131 Euglenophyta

Eukaryoten Wieren (Alen)

Euglenophyta (v. Gr. eu = goed, glènè = holte, oog, phuton = plant), zijn eencellige Protisten (eencellige organismen, waarvan vele soorten als algen of wieren worden beschouwd). 

Voorheen werden de Euglenophyta tezamen met de PyrrophytaGoudwieren en Euglenophyta en Groenwieren (Chlorophyta) als Protophyta of Thallophyta gerekend tot het Plantenrijk

De Euglenophyta bezitten chlorofyl a en b, beta-carotine en een aantal xanthofyllen. Er komen ook kleurloze Euglenophyta voor, die door sommige biologen tot het Dierenrijk worden gerekend. De cellen hebben een instulping aan de voorzijde, het reservoir, waaruit de flagellen (zweepdraden) ontspringen. Meestal vindt men bij het reservoir in de cel een rode oogvlek. Een echte celwand ontbreekt, wel is er een taai, meestal flexibel omhulsel, de pellicula; de cellen kunnen daardoor zeer veranderlijk van vorm zijn. Er is alleen ongeslachtelijke voortplanting door overlangse deling bekend. De 450 soorten worden over 25 geslachten verdeeld. Een van de grootste en bekendste geslachten is Euglena met ca. 150 soorten (ook een aantal in Nederland en België) in zoet water. Vele soorten leven in verontreinigd water, dat ze door massale ontwikkeling groen kunnen kleuren. Het zijn groen gekleurde wieren, die door middel van twee flagellen kunnen bewegen. De meeste soorten zijn spoelvormig met een duidelijk reservoir, waar slechts één van de flagellen uitsteekt. De pellicula is meestal spiraalvormig gestreept.

Informatie afkomstig uit Encarta Winkler Prins Naslagbibliotheek www.winklerprins.com

 
Gemaakt: 01-12-04; laatst bijgewerkt: 24-01-07