygote, ontstaan uit de versmelting van twee gameten, levert weer de diploïde sporofyt. Sporofyt en gametofyt kunnen gelijk van vorm zijn of zeer in vorm verschillen.

Bij groenwieren is de overheersende stof voor de fotosynthese groen van kleur. In Nederland komen ruim 60 soorten groenwier voor, waaronder Zeesla, Darmwier en Darmwier. Deze komen in zoet, brak en zout water voor. Groenwieren zijn grasgroen door chlorofyl dat ongeveer gelijk is aan dat van hogere planten. Kleine soorten behoren tot het plantaardig plankton. Op het land, op vochtige plaatsen, komen eveneens groenwieren voor. 
Sommige vormen met schimmels een samenleving, de korstmossen. Naast eencellige zijn er kolonievormende soorten.  Ook draadvormige wieren en groene zeewieren zoals zeesla behoren ertoe.
Rechts: Darmwier 
Darmwier behoort tot de groenwieren. Het zijn buisvormige lange groene slierten en af en toe vertakt. Afhankelijk van de groei plaats kunnen ze andere vormen aannemen. Maar in het algemeen is het een kluwen van draden door elkaar.
Gemaakt: 04-12-04

colofon